TOEKOMSTIG DAGBOEK

Ooit bestond een agendaloos tijdperk en werd het leven gestuurd door het voorspelbare ritme van seizoenen en zonne-uren. Eens, als kind, heb ik zelf geleefd zonder agenda, en later, als student, met een summiere academische agenda waarin ik het collegerooster plakte en een enkele discussieavond noteerde. Zolang een agenda niet meer was dan een afsprakenlijstje voor de nabije toekomst, leverde dat geen probleem op. Maar in de loop van de jaren is de agenda geëvolueerd tot een geestelijk naslagwerk, een organiser met jaar- , maand- en dagoverzichten die het gehele leven structureert. Vandaag bezit ik niet alleen een uitpuilende centimetersdikke filofax, maar voer ik een voortdurend gevecht om binnen die beperkingen alles te noteren - afspraken, losse invallen, activiteitenlijstjes.

Een agenda is een onmisbaar statussymbool, of liever, een opzichtige demonstratie van onze identiteit. Wij trekken onze agenda's alsof het pistolen zijn, wapens in de eeuwige strijd tegen de Tijd. Toon mij uw agenda en ik zeg u wie u bent. De Unicefagenda? De Solidariteitsagenda? De Opzijagenda of anders die van KLM's Flying Dutchman?

Musea, actiegroepen en trendy ontwerpers komen maar al te graag tegemoet aan de behoefte van de moderne mens om zich te onderscheiden door middel van zijn agenda. Het meest modieus is nu de agenda van recycled bruin papier met een touwtjessluiting, maar het zu me niet verbazen als de oranje plasticstijl uit de jaren vijftig in aantocht is.

Niet alleen het uiterlijk, ook de invulling van de agenda verraadt u. Bent u een gele briefjesgebruiker die telkens maar nieuwe aantekeningen over elkaar plakt? Notuleert u zelfs hele vergaderingen in uw agenda? Gebruikt u de lege zondagen voor boodschappenlijstjes? Of misschien behoort u juist tot het minimalistische type dat alleen tijd en plaats noteert, gevolgd door een initiaal of een acroniem. Zou er ooit onderzoek gedaan zijn naar de relatie tussen beroep, vooropleiding en agendagedrag? Zouden onderzoekers systematisch andere dingen in hun agenda's noteren dan managers, en vrouwen andere dingen dan mannen?

Er bestaat een bekende advertentie waarin de evolutie van de agenda wordt verbeeld: van een klein boekje tot een overvolle losbladige map met als eindpunt een flinterdunne electronische agenda, bruikbaar tot ver in de volgende eeuw. Op het eerste gezicht lijkt het zo aantrekkelijk, het elektronisch vastleggen van afspraken, gedachten en adressen. Nooit meer zoeken naar een naam of een datum, met een druk op de knop alles onder handbereik. Alle vrijgenomen dagen in een keer uitgeprint, of alle dagdelen besteed aan project X of promovendus Y. Reisdeclaraties en andere administratieve rompslomp - automatisch opgeslagen en verwerkt. Nog mooier zou het zijn als je een dergelijk systeem zou kunnen koppelen aan de centrale agenda van je instituut of vakgroep.

Nu ik sinds kort op twee plekken kantoor houd, vul ik drie keer een agenda in: mijn eigen agenda, en die van beide secretariaten. Inefficiënter kan het niet, ik weet het, en ik zeur al maanden om gemeenschappelijk agendabeheer via het netwerk. Maar toch. Een ouderwetse agenda heeft een belangrijk voordeel boven zijn virtuele concurrent: hij is, als het ware, meerlagig, meervoudig interpreteerbaar. In elektronische versie zijn alle registraties optisch gelijk. Aan geen enkel teken valt meer af te lezen onder welke omstandigheden de gegevens zijn ingevoerd: haast laat geen sporen na (of het moeten typefouten zijn), en er wordt niets tussen de regels ingekriebeld of doorgestreept.

