Ze wisten dat ik wat bureaucratisch porselein kon breken; Richard Holbrooke over de vrede in Bosnie

KÖNIGSWINTER, 25 JAN. In de gang van slot Petersberg, het gastenverblijf van de Duitse regering in Königswinter bij Bonn, kijken drie Amerikaanse diplomaten ongedurig in het rond: waar blijft Richard Holbrooke? De Amerikaanse architect van het vredesakkoord voor Bosnië, die hier deelneemt aan een conferentie, heeft om half negen vanochtend een ontbijt met deze krant.

Holbrooke is niet op zijn kamer. “Hij rent net het hotel uit achter een stel Scandinaviërs aan”, zegt een van de medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Bonn grappend over zijn befaamde actieradius. Holbrooke was hun ambassadeur, voordat hij in 1994 onderminister van buitenlandse zaken werd. “Deze man ontbijt met twee telefoons aan zijn hoofd”, zegt een ander.

Plotseling komen uit onvermoede richting twee mannen de gang in. Links Richard - Dick - Holbrooke (54), werkzaam in de regeringen-Johnson, -Carter en -Clinton met tussendoor een topbaan op Wall Street, rechts een van zijn leermeesters: Henry Kissinger, die in het niet valt bij de boomlange Bosnië-bemiddelaar. “Waar is Vaclav Klaus?”, roept Holbrooke met zijn Newyorkse tongval. “Ik moet premier Klaus [van Tsjechië] spreken.” Een interview? “Ik weet niets van een interview”, zegt hij. Terwijl Kissinger iedereen de hand schudt, gaat Holbrooke Klaus zoeken. “Hij acteert”, zeggen zijn drie begeleiders kalm en tonen zijn schema.

Na een paar seconden is Holbrooke terug. Alsof er niets aan de hand is, neemt hij plaats aan de ontbijttafel, tegen de achtergrond van een beige wandtapijt met een tafereel van ridders die onderhandelen over vrede. Holbrooke, die op 21 februari aftreedt om zich aan zijn nieuwe [derde] huwelijk te wijden, verontschuldigt zich: “Ik heb maar vijftien, twintig minuten.” Het worden er uiteindelijk veertig. Holbrooke praat trefzeker en ontspannen, op zachte toon, met af en toe een vrolijke eruptie. U bent nu de meest geprezen Amerikaanse diplomaat, maar een paar maanden geleden nog was u binnen de regering de hardnekkigste criticus van het Amerikaanse Bosnië-beleid. Hoe reageerde u toen minister van buitenlandse zaken Warren Christopher u vroeg een Amerikaans vredesinitiatief te gaan verkopen aan de strijdende partijen?

“Ik vond dat prima. Daarom ben ik in de eerste plaats [als ambassadeur] uit Duitsland weggegaan. De president vertelde mij dat de VS het Bosnië-beleid wilden overnemen.”

Maar vorig voorjaar noemde u Bosnië de “grootste gezamenlijke veiligheids-blunder van het Westen sinds 1930”.

“Dat was het ook.”

Dacht u niet: ze laten mij het vuile werk opknappen?

“Ik was altijd geïnteresseerd geweest in de onderhandelingen over Bosnië. Ik heb als burger in 1992 twee reizen naar Bosnië gemaakt, op eigen kosten. Ik heb daar gewerkt voor de vluchtelingenprogramma's. Ik wilde zien of ik de oorlog kon helpen beëindigen.”

U was in augustus en december 1992 in Banja Luka en op andere plaatsen in Bosnië, u zag de etnische zuiveringen en maakte er video-opnamen van. U schreef een notitie van dertien pagina's aan Christopher en Anthony Lake, de nationale veiligheidsadviseur, waarin u suggesties deed en aanbood voor de nieuwe Democratische regering aan Bosnië te gaan werken. U heeft daar nooit antwoord op gekregen.

“Dat is juist.” Holbrooke kijkt met pretogen door zijn Calvin Klein-bril.

Hebben zij ooit nog naar dat memo verwezen?

“Nee.”

Bent u er ooit nog over begonnen?

