Angst voor het afvoerputje; Liesbeth Coltof over de veiligheid van kindertoneel

Dit seizoen regisseert Liesbeth Coltof klassieke stukken als Ibsens 'Peer Gynt' en Ionesco's 'De koning sterft' voor kinderen. Deze week gaat 'Stil, de trommelaar' in première, een bewerking van Brechts 'Moeder Courage' “We moeten natuurlijk voorkomen dat we als ouwe sokken toneel aan het maken zijn met een totaal verkeerd beeld van wat de jeugd eigenlijk is.”

Stil, de trommelaar. 28/1 en 31/1 in De Krakeling Amsterdam. Daarna tournee. Info: 020-6229328

Over Moeder Courage en haar kinderen is veel gezegd en geschreven, maar waarschijnlijk nog nooit dat het zo'n geschikte tekst voor kleuters zou zijn. Het is dan ook een hard, cynisch stuk dat Bertolt Brecht schreef toen de Tweede Wereldoorlog op uitbreken stond. Toch gaat binnenkort bij Huis aan de Amstel onder regie van Liesbeth Coltof Stil, de trommelaar in première. 'Naar Moeder Courage', staat er op het script van Roel Adam.

Voor Moeder Courage betekent de oorlog handel, maar ook angst om haar kinderen op het slagveld te verliezen: 'pas op mijn kind / koud is de wind / vurig de strijd / ik wil je niet kwijt / vraag 't aan de wind / vraag 't aan de zon / er is geen kind / dat ooit een oorlog won'.

Zo kapt de marketentster het gezang af, waarin op een strijdlustig voortmarcherende melodie de oorlog wordt aangeprezen als een feest voor flinke kerels. In een vroeg stadium stond vast dat er vijf liederen in het stuk moesten komen: een slaaplied, een heimweelied, een lied van de marcherende soldaten, een verkoop- en een bevrijdingslied. Zo ontstond het stramien voor de elementen, waar het volgens Coltof om draait. De plaats van Courage's stomme dochter Katrien is ingenomen door een zoon, met de symbolische naam Stil. Omdat hij niet kan praten schildert Stil zijn gedachten, zodat het publiek kan zien wat er in hem omgaat. Op enorme vellen papier kwast hij met brede streek en grote hardnekkigheid een huisje of een gezellige kamer neer. Zoals Katrien een man wil, droomt Stil van een huis, een plek om te blijven.

Sinds de oprichting in 1989 is Liesbeth Coltof (1954) artistiek leidster van het toonaangevende jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel. De groep speelt gemiddeld 165 voorstellingen per jaar (half openbaar en half besloten voor het scholencircuit), wat een kleine 25.000 bezoekers en 21 procent eigen inkomsten oplevert.

Anderhalf jaar geleden nam Huis aan de Amstel deel aan een gezamenlijk geproduceerde voorstelling, waarmee vijf Europese gezelschappen langs vluchtelingenkampen in Kroatië reisden. Coltof vertelt hoe deze ervaring voor haar een aantal zaken op scherp zette: “De gesprekken met die kinderen draaiden onveranderlijk om het gemis van vastigheid: elke dag naar school, het hebben van een huis, van vriendjes. Voor hen was het verlies daarvan misschien wel ingrijpender dan de gruwelijkheden van de oorlog. Wij waren daar in juni en de Adriatische zee lag strak blauw op één minuut afstand, maar zij vonden het erg dat het vakantie was.

“Zo is bij ons dit seizoen centraal komen te staan wat het betekent om wortels te hebben. Niet alleen in oorlogssituaties, ook in ons land groeien mensen op die basale geborgenheid missen. Volgens een recent onderzoek zijn er in de grote steden bijvoorbeeld steeds meer kinderen die voor zichzelf en hun jongere broertjes en zusjes moeten zorgen, omdat om allerlei redenen het gezinsleven uit elkaar valt. Ik wil het absoluut niet hebben over het gezin als hoeksteen van de samenleving, maar wel over het belang om ergens bij te horen. Onze bewerking van Moeder Courage gaat over een kind dat zo verscheurd wordt door dat voortdurend onderweg zijn, dat het niet meer spreekt en zich heeft teruggetrokken in het alleen maar kijken.

