Centrum

Ik bedacht het tijdens het kijken naar Walters Hemel, het krakkemikkige toneelschrijfdebuut van zangeres Martine Bijl en later, bij Drie grote vrouwen, een enscenering van Christiaan Nortier van Edward Albee's stuk, dacht ik het weer: wat wij missen in dit land is Toneelgroep Centrum. Dat wil zeggen niet zozeer de groep zelf, als wel waarvoor zij stond. Centrum legde zich vanaf begin jaren zestig tot aan de opheffing, alweer bijna tien jaar geleden, consequent toe op het spelen van modern repertoire en vooral van oorspronkelijk Nederlands drama. Ongeacht de resultaten (wisselend met soms uitschieters), was Centrum het platform voor hier nog onbekende buitenlandse schrijvers en voor dito Nederlands talent.

Het stuk van Albee had uitstekend door Centrum uitgebracht kunnen worden. Ook of juist met Ellen Vogel in de hoofdrol. Het was dan niet, zoals nu, een raar soort blijspel geworden en Vogel, die veel kan en wel degelijk een groot actrice is, zou door een steviger regisseur in de hand gehouden zijn en in goede banen geleid. Nu speelt ze op de lach en haar routine en op het krediet dat ze krijgt van een publiek dat, wat ze ook doet, dol op haar is. Wat een prachtige rol had ze niet gespeeld als ze wat meer in de diepte in was getrokken.

Maar het gemis van Centrum doet zich nog het meest voelen ten aanzien van de Nederlandse toneelschrijfkunst. Martine Bijl was er niet door gered, maar wel anderen, van wie we niets meer of te weinig horen en ongetwijfeld ook schrijvers van wie nog nooit is gehoord, juist omdat Centrum niet meer bestaat. Wim T. Schippers kon er terecht en Paul Haenen, Herman Lutgerink en Gerben Hellinga, Vorstenbosch en Vleugel, journalist Michiel Berkel en Martin Schouten en René Seegers, Jean van de Velde, Jeroen Brouwers en Leon de Winter. Ik doe maar een greep uit het archief en mijn geheugen. Ze schreven hun stukken op verzoek of in de hoop ze te kunnen slijten bij Centrum, ze werden er dramaturgisch begeleid, er was een professioneel apparaat dat de produktie op zich nam, er was een keur van regisseurs en ontwerpers voor handen en de artistiek leider, Peter Oosthoek, was niet de eerste de beste. Bovendien beschikte het gezelschap over acteurs, van wie sommigen (Ingeborg Elzevier, Lettie Oosthoek, Henriette Tol) tot de bekendere garde behoorden.

Centrum deed zijn naam eer aan en nam een perfecte middenpositie in, tussen 'de uitersten' van de grote repertoiregezelschappen en de vrije produkties en tussen het experiment en het ijzeren repertoire. Beginnende schrijvers, die noch bij het ene uiterste noch bij het andere terecht konden of zich er niet thuis voelden, vonden onderdak bij Centrum. Dat gold, wegens de aard van hun werk, trouwens ook voor ervarener collega's. Iemand als Wim T. Schippers 'hoorde' bij Centrum en eigenlijk nog steeds. Die past niet bij een willekeurig, commercieel opererend theaterbureau, want daar is hij te controversieel voor. Maar hij past ook niet bij Toneelgroep Amsterdam, ik weet bijna zeker dat daar niet zijn soort mensen zit.

Dan maar geen Wim T.? Onzin, hoe men ook over zijn werk denkt, hij maakt deel uit van ons culturele landschap en moet het dus ergens kunnen laten zien.

Sinds de opheffing van Centrum zijn mensen als Schippers tussen de wal en het schip beland en is hun werk of niet meer of mondjesmaat en zonder zicht op hun ontwikkeling te zien. Dat is niet goed.

Er moet weer een Centrum komen met een stevige, dramaturgische staf, die bij voorbeeld samenwerkt met de omroepen, al was het maar omdat verschillende potjes het idee financieel haalbaar maken. Iemand die de juiste snaren weet te beroeren van de ambtenaren van kunst-staatssecretaris Nuis moest er maar eens een subsidie-aanvraag voor indienen. De tijd is rijp, de nieuwe Kunstenplan-periode is volop in voorbereiding.