Holbrooke prikt van zijn roerei met worstjes en zegt: “Life goes on. Het grappige is dat ik dat memo niet kan vinden. Het zit ergens in mijn dozen met papieren. Nu ik de regering verlaat, hoop ik het te vinden.”

In mei vorig jaar, toen de Bosnische Serviërs honderden VN-blauwhelmen gijzelden, belde u op de dag van uw huwelijk [met de Hongaars-Amerikaanse publiciste Kati Morton] vanuit Boedapest naar Washington met het advies: 'zeg dat ze de gegijzelden binnen 48 uur vrijlaten, anders bombarderen we ze naar de hel'.

“Dat was zondag 28 mei. Het was het laatste telefoontje voordat ik de deur uitging naar mijn huwelijksvoltrekking. Ik belde naar Washington en zei: ik ga zo trouwen, ik ben op huwelijksreis, maar dit is wat ik vind. De mensen aan de telefoon dachten dat ik dronken was, omdat ik ging trouwen.”

Een paar maanden geleden was u zo gefrustreerd - ook door de bureaucratie in Washington die u een “gigantische impasse-machine” noemde - dat u overwoog terug te keren naar Wall Street.

“Ik kéér nu terug naar Wall Street. Ik heb een nieuwe vrouw, een nieuw gezin. Ik had me al voorgenomen om weg te gaan. Ik heb mijn vertrek uit de regering uitgesteld vanwege deze missie.”

Maar u was ongelukkig in uw baan, gefrustreerd. U zei het in een vraaggesprek.

“Ik ben niet goed geciteerd. Ik sprak over de frustratie van het werken voor de overheid in zijn algemeenheid.”

Er is ook een persoonlijke ironie in uw betrokkenheid nu: naar verluidt is er op het State Department niemand die meer bewonderd en gehekeld wordt dan u, wegens uw brille en ambitie. Typeringen van u zijn 'Hurricane', 'Raging Bull', 'Gargantua' en 'uw eigen ergste vijand'.

“Dat laatste is zeker waar: de meesten van ons zijn hun eigen ergste vijand. Ik geloof niet dat ik de meest gehekelde en ook niet de meest bewonderde persoon van het State Department ben. Ik had een klus te klaren. En ik pas mijn handelingen aan mijn werk aan. Hier in Duitsland was iedereen aardig. In Washington, werkend aan Bosnië, was het een moeilijke situatie.”

Als iemand u in 35 seconden niet zijn standpunt kan geven, gooit u hem het raam uit, zegt men.

Holbrooke kijkt grijnzend naar de woordvoerder van de Amerikaanse ambassade in Bonn: “Is dat waar? Ik gaf jou altijd zeker 45 seconden.” Dan verstrakt zijn gezicht: “Regeringswerk is een serieuze zaak. Bosnië is een serieuze zaak. Mensen sterven. Als je een baan aanneemt waarbij leven en dood op het spel staan, doe je het beste wat je kan. Het is onverantwoordelijk om er slechts mee om te gaan als een situatie van zelfverheerlijking. Dus, ik heb mij zelf in deze baan gestort. Dat was de aard van de baan.”

Maar zijn er specifieke eigenschappen waarom men u uitzocht voor dit werk?

“Ik was een jong lid van het team dat onderhandelde over de vrede in Vietnam in Parijs, 1968. Ik ben al eerder onderminister van buitenlandse zaken geweest en heb met de Chinezen onderhandeld over de normalisering van de relatie. Ik ben een van de meest ervaren mensen in de regering-Clinton. Ze wisten dat ik bereid was wat bureaucratisch porselein te breken, indien nodig.”

U heeft altijd geprobeerd in het buitenlands beleid een middenweg te volgen tussen moralisme en een Kissinger-achtig pragmatisme.

“Een juist buitenlands beleid van de Verenigde Staten moet zowel strategische belangen als humanitaire en door waarden gedreven belangen bevatten. We moeten niet kiezen tussen Woodrow Wilson en Theodore Roosevelt, om Kissingers vergelijking uit zijn boek Diplomacy te gebruiken. We moeten de twee combineren om succesvol te zijn.”