“De figuur van de stomme Katrien, die zich bij Brecht op de achtergrond bevindt, is het middelpunt geworden. Ook al is ze fysiek geen kind, toch vertegenwoordigt ze het kinderlijk bewustzijn. Zij verlangt naar vrede en naar een man, maar die wens staat haaks op het opportunisme van de volwassen wereld. De stem van kinderen is vaak te zacht om gehoord te worden en volwassenen luisteren slecht. Aan het eind stelt Katrien een daad: zij trommelt de slapende stad wakker. Ook bij ons verheft Stil zijn stem. Hij heeft lang genoeg gezwegen, hij gaat niet meer mee.”

Pinter

Naast Brecht brengt Huis aan de Amstel nog twee klassiekers. Shakespeare's Romeo en Julia ging twee maanden geleden in première en in maart volgt De huisbewaarder van Pinter. Het gezelschap heeft besloten te gaan werken met een kerngroep van zeven acteurs en Coltof zag achter elke speler als het ware een stuk opdoemen. “Ik ben geen regisseur die iets compleet in het hoofd heeft, dat oplegt aan de spelers, die dan moeten proberen dat heel goed te doen. Acteurs hebben een belangrijke inbreng. Daarom wil ik nu graag met een vast ensemble gaan werken, want op het moment dat je elkaar kent, kun je de invloed van een ander groter laten zijn.”

Met de regie van Euripides' Iphigeneia in Aulis, Ibsens Peer Gynt en De koning sterft van Ionesco toonde Coltof al eerder haar affiniteit met het klassieke repertoire. Ook deze stukken werden niet integraal gespeeld, maar net als in het geval van Brecht op een jong publiek toegesneden. Coltof: “Al die klassieke teksten gaan over de wezenlijke dingen van het leven en volgens mij ben je daar in je jeugd wel degelijk mee bezig. Ik vind het lastig om onzin te maken voor kinderen, ik wil het echt over iets hebben met ze, hoe vrolijk en mooi we het ook aankleden. Ik heb heel vroeg mijn moeder verloren, in een tijd waarin je met kinderen over zulke dingen niet sprak. Er werd alleen een beetje meewarig over je hoofd geaaid. Ik heb dus jong ervaren wat het betekent als je kinderen in de grote dingen van het leven niet serieus neemt. Met het toneel ontdekte ik een methode om iets te vertellen, die een zekere veiligheid biedt: onder het mom van 'net alsof' kun je een heleboel zeggen.

“Wat mij drijft is het verlangen om te spreken waar volwassenen zwijgen. Bij sommige onderwerpen kan het alleen lang duren tot ik de ingang voor kinderen heb gevonden. Ik heb bijvoorbeeld een casestudy over een jongen die zijn moeder vermoordt. Dat fascineert me. Voor volwassenen zou ik daar iets mee kunnen, voor kinderen nog niet. Waar ik naar zoek, is een bepaald zinnetje, dat de kern of zo je wilt de ziel van de voorstelling verwoordt. In Moeder Courage is dat: wat is het belang van ergens horen en ergens blijven? Bij Romeo en Julia: hoe is het als je van elkaar houdt, maar van je ouders geleerd hebt om elkaar te haten? Zolang ik zo'n zinnetje niet heb, kan ik geen voorstelling maken. Het is de poort tot het verhaal, het ijkpunt waar je alles wat je doet aan afmeet. Voor De huisbewaarder wordt het: wie is er hier de baas?

Clowns

“Bij Romeo en Julia wilde ik dat twee acteurs alle rollen speelden, zodat liefde en haat ook lijflijk in één persoon verenigd zouden zijn. Bij Pinter weet ik zeker dat ik iets met clowns wil. Tussen clowns gaat het immers altijd over macht: de baas spelen, pesten, klappen uitdelen aan de underdog die dan vaak weer de slimste is.”