Oude vervallen afspraken verdwijnen in het grote virtuele niets. Zo kan de chronologie van het vastleggen van vergaderingen of ideeën nooit meer getraceerd worden. In mijn huidige agenda kan ik zien aan de kleur van de inkt of het potlood en vooral aan het handschrift hoe en wanneer ik iets opgeschreven heb. Naast de feitelijke mededeling ontstaat daardoor een additionele boodschap, een geheim schrift dat ik alleen kan ontcijferen. Klein geschreven letters, gekriebel in de marge betekenen meestal een gedachte die nog niet uitgekristal liseerd is. Een afspraak in potlood: onzeker of dit door gaat. Aan de kleur van de inkt kan ik reconstrueren wanneer ik iets heb opgeschreven: als het groen is, dan moet het de tweede helft van november zijn geweest, in dezelfde periode als mijn andere groene gedachten. Zonder deze metaboodschappen zou ik bij onvolledige notaties ten ene male verloren zijn. 'Bij mij, 14.00 uur' staat er soms wel eens - en ik heb geen flauw idee meer waar dat overgaat. Het is een notitie, opgeschreven in haast, waarschijnlijk tijdens een telefoongesprek, terwijl mij gedachten al weer ergens anders waren. Alleen het schrift kan mij dan nog redden. En hoe zou ik al die rare invallen, die pijltjes en schema's en tekeningen elektronisch net zo snel kunnen noteren als met de hand?

Wat mij betreft is het tijdperk van de papierloze agenda nog lang niet aangebroken, ook al niet omdat een ouderwetse agenda zo veel makkelijker te hanteren is, tijdens vergaderingen, laat staan tijdens het lopen van de ene afspraak naar de andere. Bladeren is toch fundamenteel een veel relaxtere handeling dan het zoeken op een palm top, hoe geavanceerd die ook moge zijn. Juist de verschillen in handschrift en notatie geven een totaalbeeld dat in een oogopslag duidelijk maakt waar je bent in je agenda. Grote zwarte strepen: ja, dat was de week dat wegens de griep van alles uitviel en verplaatst moest worden, dat was vorige maand. Iedere waarneming op het schermpje van een electronische agenda vereist veel nauwkeuriger lezen, omdat je geen andere visuele ingang hebt dan de woorden zelf.

Daar komt nog iets anders bij. Tenzij je het heel erg druk hebt, is de mechanische handeling van het opschrijven van een afspraak voldoende om die te onthouden. Een agenda is dan niet meer dan een extra garantie voor iets wat je eigenlijk toch al weet. Gek genoeg geldt dat niet of nauwelijks voor het typen op een toetsenbord - en opnieuw denk ik dat dat komt doordat het elektronische beeld dat zich in je geheugen vast zet tijdens het schrijven onvoldoende uniek is. De meeste mensen gooien hun oude agenda's niet weg, maar geven ze een laatste rustplaats in een la: een unieke verzameling, roerloos wachtend op een stratigraaf die de blaadjes een voor een los zal pellen om hun geschiedenis te reconstrueren.

Toch zijn agenda's zelden bedoeld voor uitgebreide consultatie achteraf, tenzij door (auto)biografen. Slechts een enkeling voegt naderhand nog commentaar toe aan de verstreken dagen. Onze agenda's benaderen nog het meest datgene waar wij, drukbezette eindtwintigste eeuwers, niet meer aan toekomen: het dagboek. Het is net zo persoonlijk, niet bedoeld voor andere ogen dan de onze, en meestal ook niet ontcijferbaar voor buitenstaanders. Maar waar een dagboek voorbije gebeurtenissen registreert, geeft een agenda een overzicht van wat nog komen gaat.

In onze binnenzakken, in onze handtassen en diplomatenkoffertjes dragen wij ieder een Dagboek van de Toekomst: een vooraankondiging van de gesprekken die nog zullen plaats vinden, van de beslissingen die nog genomen moeten worden, van de losse invallen die misschien ooit verwerkt zullen worden tot een publikatie. Agenda: de dingen die gedaan moeten worden. Een omschrijving die gemaakt lijkt voor onze 24-uurseconomie. Het is onze verslaving, ons alibi, het cliché van de huidige tijd waarin je elkaar alleen nog maar kunt ontmoeten na uitgebreide raadpleging en afstemming van de wederzijdse scenario's.

De droom van iedere agendagek is simpel: een map met oneindig grote bladzijden waarop iedere toekomstige handeling, iedere verwachting zo uitgebreid geregistreerd kan worden, dat het beschrijven zelf de gehele dag in beslag neemt. Zo gaat de agenda onherroepelijk in vervulling, en wordt een dagboek, samenvallend met het leven zelf...

    • Louise Fresco