AVRO herdenkt G. Lugtenburg in twee minuten

Nu goed, er was gisteren namens bestuur, directie en medewerkers van de AVRO een advertentie bij de dood van ex-programmaleider Ger Lugtenburg (73), waarin royaal werd vermeld dat hij “een onuitwisbaar stempel” op de AVRO-programma's heeft gedrukt en “als geen ander” in staat was “talenten te ontdekken en te stimuleren in hun ontwikkeling”. Maar in de eigen zendtijd bleef de aandacht voor 's mans overlijden deze week beperkt tot een in memoriam van twee minuten in de vroege vooravond, vlak vóór 7 uur - een tijdstip dat voor Lugtenburg, die bij uitstek een man voor prime time was, op zijn minst ongepast mag heten.

En er was genoeg over Ger Lugtenburg te vertellen geweest. Hij behoorde immers in 1951, na een carrière als radio-omroeper, tot de pioniers van de Nederlandse televisie en bepaalde in grote mate het gezicht van de AVRO tot in de jaren zeventig. Het onvervreemdbare amalgaan van genoeglijk- en genoegzaamheid, samengebald in het toenmalige “avondje AVRO”, werd vooral door hem gekleurd. Niet voor niets was hij degene die de twee steunpilaren uit die jaren - Mies Bouwman en Willem Duys - ontdekte en koesterde, en die daarnaast twee legendarisch geworden commentatoren hun eigen (populaire) rubrieken gaf: Pierre Janssen en mr. G.B.J. Hilterman. Zij groeiden uit tot graag geziene gasten in de Nederlandse huiskamer, precies zoals Lugtenburg dat wilde.

Geen wonder dat de programmaleider van de Algemene, zoals de AVRO nog jarenlang in de wandeling werd genoemd, anderzijds wars was van dissonanten. Hij gaat dan ook tevens de geschiedenis in als de man, die in 1963 ingreep toen H.A. Gomperts, Hans Keller en Con Nicolaï in hun rubriek Literaire ontmoetingen een gedicht van Remco Campert over de verwildering in de eerste naoorlogse jaren wilden laten voorlezen: “...Alles zoop en naaide, / heel Europa was één groot matras / en de hemel het plafond / van een derderangshotel.” Na een conflict met de programmamakers ging de uitzending niet door. De rel haalde volop de publiciteit, maar Lugtenburg kon onbedoelde steun putten uit het feit dat geen enkele krant daarbij het gewraakte woord durfde af te drukken. Zo schreef de NRC over een woord dat in minder platte zin “naald en draad hanteren” betekende.

Na zijn pensionering was Lugtenburg, tot zijn overlijden, actief voor het Nederlands Omroepmuseum. Hij stelde onder meer een belangwekkende serie grammofoonplaten samen met opnamen uit de vooroorlogse omroeparchieven, die vorig jaar ook op cd is uitgebracht. Zo bleek hij over veel meer historisch besef te beschikken dan zijn eertijdse werkgever, die zich er deze week afmaakte met twee nauwelijks bekeken minuten in de vooravond.