Heeft uw Europese of joodse achtergrond u beïnvloed bij uw standpunten over Bosnië?

“Misschien wel. Mijn beide ouders waren vluchtelingen. Ik heb veel tijd van mijn leven doorgebracht in Europa. Ik heb me altijd sterk betrekken gevoeld bij vluchtelingenkwesties. Mijn zoon werkt aan vluchtelingenkwesties in Thailand. Zo zit er misschien onder dit alles toch wel een patroon dat je op het moment zelf niet ziet.”

Wat veranderde de houding van president Clinton ten aanzien van Bosnië vorige zomer?

“Hij stond voor een dilemma: de Verenigde Staten zouden hoe dan ook betrokken raken. Dat heeft hem erin getrokken.”

Met betrokkenheid bedoelt u: de VN-vredesmacht weghalen of grondtroepen sturen?

“Precies. De val van Srebrenica was zoiets verschrikkelijks - meer voor uw land dan voor wie ook. Maar het was verschrikkelijk voor ons allen.”

Faalden de Nederlandse VN-soldaten?

“Nee, de Verenigde Naties. En Nederland was het tragische land dat toevallig ter plekke was. Ik heb met uw koningin en met uw leiders gesproken over het Srebrenica-dilemma een maand vóór de tragedie. Iedereen wist dat de Nederlandse troepen op de meest gevaarlijke plaats van het land zaten. Ik heb alleen maar begrip voor de tragedie die de Nederlanders in Srebrenica is overkomen.”

Hadden de komende presidentsverkiezingen invloed op het dilemma van president Clinton?

“Geen invloed.”

Helemaal geen invloed? Ook niet de angst voor de Republikeinen?

“Nee, dit zou hoe dan ook gebeurd zijn. Verkiezingen zijn verkiezingen. Dit werd niet veroorzaakt door verkiezingen. Maar door de gebeurtenissen die op 'Srebrenica' volgden. Dat was het keerpunt.”

Had u, toen u in augustus aan het diplomatieke initiatief begon, een solide plan?

“Nee. Er was een beslissing een uiterste poging te wagen om te zien wat er gedaan kon worden. We hadden een serie uitgangspunten: samenhangende vredesovereenkomst, economische wederopbouw, oorlogsmisdaden. Maar we hadden geen plan. We hadden een reeks standpunten, maar die moesten worden herschapen in een vredesplan. En dat vormde zich gaandeweg.”

U heeft daarbij de menselijke dimensie....

“niet onderdrukt. Waar draait het leven anders om?”

In september zat u in Genève tijdens de persconferentie na het eerste tussenakkoord met tranen in uw ogen toen u posthuum eer betoonde aan Robert Frasure, Joseph Kruzel en Nelson Drew, de drie collega's die in uw nabijheid bij een ongeluk op de berg Igman bij Sarajevo waren omgekomen.

“Bob Frasure was mijn plaatsvervanger. Ik voelde ... eh ... Ik had hem daar mee naartoe genomen, ik had hem daar naar toe gestuurd. Hij wilde niet gaan. Zo, dat was erg emotioneel. Het was verschrikkelijk.”

Heeft dit ongeluk uw team nog vastberadener gemaakt: deze drie mensen zijn niet voor niets gestorven?

“Natuurlijk. Natuurlijk. Je zegt bij jezelf: to hell with it all. No more kidding around.”

Vanaf het begin had uw pendelmissie een bijna manisch tempo.

“Het was niet manisch, maar vastberaden. Wij wilden nog voor de winter een overeenkomst. De militairen waren zo ongerust dat ze het nog sneller wilden. Het laatste dat zij wilden, was 60.000 soldaten midden in een winter op de Balkan plaatsen. En kijk maar naar de moeite die we gehad hebben om de rivier de Sava over te steken: ze hadden gelijk. De militairen wilden de overeenkomst nog een maand eerder.”

Had de hoge snelheid ook een tactische reden: geef de partijen niet maanden de tijd om alles te overdenken?

