De boom van Mondriaan

De grote Mondriaan-tentoonstelling die op 18 december 1994 in Den Haag is begonnen en op 23 januari 1996 in New York is gesloten, had daar, waarschijnlijk zonder dat het de bedoeling was, iets extra. Het nagebouwde atelier bood in het Museum of Modern Art uitzicht op een boom die daar altijd op de binnenplaats staat. Die boom had nu iets bijzonders gekregen doordat hij sprekend de boom was die Piet Mondriaan in 1908 heeft geschilderd. Dat schilderij heet Avond, of Rode boom.

De boom op het schilderij is vooral een winterse boom met een merkwaardig netwerk van kale takken, een zwart web met in zijn patroon een regelmaat die echte bomen niet hebben, tenzij je er lang naar kijkt terwijl je van plan bent er meer in te ontdekken. De boom op de binnenplaats van het museum leent zich goed voor zo'n ontdekking. Hoewel deze (voorzover ik het kan beoordelen) een stokoude treurwilg is, terwijl de boom van Mondriaan me meer aan een beuk doet denken, vertonen ze bij langer kijken dezelfde bereidheid om zich tot een patroon van oogvormige lijnen te arrangeren.

Zo kwam het dat ik in het nagebouwde atelier van Mondriaan keek naar de boom die hij 88 jaar geleden heeft geschilderd. Dat was het extra van de tentoonstelling in het Moma. De boom sprak.

Foto's van ateliers hebben al iets mystieks: daar is het dus gebeurd. Het blijft uiteindelijk een raadsel, maar door zo'n foto ben je er dichterbij gekomen. Het raadsel is zichtbaar geworden. Zo is er een foto van Mondriaans atelier aan het Sarphatipark 42, genomen voor hij het had overgeschilderd. Het is een netjes opgeruimde kamer, de kunstenaar zal ook toen al door een pijnlijke zindelijkheid zijn beheerst, maar toch heeft dit tafreel iets van het morsige dat foto's uit de vorige eeuw eigen is. Waaruit bestaat dat? Ten eerste ligt het natuurlijk aan de kwaliteit van het fotografisch materiaal, de zwart-wit nuancen die horen tot het tijdvak van de olielamp, de gaskous en de lampetkan. Dan ligt hier over een canapé in dikke plooien een kleed waarvan je bijna zeker weet dat het donkerbruin is. Daarop zit in gepeins de kunstenaar. Hij heeft nog dik haar, in het midden gescheiden. Er staan drie soepborden op tafel. Verwacht hij gasten of zijn die al vertrokken? In het laatste geval zijn het vuile borden. Een stoel is bekleed met pluche. Een stofnest. (De stofzuiger is van 1901). Op de grond staat een rustieke koperen bak waarvan je niet kunt zien wat erin zit. In een hoek nog een olielamp. Het is een scène uit la vie bohème, en voor onze begrippen buitengewoon onmondriaans.

Van het Sarphatipark naar het nagebouwde atelier in het museum staat gelijk met een sprong van de ene eeuw naar de andere. Hoe heeft de kunstenaar dat zo nauwkeurig, zo omvattend en tegelijkertijd zo geconcentreerd verbeeld? De boom op de binnenplaats heldert het raadsel niet op maar stelt het wel scherper.

Het nageslacht heeft twee motieven om naar de plaats waar het is gebeurd te gaan: uit eerbied, devotie, en dan is het een bedevaart, òf uit nieuwsgierigheid en dan is het hoe dan ook een eerbewijs. Over de eer die men Landru bewijst door naar zijn atelier te gaan, heb ik het verder niet. Op een heuvel ergens bij Leipzig ligt een vlakke steen met een sierlijk geschreven N erin gebeiteld. Daar heeft Napoleon gestaan toen hij zijn troepen voor de Slag bij Jena inspecteerde. Dat komt er al dichter bij: je kunt op die steen gaan staan uit bedevaartsoverwegingen, maar ook omdat je simpelweg nieuwsgierig bent, en dan de illusie hebt dat je zodoende iets meer zult begrijpen van dat raadselachtig brein.

Een goed voorbeeld is de panoramische ets die Rembrandt van de Amsterdamse skyline heeft gemaakt, met de Westertoren, die van de Zuiderkerk en nog een paar. Ga je op de Berlagebrug over de Amstel staan dan zie je nog altijd iets van de wijdheid die Rembrandt drie eeuwen geleden heeft vastgelegd, en al is het maar even, je hebt het gevoel dat de blik van Rembrandt ook die van jou is.

Mondriaan heeft in 1908 de boom in zijn atelier geschilderd. Het nagebouwde atelier in het museum is een heel ander. Maar door het uitzicht op de boom ontstaat een kortsluiting die de verraste toeschouwer even de overtuiging geeft heel dicht bij de oplossing van het raadsel te zijn geweest. Een mooi ogenblik; de mystiek van waar en hoe het is gebeurd.

    • H.J.A. Hofland