De eenzame stem; Het drama van diva Anita Cerquetti

De Italiaanse sopraan Anita Cerquetti verloor in 1961 na een concert in Amsterdam haar stem. De zeldzame opnames die van haar gemaakt zijn laten horen hoe goed die stem was. “Cerquetti geeft uiting aan heftige gevoelens, maar ze beleeft ze helemaal alleen; dit is de stem van iemand die er liever helemaal niet zou zijn.”

Enkele opnamen met Anita Cerquetti: Anita Cerquetti. Decca 440 411-2. Anita Cerquetti; Portrait of the Artist. Legato Classics LCD-109-1. Ponchielli: La Gioconda. Decca 433 770-2. Verdi: Nabucco. Eklipse Records EKR P-8. Rossini: Mosé. Eklipse Records EKR P-10. Bellini: Norma. Golden Opera Performances GOP 722

Veel foto's van haar zijn er geloof ik niet in omloop, maar er is er een die alles zegt: het portret van Anita Cerquetti dat gebruikt is op de studiorecital die vorig jaar op cd verscheen in de 'Grandi Voci' reeks van Decca. Wat je op het eerste gezicht ziet, is de Italiaanse sopraan als diva, een karikatuur van de prima donna: veel blank vlees met een vettige glans, eerder massief dan voluptueus, behangen met operajuwelen in de getemperde tinten van een oude kleurenfoto. Daarboven het enorme hoofd, het soort kop dat Engelsen vriendelijk 'Junoesque' noemen, statig en onbeholpen tegelijk, gebeeldhouwd in bleek-grijs marmer. Het is geen gelukkig hoofd. Er zit gevaarlijk weinig symmetrie in het gezicht, en de blik in haar licht loensende ogen is een mengeling van onschuld en onevenwichtigheid.

Als je nu naar die foto kijkt, zie je onwillekeurig een gevangene, van zichzelf en van de tijd. Hij moet gemaakt zijn aan het einde van de jaren vijftig, niet al te lang voor het dramatische einde van de carrière van de dramatische sopraan die werd beschouwd als de grote belofte tussen Callas en Tebaldi in; in 1961 zong ze nog op een gala-concert in het Concertgebouw en toen was het afgelopen, heel plotseling en raadselachtig. Dood ging ze niet, ze werd zelfs niet doodziek, ze leefde gewoon verder en tegenwoordig schijnt ze bejaard en wel met haar echtgenoot in Florence te wonen - alleen haar stem heeft nooit meer geklonken.

De onverwachte verdwijning van die stem, net toen Cerquetti het hoogtepunt van haar carrière leek te zullen bereiken, is een mooi opera-mysterie, waarover jarenlang gespeculeerd is; was het iets met haar stem of iets met Cerquetti zelf? Iedere tekst over haar, in opera-handboeken en op cd-hoesjes, suggereert een andere oorzaak: familieomstandigheden, een keeloperatie met een ongelukkige afloop, psychische moeilijkheden, overmoeidheid na het vervangen van Callas in Norma, terwijl ze in diezelfde periode een paar straten verderop in Napels zelf in een andere produktie van die opera zong. In zijn onweerstaanbare kletsboek The Last Prima Donnas beschrijft de Italiaanse Amerikaan Lanfranco Rasponi een ontmoeting met de oude diva in Rome, vermoedelijk aan het einde van de jaren zeventig, waarbij ze hem onthuld zou hebben waarom ze zo plotseling gestopt is met zingen. Het verhaal dat hij opschrijft is in zijn onlogische dramatiek een diva waardig: Cerquetti wist zelf ook niet dat haar concert in Amsterdam het laatste zou zijn, maar haar vader ging dood, en haar favoriete dirigent ook, ze kreeg een kind, ze vergat contracten te tekenen, en toen ze weer wilde optreden was het te laat, maar met het operabedrijf ging het tegelijkertijd hopeloos bergafwaarts, dus het was eigenlijk toch al niks meer voor haar. Wie het gesprek leest dat ze Rasponi toestond, krijgt de indruk dat ze het zelf niet meer weet, of niet meer wil weten. Niemand zal er ooit nog achter komen.

Natuurlijk was met het wegvallen van Cerquetti's stem een mythe geboren. Dat wil zeggen, een kleine mythe, voor de liefhebbers, want ze leefde vooral voort als gefnuikte belofte en behalve die ene recitalplaat, heeft ze slechts een andere studio-opname gemaakt: de titelrol in Ponchielli's opera La Gioconda, naast de tenor Mario del Monaco en de mezzo-sopraan Giulietta Simionato. Het leek te weinig om haar stem ook 'postuum' een grote reputatie te bezorgen. Wat verder overbleef waren een flink aantal live-opnamen die tijdens haar korte carrière zijn gemaakt, de meeste illegaal. Ze worden de laatste tijd een voor een op cd uitgebracht, op kleine, onbekende labels weliswaar, maar met een beetje goede wil kun je toch nog van een oeuvre spreken. Vastgelegd zijn de rollen waarin Cerquetti uitblonk, de opera's waarin het drama met monumentale gebaren de zaal wordt ingezwiept; veel Verdi dus, Nabucco, Don Carlos, Ernani, La Forza del Destino, maar ook Rossini's Mosé.

