Zonsverduistering door tienduizenden spreeuwen

HOOGEVEEN, 25 JAN. Elke dag om vijf uur wordt het plotseling donker bij reclamebureau Vanhaasteren in Hoogeveen. Directeur R. Stoel weet: ze zijn er weer. “Het lijkt wel een zonsverduistering. Ineens vliegen er tienduizenden spreeuwen boven ons dak.”

Voor Stoel is het dan tijd om samen met zijn buurman van de leesportefeuille het sparrebosje in te lopen om de spreeuwenkolonie op te jagen die zich al een maand in de bomen verschanst. Op dat tijdstip namelijk komen de twee slechtvalken en de havik van valkenier J. de Vries in touw. De roofvogels scheren door de lucht om de ongeveer 80.000 spreeuwen de stuipen op het lijf te jagen.

Stoel is een vogelliefhebber, maar hij is de spreeuwenplaag na een maand toch flink zat. Elke dag moeten de auto's van zijn medewerkers worden schoongemaakt omdat er vogelpoep aan kleeft. De ramen van het glasrijke pand krijgen elke week een wasbeurt. Als de spreeuwen definitief weg zijn moet de mest van de muren van het vorig jaar geschilderde onderkomen worden geborsteld. “Ja, met een borstel, want met een hogedrukspuit krijg je het er niet af.” Bezoekers en medewerkers van het reclamebureau aan de Industrieweg zetten een paraplu op of steken een stuk karton boven hun hoofd als ze naar hun auto's lopen. Ter bescherming tegen de uitwerpselen.

Stoel houdt zijn hart vast als het straks gaat dooien. “Er ligt hier centimetersdikke spreeuwenmest en dat gaat dan natuurlijk gigantisch stinken.” Ook medewerkers van de leesportefeuille klagen over de doordringende ammoniaklucht van de spreeuwenpoep.

Stankoverlast gaven ook ongeveer 400 half opgevreten spreeuwenkadavers, die afgelopen week werden opgeruimd omdat ze ongedierte aantrokken. Valkenier De Vries: “Een aantal spreeuwen is gegrepen door twee sperwers die hier rondvlogen. Sperwers zijn heel felle spreeuwenjagers. Vooral de oude en jonge spreeuwen met een slechte conditie konden niet tegen de kou en gingen dood.”

De valkenier, in het dagelijks leven gemeenteambtenaar, heeft de indruk dat een deel van de spreeuwen is vertrokken, dankzij zijn slechtvalken. Een week lang laat hij ze elke morgen en avond los op de zwerm spreeuwen. Als extra verschrikking zet De Vries gil- en knalapparaten in werking en steekt hij vuurpijlen af. De valkenier werd eerder ingeschakeld voor het verjagen van roeken en meeuwen. Het verdrijven van spreeuwen was voor hem nieuw, maar hij hoopt de klus deze week geklaard te hebben.

Stoel ziet als uiterste oplossing: de opgeschoten sparren, ooit bedoeld voor de verkoop als kerstboom, te kappen. “Die bomen gaan toch dood. De takken staan al stijf van de vogelpoep en onder de sparren ligt een dikke laag vogelmest.” G. van der Scheer, die bij zijn groothandel aan de Industrieweg woont, had 's nachts vooral last van het gekwetter van de vogels. “Eén spreeuw hoor je al piepen, maar zoveel duizenden produceren een enorm lawaai. Ik deed geen oog dicht.” Nu de valkenier is ingezet slaapt Van der Scheer een stuk beter. “De geluidsoverlast is gelukkig nu minder.”

Bijna drie jaar geleden werd een woonwijk in het Friese Jubbega ook geplaagd door een kolonie spreeuwen. Knallen, bandjes met angstkreten van soortgenoten en zoute haringen in de bomen konden de vogels toen niet verjagen. Als de spreeuwen nog even blijven, hebben de Hoogeveense ondernemers slechts één troost: de zwerm vliegt in elk geval eind februari, begin maart richting Siberië. En dan maar hopen dat ze volgend jaar een ander onderkomen uitkiezen.

    • Karin de Mik