Economische vrijheid en welvaart

De Nederlandse economie is liberaler dan die van de Verenigde Staten. Op een wereldwijde index van economische vrijheid staat Nederland op de zesde plaats, na Zwitserland. De VS prijken op de zevende plaats. “Binnen Europa kennen de economieën van Nederland, Zwitserland, Denemarken en Luxemburg de grootste vrijheid, meer dan Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië”, aldus de 1996 Index of Economic Freedom van de Amerikaanse Heritage Foundation.

Deze conservatieve denktank geeft sinds 1989 jaarlijks een Index uit waarin aan de hand van tien criteria de mate van economische vrijheid in 142 landen wordt gemeten. “Landen met de grootste economische vrijheid hebben een hogere economische ontwikkeling en een hogere levensstandaard dan landen met minder economische vrijheid”, aldus het rapport dat begin dit jaar is uitgekomen. De Heritage Foundation is wars van overheidsinmenging en voorstander van het vrije ondernemerschap.

De gebruikte criteria zijn handelsbeleid, belastingdruk, aandeel van de overheidsuitgaven in het bruto nationaal produkt, monetair beleid, openheid van de kapitaalmarkten en buitenlandse investeringen, bankwetgeving, loon- en prijscontrole, eigendomsrechten, regelgeving en omvang van de zwarte markt.

In een vergelijking over de relatie tussen economische vrijheid en welvaart over een langere periode (Economic freedom of the World, 1975-1995), staat Nederland aanzienlijk minder hoog op de lijst. Over deze periode komt Nederland pas op de negentiende plaats, na onder meer Ierland, Costa Rica, Panama, Taiwan, Guatemala en Bolivia. Dit zou betekenen dat Nederland onder het 'paarse kabinet' maar liefst dertien posities is gestegen op de ranglijst over economische vrijheid.

In het onderzoek van de Heritage Foundation scoort Nederland hoger dan de VS, omdat Nederland een vrijere bankwetgeving kent. Overigens lijkt de opstellers van de Index te zijn ontgaan hoe groot het beslag van de collectieve uitgaven op de economie is (geciteerd wordt 14,3 procent) en relativeert het rapport de hoge Nederlandse belastingdruk met een verwijzing naar de laagste schijf van de inkomstenbelasting (36,15 procent). De auteurs hebben de gegevens ontleend aan het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Heritage-index wordt aangevoerd door Hongkong, Singapore en Bahrein. Onderaan bungelen Somalië, Vietnam, Irak, Cuba, Laos en Noord-Korea. Volgens het rapport blijkt uit de verzamelde gegevens dat de meeste landen van de wereld economisch niet vrij zijn. Van de 142 onderzochte landen zijn er 65 overwegend vrij en 77 economisch onvrij of onderdrukt. De meeste vrije economieën bevinden zich in Noord-Amerika en Europa, de meeste onderdrukte in Afrika en het Midden-Oosten. Azië toont een gemengd beeld.

Als landen welvarender worden, groeien de beperkingen op de economische vrijheid omdat er regels voor sociale zekerheid en milieu-eisen worden ingevoerd. De landen konden zich die niet veroorloven toen ze nog arm waren, stelt het rapport.

Ten aanzien van het verband tussen economische onvrijheid en armoede stelt de Heritage Foundation vast dat “twijfel rijst of economische groei kan worden bereikt door de overdracht van rijkdom van de geïndustrialiseerde naar de minder ontwikkelde landen. De mensen in Angola, Mozambique, Haïti en de Oekraïne zijn niet arm omdat welvarende mensen in het Westen hun rijkdom niet delen. Ze zijn arm, omdat hun regeringen een destructief economisch beleid voeren, dat vrij ondernemerschap onderdrukt”.

    • Roel Janssen