Soepelheid

Veel van die opnamen zijn gebrekkig - Nabucco, in 1960 opgenomen voor de radio in Hilversum, en Mosé zijn uitzonderingen - en ze houden Cerquetti gevangen in haar eigen tijd. Maar ze laten een grote, unieke stem horen, een stem met formidabel bereik en ontzagwekkende soepelheid, nu eens zo groot en monumentaal als een kathedraal, dan weer zo zacht en glanzend als zijde. Die stem, vervormd door de onbeholpen opnametechniek, omringd door gestommel en gebonk op het podium, gekuch en rumoer uit de zaal, en meestal ondersteund door een zompig klinkend orkest, is in laatste instantie onbereikbaar; je hoort de opwinding van een live-uitvoering, maar de afstand is meestal net te groot om die ook te kunnen voelen. Wanneer de stem van Cerquetti wel in haar volle glorie tot je komt, zoals in haar studio- en radio-opnamen, klinkt altijd het drama van haar afgebroken carrière door: altijd denk je aan wat had kunnen zijn.

Pre-stereo

Cerquetti (1931) was een door en door Italiaanse sopraan en hoewel ze ook wel over de grens heeft gezongen - in Nederland, en tot in Chicago toe - is ze stevig geworteld in de traditie van de Italiaanse opera. Dat hoor je nog steeds in de opnamen die van haar gemaakt zijn, in het theater en in de radiostudio. Ze roepen de heftige sfeer op van het pre-stereo tijdperk, met zijn beroemde namen die nu bijna alleen nog namen zijn - Cesare Siepi, Boris Christoff, Nicola Rossi-Lemeni - met nog veel meer vergeten namen ook en vergeten schandalen; er klinkt schokkend veel gejoel en boe-geroep tijdens deze voorstellingen. Het is de sfeer van volgepropte podia en zwaar aangezette make-up, van grote, dramatische foto-portretten in zwart-wit met handtekeningen, onleesbaar van zwierigheid, voor de fans aan de artiestenuitgang.

Cerquetti maakt onmiskenbaar deel uit van die verloren wereld - en toch staat ze ook alleen. Callas was haar grote voorbeeld, Callas was ook altijd degene die haar gevraagd werd te vervangen. Maar waar Callas eigenhandig op het podium en in de studio een revolutie teweegbracht, daar maakt Cerquetti eerder een teruggetrokken, in zichzelf gekeerde indruk. Haar logge verschijning, haar uiterlijk van monstre sacré zal haar ongetwijfeld parten hebben gespeeld op het podium. Ik heb nooit een filmopname van haar gezien, en waarschijnlijk bestaat die ook niet, maar ze zal geen groot actrice zijn geweest; het drama zat in haar stem. La Traviata studeerde ze wel in, maar ze heeft de rol nooit gezongen, omdat ze er het figuur niet voor had, zei ze tegen Rasponi. Ook aanbiedingen voor Puccini sloeg ze steevast af. De felle, beweeglijke gemoedstemmingen van het verismo waren niets voor haar.

Dat is het vreemde aan dat interview dat ze aan Rasponi gaf; uit alles wat ze zegt - hoe voorzichtig ze met haar stem was, hoe jammerlijk het was dat zangeressen als Tebaldi steeds weer ongeschikte rollen uitkozen - blijkt dat ze voor zichzelf een lange, weloverwogen loopbaan in het verschiet zag liggen. Het maakt het raadsel alleen maar groter.

De stem van Cerquetti heeft eenzelfde raadselachtigheid. Ze is indrukwekkend, hoor hem een keer en je vergeet hem nooit meer. Maar ze blijft ook ongrijpbaar. Vergeleken bij Callas, die op het podium emoties met een adembenemende directheid op haar publiek kon overbrengen, klinkt Cerquetti soms op het autistische af. De afstand die je zo vaak voelt als je naar haar luistert, wordt niet alleen veroorzaakt door de kwaliteit van de opname; ook in de beste opnamen klinkt het drama vreemd verinnerlijkt, hoe fors haar geluid ook is, hoe moeiteloos ook haar techniek, hoe breed de vocale gebaren ook zijn die Verdi haar laat maken. Cerquetti geeft uiting aan heftige gevoelens, maar ze beleeft ze helemaal alleen; dit is een eenzame stem, de stem van iemand die er liever helemaal niet zou zijn.

Hartverscheurend eenzaam soms, zoals in haar uitvoering van Bellini's Casta diva, het door Norma gezongen gebed, dat op de recital-cd staat. Door alle fabelachtig beheerste bel canto heen klinkt Cerquetti verlaten en weerloos. Als je die portretfoto in kleur niet kende, zou je denken dat het een kleine vrouw is die hier zingt, heel jong en beangstigend kwetsbaar.

Norma was haar glansrol, van haar Norma kregen de operahuizen in haar tijd nooit genoeg en je begrijpt het meteen wanneer je die ene aria hoort. Gezien het even fascinerende als tergende verlangen naar afwezigheid dat haar diepste wezen eigen moet zijn geweest, is het niet meer dan toepasselijk dat zij op de gebrekkige opname die ik na lang zoeken eindelijk vond, verder weg klinkt dan ooit.

    • Bas Heijne