Wat deed Den Haag met Fokker?

Waar zijn ze toch, de bekende Nederlanders die roepen dat Fokker niet verloren mag gaan? Waarom ligt er trouwens nog steeds geen plan van de firma Endemol voor een avondvullende Fokker televisie-inzamelingsactie, uit te zenden op alle zenders? Wanneer worden over het hele land de kerkklokken geluid? Niets van dat alles. Het verlies van Neerlands nationale trots lijkt nu reeds genomen in de hoop, maar eigenlijk meer nog met de overtuiging, dat het met de getroffen werknemers wel goed zal komen. Dus: tabee Fokker!

Het nationale gevoel, er valt geen peil op te trekken. Dat heeft het CDA deze week ook op pijnlijke wijze ondervonden, toen men even van het Fokker-drama een nationale verontwaardigingskwestie trachtte te maken. “Mijn Oranjegevoel is beschadigd, ook dat neem ik minister Wijers kwalijk”, sprak de CDA'er Mateman maandag op hoge toon toen duidelijk was geworden dat Fokker niet meer te redden viel. Met deze pathetiek bereikte hij slechts dat zelfs Fokker-werknemers vaststelden dat het CDA blijkbaar oppositie moest voeren. Het gevolg? Niet de geloofwaardigheid van het kabinet raakte in het geding, maar die van het CDA.

Helaas, weer verkeerd aangepakt. De moker werd gehanteerd, terwijl nu juist het fileermes veel meer op zijn plaats zou zijn. Want dat er gisteren tijdens het spoedddebat in de Tweede Kamer over het Fokker-drama de nodige kritische vragen aan het kabinet vielen te stellen was evident. Maar vanwege de eerdere, geheel verkeerd gevallen, toonhoogte bevond het CDA zich niet meer in de positie de rol van kritisch ondervrager op een overtuigende manier op zich te nemen.

Jammer, want de vragen blijven. Natuurlijk is het logisch dat nu eerst een poging ondernomen wordt te redden wat er nog te redden valt. Maar dat ontslaat volksvertegenwoordigers niet van de plicht ook even een blik te werpen in de achteruitkijkspiegel. Dit is in het geheel niet gebeurd. De drie regeringsfracties betuigden deze week wel heel erg snel hun volledige steun aan minister Wijers van economische zaken. Slechts enkele uren na het besluit van de raad van commissarissen van Daimler-Benz om het boek Fokker te sluiten, waren de vertegenwoordigers van PvdA, VVD en D66 er al van overtuigd dat het Nederlanse kabinet in deze zaak juist had gehandeld en niets viel te verwijten.

Hoe serieus vatten dergelijke Kamerleden hun taak als controleur dan eigenlijk op? Zonder het verhaal van de andere kant, in dit geval de Duitse kant, te horen, hadden zij maandagmiddag hun oordeel al klaar: Het Nederlandse kabinet was tot het uiterste gegaan, de Duitsers hadden overvraagd. 'Ons' viel niets te verwijten. Dus toch een beetje een nationaal gevoel, zij het met een zeer beperkte reikwijdte. Vragen waren niet meer te stellen. Een feit is echter dat de Duitsers hier, onder andere bij monde van Dasa-bestuursvoorzitter Bischoff een andere lezing tegenover de gebeurtenissen van de afgelopen maanden hebben gezet dan het Nederlandse kabinet. Nu is dit geen ongebruikelijk gegeven bij echtscheidingen, zeker niet als er ook nog een love-baby in het geding is, maar vreemd blijft het dat de meerderheid van de Tweede Kamer reeds op voorhand partij kiest.

Dit is des te opvallender, omdat de ervaring in het verleden heeft geleerd dat als het om Fokker gaat, een kritische blik gekoppeld aan enige bezinning op zijn plaats is. Vanuit de politiek bezien is het besluitvormingsproces zoals zich dat de afgelopen decennia rond de nationale vliegtuigbouwer heeft voltrokken er één vol verrassingen en voldongen feiten. Wat dat betreft zou er inderdaad alle reden zijn voor een parlementair onderzoek. Alleen is de vraag wat zo'n ongetwijfeld onthutsend onderzoek zal opleveren, afgezien van een mea culpa van degenen wier falen zal worden aangetoond.

Maar toch. Fokker is natuurlijk nooit zomaar een onderneming geweest, maar altijd een bedrijf waar een nationaal belang mee was gemoeid, wat ook overheidsbemoeiienis rechtvaardigde. Allereerst was Fokker een strategische industrie, waarvoor in de na-ooorlogse industrienota's steevast een plaats werd ingeruimd. Het was een bedrijf, zo werd gezegd, dat bij uitstek hoogwaardige kennis genereerde. Wie Fokker zegt, zegt tevens Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, Schiphol, KLM, TU Delft en TNO.

Maar de vraag is wel of die bijna onbetwiste vanzelfsprekendheid van het nationale belang van Fokker niet ook tijden lang tot een soort blindheid bij de politiek verantwoordelijken heeft geleid. Het heeft tot 1987 geduurd voordat vanuit Den Haag de boodschap kwam dat Fokker nu toch echt naar een buitenlandse partner moest omzien. Of een dergelijke openbare oekaze slim was, valt te betwijfelen. Een bedrijf dat moet fuseren, staat in de onderhandelingen automatisch op achterstand.

Het Duitse DASA werd in 1992 de 'gelukkige'. Over wat zich tijdens die onderhandelingen nu precies heeft afgespeeld, mag ook nog wel het nodige worden opgehelderd. Wie nog eens terugleest wat er toen over de op handen zijnde samenwerking allemaal in de Tweede Kamer is gezegd, kan zich alleen maar afvragen waarom de politiek indertijd in vredesnaam akkoord is gegaan met de voorgenomen overname van Fokker door Dasa. Als er ooit een besluit tegen heug en meug is genomen, was het toen. De Fokker-leiding had een uitermate dubieuze rol gespeeld in het proces, aldus toenmalig minister van economische zaken Andriessen; was er geen sprake van een kill-Fokker-secenario, vroeg het toenmalig VVD-Kamerlid Rempt; hadden er niet ook Franse en Italiaanse vliegtuigbouwers bij betrokken moeten worden, vroeg het CDA-Kamerlid Van Iersel; had er geen Aziatische partner gezocht moeten worden, wilde PvdA-Kamerlid Vos. Het drama van deze week heeft duidelijk gemaakt dat de vragen van toen stuk voor stuk zeer terecht waren.

Of een andere beslissing ook tot een andere uitkomst voor Fokker zou hebben geleid, is natuurlijk niet te zeggen. De markt voor vliegtuigen is nu eenmaal een zeer bijzondere. Ondanks een uitgebreide verkooporganisaties zijn het toch vooral ministers en staatshoofden die de toestellen uiteindelijk aan de man moeten brengen. En dan nog gaat het volgens de nu geldende verhoudingen niet zozeer om de kwaliteit van het vliegtuig als wel om het leasecontract dat erbij geleverd wordt.

Na DASA heeft ook de politiek deze week afscheid genomen van Fokker. De desastreuze verliescijfers lieten geen andere keuze. De vliegtuigbouwer was een bodemloze put geworden. Maar de politiek stond erbij toen die put gegraven werd. Was het onverschilligheid, stond men met gebonden handen, mocht de minister niet worden afgevallen? Allemaal vragen die scheeuwen om een antwoord. De Tweede Kamer kan aan het werk.

    • Mark Kranenburg