Uit koninklijke kast; Schatten van een fiets-monarchie

Niet bekend

'Uit Koninklijk Bezit. Honderd jaar Koninklijk Huisarchief: de verzamelingen van de Oranjes' is achtereenvolgens te zien in: het Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's-Hertogenbosch. 27 januari t/m 30 april 1996, di-vr 10-17u. Za, zo en feestdagen 12-17u. Inl 073-6877800.

Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden, 1 juni t/m 1 sept.

Het Paleis, Lange Voorhout, Den Haag, 21 sept t/m 1 dec.

Catalogus 240 pagina's ƒ 75,-.

Het meest exclusieve archief van Nederland staat op het terrein van paleis Noordeinde in Den Haag. Het is een statig, klassicistisch gebouwtje met drie grote boogvormige vensters boven de ingang die uitkijken over de paleistuin. Naast de voordeur groeit een koperen leeuwenkopje uit de muur waarvan de tong moet worden ingedrukt om aan te bellen. Als de glimmende bruine deur is opengezwaaid loopt de bezoeker over een rode loper, tussen twee miniatuurkanonnetjes door, het gebouw binnen.

Dit is het Koninklijk Huisarchief (KHA), waar de documenten en de boeken van de Oranjes worden bewaard, evenals vele kunstvoorwerpen en geschenken uit het bezit van de vorstelijke familie. Het KHA werd precies honderd jaar geleden gebouwd en viert nu het eeuwfeest met de tentoonstelling Uit Koninklijk Bezit, in het Noord-Brabants Museum in 's Hertogenbosch, die zaterdag wordt geopend door prins Willem-Alexander. Ruim zeshonderd schilderijen, kledingstukken, beelden, serviezen, foto's, juwelen en documenten, grotendeels afkomstig uit het KHA in Den Haag, zijn overgebracht naar het Brabants Museum in 's Hertogenbosch.

De tentoonstelling omvat vijf thema's: Ceremonieel rond de Kroon, Ten Paleize, Koninklijke Geschenken, Vorstelijke Verzamelingen en De Oranjes en de Beeldende Kunsten. Het meeste materiaal is afkomstig uit de negentiende en twintigste eeuw en heeft dus betrekking op de Oranje-monarchie, die uitgesproken burgerlijk was. Uit Koninklijk Bezit laat dan ook geen grootse pracht en praal zien, eerder een uitgebreide verzameling afbeeldingen, kunstwerken en persoonlijke memorabilia waarin de vaderlandse geschiedenis tot leven komt.

Zoals het originele smeek- schrift der Edelen, dat de adel onder leiding van Willem de Zwijger in 1566 aanbood aan de landvoogdes Margaretha van Parma. Of het houten doosje met het opschrift 'Onschadelijk. 1 stuks Vesting Geschut', aan de hand waarvan de kleine Wilhelmina onderricht kreeg in de landsverdediging. Een bijzonder exemplaar is ook de wieg van hout en brons die in 1908 door de architect K. de Bazel werd ontworpen voor Juliana, en waar later ook Beatrix en Willem-Alexander in hebben gelegen. De constructie houdt het midden tussen een schip en een hemelbed, uitlopend in een kroontje waarop een bronzen vogel staat.

En er zijn schilderijen, veel schilderijen. Direct na de entrée in het Brabants Museum hangt tegen de linkerwand een verzameling portretten uit de stadhouderlijke tijd, waaronder een fijn laat-zestiende-eeuws schilderij van de jonge prins Maurits met een pistool in zijn hand. Schuin daar tegenover hangen de Nederlandse koningen. Een goedmoedige Willem I, door Cornelis Kruseman geportretteerd, met een paternalistische glimlach rond de lippen. Willem II in zijn jonge jaren, met op de achtergrond een van de veldslagen uit de Napoleontische oorlogen waarin hij meevocht. Sommige werken zijn prachtige tijdsdocumenten, zoals de aquarel van Herman F.C. ten Kate van een bal masqué in paleis Noordeinde.

