Industrieel vice-premier van Rusland

MOSKOU, 26 JAN. De Russische president, Boris Jeltsin, heeft gisteren de directeur van de in moeilijkheden verkerende autofabriek AvtoVAZ, Vladimir Kadannikov, de leiding gegeven over het economische beleid. Kadannikov volgt als 'eerste vice-premier' de hervormer Anatoli Tsjoebais op, die vorige week door Jeltsin werd ontslagen.

De benoeming is in hervormingsgezinde kringen in Moskou met gemengde gevoelens ontvangen. Kadannikov is een van de weinige leiders van Ruslands grootste ondernemingen die de economische hervormingen toejuichen. “De overgang naar markteconomie en privatisering is de enige manier om de economie te reorganiseren”, zei hij in een deze week gepubliceerd vraaggesprek. Maar of de 54-jarige fabrieksdirecteur onder 'hervormingen' hetzelfde verstaat als zijn 40-jarige voorganger Tsjoebais is onduidelijk. “We kunnen niet spreken over een succesvolle voortzetting van de economische hervormingen als we de nationale industrie niet steunen”, zei hij direct na zijn benoeming tegen het persbureau Interfax. Als directeur van AvtoVAZ heeft Kadannikov met succes gepleit voor hogere invoertarieven op buitenlandse auto's.

De vervanging van Tsjoebais door Kadannikov past in het rijtje personeelswijzigingen dat Jeltsin doorvoert na de winst van de communisten bij de parlementsverkiezingen van december. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 16 juni lijkt Jeltsin zich te distantiëren van de relatief jonge liberalen die van een groot deel van de bevolking de schuld krijgen van de pijn die de hervormingen hebben gebracht.

De nieuwe vice-premier heeft in de autoindustrie carrière gemaakt van bijna ongeschoold slotenmaker tot president-directeur. AvtoVAZ, producent van de personenauto's die in het buitenland onder de naam Lada worden verkocht, heeft onder zijn leiding een belastingschuld opgebouwd van bijna 200 miljoen gulden. De 100.000 werknemers hebben al twee maanden geen salaris gehad. Het is al zes jaar geleden dat het autobedrijf zijn laatste nieuwe model ontwierp.

    • Hans Nijenhuis