“Dit is een erg belangrijk punt. Als je de mensen op de Balkan een week geeft, nemen ze een week. Als je ze een maand geeft, nemen ze een maand. Geef je ze een jaar, nemen ze een jaar. En terwijl ze praten, worden hun houdingen tegenover elkaar slechter en slechter.”

De Servische president Milosevic speelde een sleutelrol in uw missie. Was uw strategie gericht op een politieke heruitvinding van Milosevic, van potentiële oorlogsmisdadiger tot staatsman?

“The New York Times schreef dat. Maar wij hebben Milosevic niet opnieuw uitgevonden. Hij blijft exact wie hij altijd is geweest. Hij heeft zijn doelen en tactieken gaandeweg gewijzigd. En daar hebben wij van geprofiteerd, door de opening te benutten.”

Uw president zei tijdens zijn verkiezingscampagne dat er een onderzoek tegen Milosevic moest komen wegens 'misdaden tegen de menselijkheid', een maand geleden schudde hij Milosevic de hand bij de ondertekening in Parijs. Wat is er gebeurd in de tussentijd?

“Milosevic besloot de oorlog te beëindigen, die hij begonnen was.”

Vindt u dat hij vervolgd moet worden wegens oorlogsmisdaden?

“Dat moet aanklager Goldstone [van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag] uitmaken.”

Dat is een formeel antwoord.

“Het is mijn antwoord. President Clinton citeert graag premier Rabin ter verklaring hiervan: je sluit geen vrede met je vrienden.”

U lijkt een goede relatie met Milosevic te hebben opgebouwd.

“Ik weet niet wat voor relatie Milosevic en ik hebben. We onderhandelen slechts met elkaar.”

Hij noemt u Dick, en u hem Slobodan?

“Nooit, nooit. Ik noem hem altijd 'mister President'. Hij noemt mij geen Dick.”

Milosevic is weg van de Amerikaanse cultuur [van de films, van New York]. Heeft u daar gebruik van gemaakt?

“Een klein beetje. Hij houdt erg van de Amerikaanse cultuur. Hij bewondert Amerika. Hij respecteert Amerika. Maar ik wil één ding duidelijk zeggen: alle drie de presidenten, Milosevic, Tudjman en Izetbegovic, wilden dat de VS de onderhandelingen overnamen. Dit is een erg belangrijk onderwerp voor Europeanen: waarom moesten de Amerikanen er weer instappen en een zaak in handen nemen, waarvan de Europese Unie in 1991 had gezegd dat het een Europese kwestie was?

“Izetbegovic, Milosevic en Tudjman haten elkaar, maar ze houden allemaal van de Verenigde Staten. En ze wilden allen de VS terug. Dat is ook het geval op Cyprus, waar wij dit jaar een initiatief zullen nemen. De Grieken, de Turken en de Cyprioten willen allemaal Amerikaans leiderschap.

“Veel Europeanen zijn ambivalent: waarom moet Amerika zich weer opdringen? De waarheid is dat de Amerikaanse bevolking niet betrokken wil raken in deze zaken. Maar de situatie is nu zover gekomen dat alleen de Amerikanen bepalend zijn. Wat gaat er fout in het leiderschap van de Europeanen dat ze deze problemen niet zelf aankunnen?”

U heeft gezegd dat de les van Bosnië is dat als de NAVO eensgezind en vastbesloten achter het beleid staat, alles werkt. Is het niet zo dat de Bosnische Serviërs in augustus simpelweg naar de onderhandelingstafel zijn gebombardeerd? U heeft die koppeling met uw diplomatieke missie nooit publiekelijk toegegeven, maar die was er toch wel?

“Oh natuurlijk. De bombardementen waren heel belangrijk en gaven onze onderhandelingen duidelijk meer kans op succes.”

Plotseling zegt hij tegen de fotograaf: “Waarom neem je eigenlijk een foto als ik aan mijn neus krab?” Holbrooke schiet in een onbedaarlijke lachbui. Hij trekt clowneske gezichten en maakt piepende geluiden, in een poging de fotograaf te vlug af te zijn. Ten slotte richt hij zijn hand in de vorm van een pistool in de lens: “That's the one you want!” Eén seconde later kijkt hij weer ernstig.

