Britta Huttenlocher

Galerie Paul Andriesse, Prinsengracht 116, Amsterdam. T/m 24 febr. Ma t/m vr 10-12.30u en 14-18.30u, za 14-18u.

Vroeger maakte Britta Huttenlocher (Chur, 1962) met behulp van gekopieerde ansichtkaarten en potloodlijntjes collages die op schilderijen leken. Erg op schilderijen leken: van een afstand waren het bijna abstracte doeken, van iets dichterbij waren het besneeuwde bergen en bomen zo mooi dat ze de kitscherige oorsprong van de beelden deden vergeten. Huttenlocher toonde deze nepschilderijen op exposities over de toekomst van de schilderkunst in het kunstcentrum Witte de With in Rotterdam en op 'Der Zerbrochene Spiegel' in Wenen.

Huttenlocher exposeert nu bij galerie Paul Andriesse werken die niet alleen schilderijen lijken, maar het ook zijn. Toch is er weer iets vreemds aan de hand. Vijf grote doeken hangen er in de voorruimte van Andriesse en ze lijken alle vijf uitbundig met verf bedekt. Maar bij vier ervan is dat niet te zien. De doeken zijn bedekt met een dikke laag hout. In de licht gekleurde panelen zijn telkens twee vierkante of rechthoekige stukken vrijgelaten. Daar zindert de kleur: vaak beheerst donker, maar er is ook diep blauw, fel rood, zelfs oranje doet mee. De verf is tamelijk glad, met een paletmes opgebracht; een voorstelling is er niet in te ontdekken, al doen sommige vensters aan de exuberante Japanse bruggetjes van Monet denken.

De tentoonstelling van Huttenlocher, haar eerste solo, is de derde in een korte reeks expositie over schilderkunst bij Andriesse. Net als Jacobs ziet Huttenlocher de toekomst van de schilderkunst niet louter in het schilderen. Ook zij behandelt het schilderij als een voorwerp, het is geen venster meer op de werkelijkheid. Onvermijdelijk roepen deze werken het bekende schilderij van Magritte in herinnering waarop een schilderij op een ezel voor een raam staat en het uitzicht dat het blokkeert onthult. Huttenlocher doet met materiaal net zoiets als Magritte met illusie. Het hout is de lijst, die het schilderij bijna overwonnen heeft. Maar het hout zal nu ook esthetisch beoordeeld worden: de kleur, de nerf van het onbewerkte Amerikaans eiken, de rangschikking van de panelen; de lijst is schilderij geworden.

Toch is het beste schilderij van Huttenlocher op deze expositie het schilderij dat de illusie niet buiten spel zet. De verf heeft hier de kleur en textuur van boomschors en een van de gaten in het doek is langwerpig. Schilderde Huttenlocher een boom? Het is niet te zeggen, omdat de rest van het schilderij niet te zien is, misschien zelfs niet bestaat. Verf en hout wedijveren met elkaar; uiteindelijk gaan ze voor onze ogen in elkaar over.

    • Bianca Stigter