Veel arbo-diensten overschatten de markt

ROTTERDAM, 25 JAN. Veel arbodiensten hebben de afgelopen paar jaar de omvang van de arbeidsomstandigheden-markt overschat. Bijna 300 arbodiensten sprongen in de markt die is ontstaan door de verplichting voor werkgevers om uiterlijk per 1 januari 1998 een arbodienst in te huren. De concurrentie is fel en de vraag naar arbodiensten bij bedrijven is kleiner dan verwacht. Veel arbodiensten kampen nu met tegenvallende inkomsten. Dat bevestigen directeuren in de sector.

De grootte van de arbo-markt valt tegen, omdat veel werkgevers de kat uit de boom kijken en nog geen contract afsluiten met een arbodienst, zegt H. van Tellingen, voorzitter van de Concernsgebonden Arbo- en Bedrijfsgezondheidsdiensten (CAB). Arbodiensten controleren de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim bij een bedrijf. Ook zouden werkgevers zelf meer op arbeidsomstandigheden zijn gaan letten, omdat zij nu de kosten van een zieke werknemer moeten dragen, wegens de voorgenomen afschaffing van de Ziektewet. “Dat betekent per afgesloten contract minder werk voor arbodiensten dan zij hadden verwacht”, aldus Van Tellingen. Detam Arbo maakte in december als eerste arbodienst bekend honderd van de 430 arbeidsplaatsen te willen schrappen, wegens de tegenvallende vraag.

De concurrentie is vooral in de Randstad groot, omdat daar nog een groot aantal arbo-contracten moet worden afgesloten. Van oudsher hebben arbodiensten in het oosten al intensieve banden met het lokale bedrijfsleven. Over een paar jaar zou de totale markt bestaan uit zo'n 5,5 miljoen te begeleiden werknemers, wegens de Wet Terugdringing Ziekteverzuim/Arbo die vanaf dit jaar voor ondernemingen in risicovolle sectoren en vanaf 1998 voor alle werkgevers geldt.

De meeste arbodiensten komen voort uit de vroegere bedrijfsgezondheidsdiensten, maar de laatste jaren zijn ook veel nieuwe, commerciële arbodiensten opgericht. Een van de problemen bij de voormalige bedrijfsgezondheidsdiensten is de niet-commerciële traditie. Veel overleg en weinig slagvaardigheid belemmert die arbodiensten in hun strijd met nieuwe concurrenten. Vorige week bleek een breuk te bestaan binnen de grootste landelijke arbo-vereniging, Arbo Unie (38 aangesloten arbodiensten), die al zo'n vijftien jaar bestaat en contracten heeft voor de begeleiding van 1,75 miljoen werknemers. Sommige belangrijke leden in de Randstad vinden dat de modernisering van de vereniging niet snel genoeg verloopt en dat de Arbo Unie beslissingen te traag neemt. Zij hebben gedreigd uit de Arbo Unie te stappen.

“De snelle ontwikkeling in de arbo-markt vraagt adequate reacties en die blijven uit bij de Arbo Unie”, zegt J. Koopman, directeur van de Arbodienst Amsterdam die zijn lidmaatschap voorlopig heeft opgezegd. “De overlegcultuur, die bij de leden van de Arbo Unie bestaat, past niet in een moderne onderneming”, aldus Koopman. Zijn arbodienst geeft de Arbo Unie tot de zomer om bijvoorbeeld een BV op te richten. Die zou de contracten met grote, landelijk gespreide bedrijven kunnen afsluiten. Als de Arbodienst Amsterdam en zijn medestanders (tien arbodiensten, volgens Koopman) opstappen, verliest de Arbo Unie contracten voor een paar honderdduizend werknemers. Anderzijds verliezen de dissidenten een aantal landelijk afgesloten Arbo Unie contracten.

De arbodiensten die voortkomen uit oude bedrijfsgezondheidsdiensten hebben teveel personeel meegekregen en komen daardoor in financiële problemen, zegt E. Nijpels, president-directeur van de Twaalf Provinciën, een jonge, grote arbodienst. “Bovendien willen klanten van arbodiensten tegenwoordig waar voor hun geld en daarvoor moet je je dienst op een bedrijfsmatige manier leiden”, aldus Nijpels. Ondanks de sombere geluiden elders in de markt, is volgens hem het aantal contracten van de Twaalf Provinciën het afgelopen half jaar met 50 procent gegroeid. Het bedrijf zou nu toezien op de arbeidsomstandigheden van zo'n 300.000 werknemers. De groei van de Twaalf Provinciën zegt niet zoveel, zegt J. Scheurs, woordvoerder van de Arbo Unie en directeur van een aangesloten arbodienst. “Elke arbodienst krijgt momenteel contracten erbij wegens de inwerkingtreding van de Arbowet, per 1 januari. Maar over het algemeen blijft de vraag achter bij de verwachtingen”, zegt hij.

Juist de jonge arbodiensten zouden volgens Van Tellingen de vraag naar de zogenaamde 'eerste dagscontrole' hebben overschat, die bij andere arbodiensten geldt als een “repressieve” maatregel. “Bedrijven zien in dat zij zelf ook goed een zieke werknemer kunnen controleren, in plaats van een vreemde op iemand af te sturen”. Nijpels wijst erop dat de Twaalf Provinciën zich niet profileert als een arbodienst die alleen ziekteverzuim wil controleren. “Wij leggen ook de nadruk op preventie van ziekteverzuim, dus een klant kan kiezen welke aanpak hij wenst”. Volgens directeur Koopman van de Arbodienst Amsterdam hebben de jonge, meest commerciële arbodiensten hun aanbod mòeten aanpassen omdat er te weinig interesse zou zijn voor 'repressieve methoden'. En die aanpassing aan de markt is noodzakelijk, zegt Arbo Unie-woordvoerder Scheurs, omdat de druk om winst te maken op de jonge arbodiensten het grootst is. Zij moeten verantwoording afleggen aan aandeelhouders. De gevestigde arbodiensten in bijvoorbeeld de Arbo Unie die zijn ontstaan vanuit bedrijfsgezondheidsdiensten, hoeven dat vooralsnog niet.