Een van de grote verrassingen was het zogeheten 'Patriarch-document': Milosevic kreeg met steun van de Servisch-orthodoxe patriarch een schriftelijke volmacht van de Bosnisch-Servische leiders Karadzic en Mladic om namens hen te onderhandelen.

“Dat was de grootste verrassing van de eerste fase. Zonder dat document, getekend vóór de bombardementen, zouden er geen onderhandelingen zijn geweest. Na zestien maanden waarin de wereld zich afvroeg wie er zou onderhandelen voor de Bosnische Serviërs, was het antwoord: Slobodan Milosevic.”

Op 14 september was er weer een verrassing: u zat met uw team bij Milosevic in zijn jacht-verblijf toen hij daar plotseling Karadzic en Mladic te voorschijn haalde om te onderhandelen over een wapenstilstand bij Sarajevo.

“Wij wisten van het begin af aan dat Karadzic en Mladic eens zouden opduiken. Wij hadden daar onderling veel over gepraat en ons er psychologisch op voorbereid.”

Wat dacht u toen u ze zag?

Bijna fluisterend: “Het was erg schokkend. Erg schokkend. We wisten dat het een keer zou gebeuren, we wisten alleen niet waar en wanneer. Ik had tegen ieder lid van onze delegatie gezegd dat ze niet hoefden deel te nemen, als ze dat niet wilden. Ze hoefden geen handen te schudden, als ze dat niet wilden. Het ging hier om een belangrijke morele kwestie.”

Hoe ging u zelf om met het morele dilemma dat u op dat moment met moordenaars moest onderhandelen?

“Ik dacht aan [de Zweden] Wallenberg en Bernadotte die met Himmler en Eichmann onderhandeld hadden om mensen te redden die nog steeds in leven waren. Ook al onderhandelden ze met moordenaars, zij vonden dat een rechtvaardige morele beslissing. So we did it, but it wasn't fun. Het was een verschrikkelijk moeilijke onderhandeling. Die ene dag duurde het dertien uur.”

Tijdens uw missie heeft u geschreeuwd tegen dan weer Koljevic, de vice-president van de Bosnische Serviërs, tegen Mladic of de Bosnische minister van buitenlandse zaken Sacirbey. U heeft ook voor de ogen van Milosevic een onderhandelingspapier verscheurd. Waren dat momenten waarop u móést koeioneren?

“Ja. Je moet ze een beetje op de huid zitten. Maar ik ben geen bullebak. I'm a nice guy.”

Nice guy?

“Als je altijd met dezelfde vlakke, monotone stem praat, redelijk en rationeel, met mensen die moordenaars zijn, met mensen die slachtoffers zijn maar koppig zijn en in de val zitten, dan kom je nergens.”

Tijdens de onderhandelingen in Genève had u een zware aanvaring met de Bosnisch-Servische leider Koljevic, en op de gang van het Waldorf Astoria in New York voer u uit tegen de Bosnische minister Sacirbey.

“Dat voorval met Koljevic was absoluut gepland. Dat was gemakkelijk. Koljevic zei dat hij weg zou lopen. Ik wist dat hij niet kòn weglopen, omdat Milosevic hem dan zou afbranden. Dus zei ik: ga je gang, loop maar weg, de camera's staan daar, we gaan door zonder jou.”

Moet een goede onderhandelaar ook een goede acteur zijn?

“Een goede onderhandelaar moet weten wat zijn doelen zijn. Hij mag nooit zijn doel uit het oog verliezen en dat is erg moeilijk als de zaken zo emotioneel liggen.”

Wanneer was het moeilijkste moment? In Dayton [waar in november na drie weken onderhandelen het vredesakkoord tot stand kwam]?

“Dayton was verreweg het zwaarst. De moeilijkste momenten waren er toen we probeerden de Bosnische regering te laten inzien dat ze moest kiezen tussen volledige rechtvaardigheid - wat betekende: geen vrede - of enkele kleine concessies in ruil voor vrede. Je morele sympathie lag bij de Bosnische moslims, maar objectief gezien hadden ze al negentig procent bereikt van wat ze wilden. Zij moesten dus kiezen tussen negentig procent en niets. Zij konden geen honderd procent krijgen.”