Coltof benadrukt het belang van het detail. “Vraag aan volwassenen wat voor schoenen een acteur aan had en bijna niemand weet het. Bij jonge kinderen is dat geen enkel punt. Volwassenen zien het waarschijnlijk wel, maar registreren het als niet belangrijk. Ze hebben in hun hoofd al een hele hiërarchie opgebouwd. Kinderen zien het grote verband via het detail. In onze versie van Ionesco's De koning sterft zat een lange, op de milimeter geregisseerde scène waarin de knecht stofzuigt en de koning op de bank ligt. De koning is bang voor die stofzuiger. Veel kinderen kennen de angst om door het putje van het bad te verdwijnen, of doorgetrokken te worden door de wc. Dat is een doodsbeeld en daar sloot die stofzuiger bij aan. Daar kun je iets zichtbaar maken dat uitgaat boven de strakke lijnen die je met de taal trekt. Juist als je voor kinderen werkt, moet je aandacht besteden aan wat de dingen kunnen vertellen.”

Met haar klassieken-trilogie maakt Coltof drie kleine producties, die gemakkelijk in scholen zijn uit te proberen. “Meestal beginnen de try-outs pas twee weken voor de première en dan ben je al zo ver klaar dat het alleen nog een kwestie van slijpen is. Nu hebben we ons in een veel vroeger stadium voor de leeuwen geworpen. Ik was onzeker over Stil. Ik ben helemaal niet van de bijtjes en de bloemetjes, maar het publiek moet niet helemaal door elkaar geschud een voorstelling uitkomen. De beelden mogen nooit zo dwingend zijn dat er geen ruimte blijft om weg te kijken. Bij de eerste doorloop werd er veel meer gelachen dan we verwachtten en ik bleek me meer stiltes te kunnen veroorloven. Het ging goed zolang Stil op het toneel was. Zodra hij verdween ging het publiek als het ware met hem mee. Die ervaringen brachten ons een heel stuk verder.

“Je bent in het jeugdtheater constant bezig om de grenzen van wat kan te verleggen, terwijl je tegelijkertijd probeert niet te ver boven de hoofden van je publiek uit te komen. We hebben ons jaren geconcentreerd op artistieke kwaliteit. Nu ontstaat er opnieuw behoefte om te peilen wat er leeft onder het publiek. We moeten natuurlijk voorkomen dat we als ouwe sokken toneel aan het maken zijn met een totaal verkeerd beeld van wat de jeugd eigenlijk is. Een punt is ook of we niet alleen voorstellingen brengen voor keurige witte kindertjes. De maatschappij en met name die in Amsterdam is ingrijpend veranderd sinds ik twintig jaar geleden begon.”

Trompet

In het buurttheater waar ik een try-out van Stil, de trommelaar zie, zitten inderdaad hooguit drie niet gekleurde kinderen in de zaal. Nadat Stils kleren zijn afgepakt door gemene soldaten trekt moeder Courage haar kind tegen zich aan en zingt een troostend en voor haar doen teder slaaplied. In de stoel voor mij zakt een donker jongetje steeds verder opzij, tot hij vast in slaap is. Pas bij het slotapplaus schrikt hij wakker. Coltof grinnikt: “Dat schrijf ik niet helemaal op het conto van de voorstelling. Hij zal ongetwijfeld moe geweest zijn, maar hij ging er ook echt in mee. Kleuters zijn het enige publiek dat alles gelooft wat je doet. Hun contact met de magie van het theater is nog ongeschonden. Op het toneel zegt Moeder Courage, terwijl ze met haar rug naar de zaal de coulissen inkijkt: 'de Rooien vluchten, de Blauwen komen eraan!' Na afloop vertelt een meisje dat ze het allemaal prachtig vond, maar één ding wel heel eng, 'dat die hele stoet Blauwen eraan kwam'. Er was op dat moment helemaal niets te zien, er was alleen dat ene zinnetje. Een andere keer sprong een jongetje op en begon mee te slaan op een denkbeeldige trommel voor zijn buik. De leerkracht vond dat hij weer moest gaan zitten. Toen pakte hij van de grond een denkbeeldig tasje. Hij ritst het open, houdt juf in de gaten en zet een trompet aan zijn mond!

“Af en toe zitten mijn ambities als volwassen theatermaker mij in de weg. Dan neemt het oordeel van volwassenen over wat ik doe en wie ik ben even een tè belangrijke plek in. Maar wanneer ik tussen die kleinen zit, denk ik: niemand ziet dit, maar hier bespeelt een kind een denkbeeldige trompet en trotseert bovendien nog de juf. Dan ben ik diep tevreden.”

    • Bregje Boonstra