In de fraaie catalogus van Uit Koninklijk Bezit staat dat de bijeengebrachte objecten het beeld oproepen van “een van oudsher kunstminnende familie”. Daar valt echter wel wat op af te dingen. Willem van Oranje bezat een aanzienlijke verzameling schilderijen, wandtapijten, juwelen, boeken en prachthandschriften. Een deel hiervan werd door de Spanjaarden meegenomen naar het kloosterpaleis El Escorial van Philips II, een ander deel moest de Zwijger te gelde maken om de strijd tegen de Spanjaarden te financieren. Deze verliezen werden goedgemaakt door zijn opvolgers, met name Willem III.

De machtige stadhouder - tevens koning van Engeland - was een man met smaak die Vlaamse en Italiaanse meesters kocht en die de Nederlandse paleizen opnieuw allure verleende. Toen hij in 1702 echter kinderloos stierf, liet de Staten Generaal het gebeuren dat de koning van Pruisen de erfenis inpikte.

Zo majestueus als sommige stadhouders omgingen met kunst, zo mager is het mecenaat van de Nederlandse koningen geweest. Willem I, de 'koning-koopman' die zijn rijk bestuurde met de toewijding van een grootondernemer, was geen kunstminnaar. Schilderijen interesseerden hem vooral vanwege hun beleggingswaarde. Zijn opvolger Willem II legde in de Gothische Zaal van paleis Noordeinde wél een interessante kunstverzameling aan - zoals te zien is op een van de schilderijen in het Noordbrabants Museum - maar deze was geen lang leven beschoren. De flamboyante vorst gaf in de negen jaar van zijn koningschap zoveel geld uit dat de regering na zijn dood in 1849 doodgemoedereerd begon met de verkoop van zijn kunstcollectie.

Bij koning Willem III waren de familiebezittingen niet in veilige handen. Zeventiende-eeuwse gobelins en juwelen gaf hij weg aan maîtresses, en toen zijn jongste zoon Alexander in 1884 overleed liet hij diens bezittingen per opbod verkopen in de Gothische Zaal. Maar aan het eind van zijn leven raakte de vorst gegrepen door een bezuinigingsdrift en ging hij zoveel beknibbelen op de uitgaven ten paleize dat er bij zijn dood in 1890 te weinig koetsen in de rouwstoet waren voor de buitenlandse gasten. Een Nederlandse krant schreef: “Voor het oog van Europa zijn wij te schande gemaakt.”

Ook Wilhelmina was gesteld op soberheid en zuinigheid. Nadat ze in 1898 nog royaal was ingehuldigd als koningin, kreeg zij in de loop van haar regering een steeds grotere hekel aan het ceremonieel rond de monarchie, dat zij hol en inhoudsloos vond. Daarmee zette zij de eerste stap naar de bicycle monarchy zoals die onder koningin Juliana - 'Juul' voor de hofhouding - gestalte kreeg: de rijkste vorstin ter wereld die zich op de fiets onder haar volk begaf.

Het hoge boerenkoolgehalte dat de Nederlandse monarchie hiermee heeft verkregen, wordt treffend in beeld gebracht aan het eind van de tentoonstelling, bij de afdeling geschenken. Daar ligt niet alleen de gouden rammelaar in de vorm van een driedelige staatsieparasol die Beatrix bij haar geboorte kreeg van de sultan van Deli.

Er is ook een aantal eigentijdse Nederlandse cadeaus te bezichtigen: een schip vervaardigd van kruidnagels, een gefiguurzaagde ark van Noach, een schelpendoosje. Elk stukje bric-à-brac, elk zelfgebreid kussentje dat de koningin aangeboden krijgt op haar tochten door Gronsveld en Gasselternijveen, wordt bewaard in de koninklijke depots. Niets wordt weggegooid. Zelfs niet het monsterlijke poppetje van een golf spelende Bernhard, zelfs niet de geglazuurde neptulpen. Waren de Oranjes in vroeger eeuwen maar zo zuinig geweest op hun echte schatten.

    • Joris Abeling