VS laten vet zonder calorische waarde toe

ROTTERDAM, 25 JAN. De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) heeft fabrikant Procter & Gamble de langverwachte toestemming gegeven om het kunstmatig vet Olestra op de markt te brengen. Voorlopig mag Olestra uitsluitend worden gebruikt voor de bereiding van chips, crackers, tortilla chips en andere zoute snacks.

De Amerikaanse markt voor deze produkten heeft een omvang van ongeveer vier miljard dollar. Olestra is een geheel synthetisch vet, bestaande uit een verbinding van suiker met vetzuren, dat niet door enzymen in de darm kan worden afgebroken. Het kan daardoor ook niet in het lichaam worden opgenomen: de calorische waarde is nul. Anders dan de meeste moderne vetvervangers doorstaat Olestra verhitting goed. Er kan dus in gebakken worden. Chips die in Olestra zijn gebakken bevatten minder dan de helft van de calorieën die gewone chips bevatten. Proefpersonen die Olestra-chips mochten keuren vonden de smaak acceptabel, maar niet meer dan dat. Procter heeft bekend gemaakt nog dit jaar met markttesten in de VS te beginnen. Zodra daarvoor toestemming is zal het preparaat ook in Groot-Brittannië worden geïntroduceerd.

De belangrijkste beperking die de FDA heeft opgelegd is dat voedingsfabrikanten in heldere etiketten bekend maken welke voedingsmiddelen Olestra bevatten en dat wordt gewezen op de mogelijke neveneffecten daarvan. Daaronder vallen buikkrampen, een lichte, permanente diarree ('anale lekkage') en een mogelijk verlies van nuttige bestanddelen uit de voeding die, opgelost in Olestra, worden afgevoerd voor ze door de darm zijn opgenomen. Ook moet worden bekend gemaakt dat extra vitaminen A, D, E en K aan Olestra zijn toegevoegd. Dat zijn vetoplosbare vitaminen die, zonder tegenmaatregelen, evenzeer door Olestra zouden worden afgevoerd.

Juist in verband met de ongunstige neveneffecten, die zich waarschijnlijk pas bij overmatig Olestra-gebruik zullen voordoen, hebben grote Amerikaanse consumentenorganisaties om een verbod op Olestra gevraagd. Zij wijzen erop dat in het synthetisch vet ook plantaardige carotenoïden oplossen waaraan een gunstige rol in de voorkoming van allerlei ziekten wordt toegeschreven.

Al in 1971 vroeg Procter & Gamble de eerste octrooien aan op de produktie van Olestra en in 1987 werd de FDA formeel om toelating verzocht. Het kostte de FDA acht jaar om tot een besluit te komen. Volgens normale procedure zouden de octrooien in 1991 verlopen zijn, maar Procter heeft ze weten te verlengen.