Eigen klas tegen schrik en vastroesten

AMSTERDAM, 26 JAN. “'Kijk, dit is nou een lio'. Zo werd ik aan de leraren, mijn collega's, voorgesteld”, zegt Natascha Flemming (23). Zij werd deze maand voor een half jaar als leraar-in-opleiding (lio) aangesteld op de scholengemeenschap Echnaton in Almere. Haar lerarenopleiding aan de Hogeschool Holland in Diemen moet ze nog voltooien, maar de vierdejaars studente geeft wekelijks vier uur geschiedenis aan leerlingen van een vierde klas Havo - met alle verantwoordelijkheden die erbij horen. “In het begin vond ik het eng, maar het is ook leuk. Je hebt een eigen klas.” In de tijd die overblijft werkt ze aan haar scriptie.

Flemming is een van de ongeveer duizend lio's, die tijdens het laatste studiejaar van hun lerarenopleiding geheel zelfstandig voor de klas staan. In totaal volgen in Nederland ongeveer 40.000 studenten een leraren of onderwijsopleiding. Anders dan bij de traditionele stage, moeten lio's - als volwaardige leraren - naast lesgeven ook lesstof ontwikkelen, repetities verzinnen en nakijken, leerlingen begeleiden en beoordelen, met collega's vergaderen en met ouders spreken. Dit alles om later de 'praktijkschok', de overgang van opleiding naar het alledaagse leraarschap, te verkleinen.

De leraar-in-opleiding is meer dan alleen een verbetering van de leraren- en onderwijzersopleiding. Volgens staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) zou de lio ook “als katalysator” kunnen dienen om de kwaliteit in het onderwijs te verbeteren: “Bij het begeleiden van de leraar-in-opleiding zijn lerarenopleiding en scholen tot elkaar veroordeeld. Ze moéten wel samenwerken”, aldus de staatssecretaris. Die 'collegiale toetsing' kan leiden tot een 'omslag' in de onderwijstraditie van de leraar als 'koning in eigen klaslokaal'. Lio's moeten zelfs uitgroeien tot 'expert-leraren' en het zittende leraarschap tot voorbeeld dienen.

Gisteren had Netelenbos in de Rode Hoed in Amsterdam officieel het startsein moeten geven voor het project leraren-in-opleiding. Maar door het uitlopen van een Kamerdebat wachtten de driehonderd aanwezige docenten en studenten tevergeefs op haar komst en werd haar tekst door een van haar ambtenaren voorgelezen. Volgens Netelenbos bevindt de beginnende leraar zich in een isolement. “Nergens worden beginnende beroepsoefenaren plompverloren voor de leeuwen gegooid. Dat is ook in het onderwijs niet nodig”, zo werd de komst van een nieuw type leraar gemotiveerd, een gedachte die al in 1993 werd bepleit door de Commissie Toekomst Leraarschap onder leiding van oud-Kamerlid A. van Es.

“Leraren branden voortijdig af. Ze lopen gillend weg.”, zegt Gerard Hunderman, leraar Nederlands aan de Esprit Groep (vestiging Berlage) in Amsterdam. Binnenkort krijgt zijn school vier lio's. “Als je als leraar begint, moet je het maar uitzoeken: hier zijn je boeken en dit is je rooster. Maar een lio wordt van twee kanten begeleid: de lerarenopleiding en de school waar hij werkt.”

“Het beroep moet opgewaardeerd. De belangstelling voor een baan in het onderwijs is tanende en straks zitten we met een tekort”, zegt Ria Sluiter. Zij is door die het ministerie als 'procescoördinator' aangesteld om de zeventien landelijke lio-experimenten te leiden zodat de leraar-in-opleiding in het schooljaar 1997-1998 definitief op alle basis- en middelbare scholen kan worden ingevoerd.

Niet vastgelegd is hoeveel lio's voor hun lessen betaald moeten krijgen. Sluiter: “Ja, dat hebben we expres onduidelijk gelaten. De toekomst moet uitwijzen hoe dat gestalte krijgt. Maar het heeft echt niets met goedkope arbeidskrachten of flexibilisering te maken.” Natascha Flemming krijgt voor een half jaar vier uur per week lesgeven in totaal 750 gulden, maar Suzanne Laureijssen (23) en Hannie Markus (21) krijgen “helemaal niets, ook geen onkostenvergoeding”. Ze zijn vierdejaars aan de Hogeschool van Utrecht en geven zeven uur Engels op een Mavo en Havo in Leerdam. Laureijssen: “Om lio te kunnen zijn, krijgt de school wel geld van de hogeschool.” “Ja”, valt Markus haar bij. “We zijn gewoon proefkonijnen. Dat is al een hele eer.”

Voor Peter Groenbroek (23), student aan de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden, is het lio-schap zeker een eer en beslist geen stage. Na een sollicitatiegesprek werd een contract opgemaakt met een VBO/Mavo-school in Gorredijk. Sindsdien geeft hij economie en computerboekhouden aan tweede- en derdeklassers. “Tijdens een stage krijg je geen echte relatie met de school en de lessen. Leerlingen èn leraren zien mij niet als stagiair maar als leraar.”

Klaas Pen, docent aan het Zernike College in Groningen, gelooft ook in lio's. Pen: “Ik zie lio's als volwaardige collega's. Er is geen sprake van eenrichtingsverkeer. Beide partijen hebben er profijt van. Je krijgt docenten met de nieuwste kennis. Jong vers bloed. Dat voorkomt vastroesten.”

    • Heiko Jessayan