Daarom onthaalde u de Bosnische premier Silajdzic op een kaviaar-diner in restaurant l'Auberge in Dayton. Op de laatste avond heeft u tegen hem geschreeuwd: 'Jij gooit dit allemaal weg voor een paar bergruggen'.

“Heb ik dat gezegd? Dat was mijn gevoel, ja.”

Bent u nooit in paniek geraakt? De volgende ochtend in Dayton stond u onder de douche al na te denken over uw speech waarin u ging meedelen dat het vredesoverleg was mislukt.

“Ik was niet in paniek, maar erg gedeprimeerd. Ik had drie dagen lang bijna niet geslapen. En ik kon niet geloven dat de Bosnische regering alles ging weggooien wat ze bereikt had: een verenigd Sarajevo, miljarden dollars aan economische hulp, NAVO-troepen, een gebiedsverdeling van 51 procent [voor de moslims en Kroaten] en 49 procent [voor de Bosnische Serviërs], vrede en nationale verkiezingen. Zouden ze dit allemaal weggooien omdat ze meer wilden? Toch hadden ze gezegd dat ze dat gingen doen. Wij moesten de conferentie afsluiten, omdat we niet eeuwig konden doorgaan.”

En had u toen geluk? Doordat Milosevic en Tudjman samen besloten het vredesakkoord te aanvaarden om zo Izetbegovic onder druk te zetten, waarna Izetbegovic overstag ging.

“Dat was geen geluk. Ik had mijn team om een uur 's nachts nog naar Milosevic gestuurd om hem te vertellen dat het voorbij was, tenzij hij nog een andere stap wilde zetten. Het was simpelweg de laatste kaart die wij nog konden spelen.”

Hoe onvolkomen is het Dayton-akkoord? Is het geen opdeling van Bosnië?

“Nee, absoluut niet.”

Het is nu toch geen multi-etnische staat?

“We zullen zien. Het is een enkelvoudig land met twee delen.”

De constitutionele regeling oogt als een labyrint. Een minderheid van 11,1 procent van het Bosnisch-Servische parlement kan al beslissingen van het centrale parlement blokkeren.

“Dat is de tweederde-veto-regel, ja. Het is het beste dat we konden bereiken, maar het is een van de zwakste bepalingen.”

Zijn er meer?

“We hebben ook geen voldoende sterke politie-regeling. We moeten een politiemacht ter plekke krijgen.”

Inmiddels zijn er allerlei problemen met de uitvoering van het akkoord.

“In militair opzicht zit 'Dayton' op schema. Maar vrede is veel meer dan de afwezigheid van oorlog.”

Een aantal deadlines in het akkoord is niet gehaald. Alle 900 krijgsgevangenen zouden vorige week vrijdagnacht worden vrijgelaten, maar dat is slechts gedeeltelijk gebeurd.

“We hebben er nu nog zo'n 650 over. Onze ambassadeur en John Shattuck [onderminister voor de mensenrechten] blijven hieraan werken. Maar het is tenminste begonnen. Honderden mensen zijn uit helse gevangenissen gekomen.”

De gedemilitariseerde zone is nog niet vrij van mijnen.

“Gegeven de weersomstandigheden loopt dat verrekte goed.”

Niet alle mujahedeen, moslim-strijders uit andere landen, hebben Bosnië verlaten.

“Dat is een ernstig probleem.”

In Mostar blijven de moslims en Kroaten binnen de federatie overhoop liggen.

“Dat is een veel groter probleem. We hebben daar drie hoge functionarissen naartoe gestuurd. Dat is onze meest urgente zorg van het moment.”

Groter dan dat van de Servische wijken in Sarajevo [die niet onder een moslim-bestuur willen leven]?

“De problemen van de Kroatische-moslimfederatie zijn vandaag groter. Misschien verandert dat volgende week.”

