Vergissing van de bank in uw voordeel

'Een vergissing van de bank in uw voordeel, U ontvangt ƒ 200.' Herinnert u zich dit mooiste van alle Algemeen Fondskaartjes? Het warme gevoel van gerechtigheid dat over u kwam na vele ronden van toenemend leed? We speelden mnoplie en zo spraken wij het ook uit want wij hadden ouders die hun Engels verstonden. Mijn kinderen zie ik nu met veelvouden van die getallen goochelen en ze worden er niet warm of koud van. De wereld is hard geworden.

Dat wij recht hadden op die ƒ 200 namen wij zonder meer aan. Wij vroegen ons niet af of de gerechtigheid er mee gediend was dat wij van een vergissing van de bank profiteerden. Niemand die ons voorhield dat die ƒ 200 bij vergissing was betaald en dus onmiddellijk moest worden teruggestort. Zou een medespeler dat standpunt hebben ingenomen, dan zouden wij hem zonder meer van vals spel beticht hebben. Mijn kinderen vragen zich trouwens ook niets af. Foutje, bedankt! roepen ze en ze spelen in hoog tempo door.

Mij bekruipt na jaren van juridische studie het gevoel dat er bij het Monopoly-spel iets misgaat. Wie bij vergissing betaalt, heeft een vordering uit onverschuldigde betaling. Wie bij vergissing ontvangt moet het ontvangene terugbetalen. De fabrikant moet het Algemeen Fondskaartje veranderen. Zo wordt de jeugd verkeerd ingeprent.

Gesterkt voel ik mij in mijn opvatting, outclassed zelfs, door een vonnis van de president van de rechtbank in Arnhem. Die had zo'n geval maar het lag nog iets ingewikkelder. Een bedrag van ƒ 52.500 was Mijnders Melissant BV verschuldigd aan een BV die een rekening hield bij de Rabobank in Eersel. Niet naar die rekening maakte echter Mijnders het bedrag over, maar naar de rekening van een BV met nagenoeg dezelfde naam bij de Rabobank in Mook. Dat was een vergissing, niet van de bank, ook niet van de BV, maar van Mijnders. De BV moest terugbetalen en werd ook tot terugbetaling veroordeeld.

Tot zover klopt het in elk geval. Helaas schoot echter Mijnders weinig op met dat vonnis, want de BV was intussen ontbonden en een directeur of vereffenaar was niet meer te vinden. Mijnders sprak daarop de Rabobank in Mook aan. Die moest dan maar terugbetalen. Kon Mijnders in die vordering slagen? In principe niet want de bank had niets voor zichzelf ontvangen en ook verder niets verkeerds gedaan. Bovendien, zo betoogde de bank, was het geld verdwenen, immers van rechtswege verrekend met de veel grotere schuld in rekening-courant van de BV aan de bank. Zo gezien een waterdicht betoog. De president in Arnhem staat echter voor niets wanneer het gaat om gerechtigheid. Er is niets gesteld of gebleken, zo oordeelde hij, op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat het gerechtvaardigd is dat de Rabobank beter wordt van een vergissing van een derde. Een vaste regel is weliswaar dat van rechtswege, automatisch dus, verrekening in rekening-courant plaatsvindt maar die regel kan onder deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet worden toegepast.

Dat was mooi gevonden. Was daarmee de zaak opgelost? Nee, er was nog een probleem. Ook wanneer de Rabobank niet mag verrekenen kan zij niet zomaar, zonder opdracht van de rekeninghouder, ten laste van die rekening een overboeking doen. Maar ook hier zag de president geen moeilijkheden. De Rabobank heeft dat niet aangevoerd, zo overwoog hij fijntjes. Daarom moet er vanuit worden gegaan dat zij dat wel kan. En nu er niemand anders is die namens de ontbonden BV rechtsgeldig over die rekening kan beschikken, mag ook van de Rabobank worden gevergd dat zij dit doet. De tegen de Rabobank gerichte vordering tot restitutie van ƒ 52.500 werd toegewezen.

Zoals Plato al zei: aan het onrecht zal geen einde komen zolang niet alle presidenten rechtvaardig of alle rechtvaardigen president zijn.

    • P. van Schilfgaarde