De zuivere zijde van de verbeelding; Poëtische historische roman van Kathryn Harrison

Kathryn Harrison: Gif. Vertaling Marijke Emeis. Uitgeverij: Meulenhoff, 374 blz. Prijs ƒ 45,-: A Thousand Orange Trees, uitgeverij Fourth Estate, 317 blz. Prijs ƒ 39,40

Uitvoerig worden ze bedankt in het nawoord dat Kathryn Harrison aan haar roman Gif toevoegde: de geschiedkundigen, universitaire instellingen en bibliotheken die haar geholpen hebben de historische achtergrond waartegen haar personages zich bewegen geloofwaardig te maken. Harrison schreef eerder twee romans die zich nadrukkelijk in het nu afspeelden, Thicker Than Water en Exposure (vertaald als Geschonden); messcherp geschreven, genadeloze vertellingen over moderne levens en kwetsbare lichamen in de grote stad. Poison, dat in Engeland de wat knussere titel A Thousand Orange Trees meekreeg, speelt in het Spanje van de late zeventiende eeuw, in de claustrofobische jaren van de Inquisitie.

Harrison moet een ontzagwekkende hoeveelheid research voor haar boek gepleegd hebben en juist die overdaad aan kennis had haar als romanschrijver gemakkelijk funest kunnen worden. Maar in haar nawoord stelt ze dat ze inmiddels zelf niet meer goed weet wat in Gif nu precies historisch verantwoord is en wat haar eigen verbeeldingskracht eraan heeft toegevoegd - en daarin schuilt de kracht van het boek. Harrison heeft doelbewust niet naar de geschiedenis toegeschreven, ze heeft de geschiedenis naar haar hand gezet. Het resultaat is geen documentair pseudo-realistisch drama, maar een complexe en wonderlijk poëtische roman, een even intrigerende als weerbarstige vertelling over twee gefnuikte vrouwenlevens; het ene dat van een dochter van een kweker van zijderupsen, het andere dat van de koningin van Spanje. Veel details in Gif zijn herkenbaar historisch, maar de wereld waarin de korte levens van de personages zich voltrekken, is helemaal van Harrison zelf.

Het verhaal volgt geen rechte lijn, het beweegt zich in concentrische cirkels, die steeds dichter bij de kern komen. Vanuit de martelkerkers van de Inquisitie laat Francisca de Luarca haar gekwelde geest door haar eigen leven waaien en door dat van Marie Louise de Bourbon, nicht van de Zonnekoning en ongelukkige echtgenote van Carlos II, koning van Spanje en laatste der Spaanse Habsburgers. De jeugd van Francisca wordt geheel en al beheerst door de zijdeteelt - en het beeld van de rups die bladeren van de moerbeiboom eet, zijdedraad spint en uiteindelijk doodgemaakt wordt, zodat alleen de zijde overblijft, vormt de metafoor waarvan heel de roman van Harrisons doordrongen is. Francisca zit gevangen in een leven waarin alles haar wordt ontnomen: de moerbeibomen en de rupsen van haar vader sterven, haar geliefde moeder gaat dood, evenals haar eigen baby, en haar hartstochtelijke relatie met een priester in haar geboortestad eindigt met hun arrestatie door de Spaanse Inquisitie, die haar lichaam en geest vervolgens aan eindeloze martelingen onderwerpt.

Martelingen

Het is haar geest die ontsnapt, het is haar verbeeldingskracht die overleeft. Ze vertelt - of droomt, dat blijft in het midden - van het leven van Marie Louise, die de hedonistische idylle van het hof van de Zonnekoning moet verruilen voor de atmosfeer van bijgeloof en religieuze hysterie in Madrid. Er is een verband tussen Francisca en de ongelukkige koningin: de moeder van Francisca is de min geweest van de Spaanse koning, die zijn hele leven zwak en lusteloos zal zijn en niet in staat is voor een troonopvolger te zorgen. De stemming keert zich tegen Marie Louise, of Maria Luisa, zoals ze nu heet, wie onvruchtbaarheid wordt verweten. Ze raakt afgestompt en verslaafd aan laudanum, dat haar door haar favoriete dwerg aan het hof wordt toegestopt. Ook zij bezwijkt uiteindelijk aan een gemarteld lichaam: de koningin-moeder laat haar vergiftigen wanneer ze ontdekt dat zij de aanhoudende reeks van haar zwangerschappen en miskramen gesimuleerd heeft.

Anders dan het op het eerste gezicht lijkt, is Gif geen overdadig opgesmukte, maar in wezen simpele parabel over twee onderdrukte vrouwen, die tenonder gaan in een vijandige, geestloze omgeving. Harrisons schrijverschap strekt zich uit tot een werkelijkheid die ongrijpbaar en duister is, vol bloed en wanhoop. Francisca is gemartelde, maar ook martelares. Ze verkeert in de greep van een heftig, nietsontziend verlangen naar transcendentie, en dus naar zelfvernietiging - ze zoekt de bevrijding uit de benauwende, illusieloze wereld en op het laatst ook uit haar eigen lichaam, zodat ze de martelingen van de priesters uiteindelijk bijna als een soort weldaad ondergaat. Haar eigen lichaam behoort noodgewongen de onvruchtbare wereld toe. Het is haar tot een last, een rupsenlichaam dat wordt afgelegd in de metamorfose naar de zuivere zijde van de verbeelding.

In Gif vallen vorm en thematiek samen: Harrison schept een wereld vol bizarre verschijningen en poëtische details, die me zowel in hun uitzinnigheid als in hun trefzekerheid aan het vroege werk van Jeanette Winterson deden denken. Alles verandert in iets anders: verhaal wordt op verhaal gestapeld, fantastisch detail op detail - zoals in de prachtige passage over de snoezige dwergpapegaaien die aan het hof van Lodewijk de Veertiende en vogue raken en in de salons wanhopig hun dood tegemoet fladderen.

Tegen het einde begint die grillige vorm zich tegen het verhaal te keren; de oneindige inventiviteit van de schrijfster dreigt daar het drama van de personages te overschaduwen en de lezer wordt wat murw van al die uitvoerig beschreven uiterlijkheden. Harrison is er dan echter allang in geslaagd de heftige dromen en verlangens van Franscisca en Marie Lousie pijnlijk voelbaar te maken. De schrijfster heeft zich weten te ontrekken aan de sjablonen van de grotestadsnachtmerrie en via de omweg van de geschiedenis een nieuwe, verrassend indringende vorm gevonden voor haar hoogstpersoonlijke thema's. Over dit boek hangt de glans van pure zijde.

    • Bas Heijne