Komt de wederopbouw snel genoeg op gang?

“Het civiele deel verloopt langzamer omdat het meer tijd kost om het te organiseren en te plannen. Ze hebben geen bruggen, ze hebben geen wegen. De wederopbouw is een inspanning van vijf jaar. We moeten wel meer geld zien te krijgen. Tot nu toe ben ik trouwens niet erg trots op de Amerikaanse inspanning: door de budgettaire impasse in het Congres hebben we nog geen penny van de toegezegde 200 miljoen dollar kunnen overmaken.”

Heeft de civiele coördinator, Carl Bildt, genoeg macht?

“Hij staat voor een enorme uitdaging, met Amerikaanse en Europese steun. Ik kan me geen klus voorstellen die zo belangrijk is voor de stabiliteit in Europa als die van Carl Bildt en zijn team.”

Gelooft u niet dat het vrij rondlopen van oorlogsmisdadigers de missie in Bosnië op den duur ernstig kan ondermijnen?

“Dat moet absoluut worden opgelost. Daarom is het zo'n belangrijk onderdeel van ons beleid.”

En de verkiezingen die binnen zes tot negen maanden gehouden moeten worden?

“De verkiezingen zijn het meest belangrijke dat we voor elkaar moeten krijgen. Dat zal worden gedaan door de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarbij een Amerikaan de leiding heeft.”

Denkt u dat de Amerikaanse militairen wel binnen een jaar weer weg kunnen?

“Ja, dat zullen ze. De president heeft dat beloofd.”

Is er niet bovenal een mentaliteitsverandering in Bosnië noodzakelijk? De haat zit diep.

“Natuurlijk, maar daar heb je eerst een verandering van leiders voor nodig. Zeventig procent van de mensen wil vrede, maar de Bosnische Serviërs worden geleid door oorlogsmisdadigers. En ze zitten er nog steeds, en ze moeten worden verwijderd.”

Uw nachtmerrie is dat er toch een 'Anschluss' komt van Bosnisch-Servië bij Servië?

“Natuurlijk, dat proberen we te voorkomen. We willen niet dat dit alleen maar 'een beschaafd interval' is. Maar ik ben erg optimistisch dat deze vrede zal werken.”

Gaat u niet te vroeg weg als bemiddelaar?

“Ik moet terug naar mijn gezin in New York. Het is een erg moeilijke beslissing om op te stappen. Ik hou van mijn werk. Maar de familie gaat nu voor het werk.”

Heeft dit conflict niet nog steeds iemand als u nodig?

“Carl Bildt is er.”

Maar is er geen bull-dozer nodig? Wilt u het karwei niet afmaken?

“Natuurlijk wil ik het karwei afmaken. En ik zal zoveel als ik kan beschikbaar zijn om te helpen. Ik heb president Clinton beloofd beschikbaar te blijven voor speciale opdrachten.”

U heeft deze periode een beslissend moment voor Amerikaans leiderschap in het post-Koude-Oorlogtijdperk genoemd. Kun je dat nu al zeggen?

“De geschiedenis staat je niet toe om je momenten te kiezen. Omstandigheden creeëren de uitdaging. De geschiedenis zal op de herfst van 1995 terugkijken als het beslissende moment, net zoals de Berlijnse Muur van 1948 een beslissend moment was. We kozen de Berlijnse Muur niet. We kiezen dit ook niet. It happens.”

De conferentie begint. De laatste vier vragen heeft Holbrooke hardop afgeteld en nu zegt hij sarrend: “Laaaatste vraaaag.”

Toen u jong was, zei uw vader [overleden toen Holbrooke zestien jaar was] dat u de Nobelprijs voor natuurkunde kon winnen. Zou hij verbaasd zijn geweest als hij zou horen dat u nu wordt genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede?

“Hij zou alleen al erg vereerd zijn dat iemand zou denken dat ik voor die prijs genoemd word. Hij zou zeer verheugd zijn. Hij wilde dat ik wetenschapper werd. Hij zou er nooit van gedroomd hebben dat ik de politiek of diplomatie inging...”

    • Robert van de Roer