Rotjes in de brievenbus

LIESHOUT. Het dorp verslonst, zegt Tineke terwijl ze door de brandschone winkelstraat van haar Brabantse dorpje Lieshout kijkt. Het is dinsdagmiddag en de bakker, de slager, de modezaak, de garage, de speelgoed- annex sigarenwinkel en het jeugdcafé zijn unaniem gesloten.

Maar rust bedriegt, want de bewoners vinden dat de verloedering aan hen niet voorbij is gegaan. Jongeren vervelen zich, worden steeds agressiever en tonen weinig respect, staat in een samenvatting van het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn. Onzekere ouders en opvoeders hebben daar geen antwoord op. “Als iemand op de hoek van de straat in elkaar wordt geslagen, zal niemand helpen”, verzekert Tineke, een vrouw van tegen de veertig. Een vrijwilliger klaagt dat niemand zich meer betrokken voelt en dat steeds meer mensen elkaar niet meer van gezicht kennen. Vandaar dat het halve dorp al een jaar onder leiding van welzijnswerkers discussieert over “normen en waarden”.

In scholen en buurtverenigingen van de 6.000 inwoners tellende dorpen Lieshout en Mariahout heeft maatschappelijk werkster Antoinet Verhagen van het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn gesprekken georganiseerd over morele dilemma's. Voor haar is morele vorming nieuw. In de jaren zeventig en tachtig leerde ze op de sociale academie nog “politiserend vormingswerk”. De morele afkeuring gold Zuid-Afrika, Chili of El Salvador. Het was de tijd van “structurele” veranderingen: een betere maatschappij waar vanzelf een betere burger zou opstaan. Nu moeten de burgers eerst aan de verbetering van zichzelf beginnen.

Verhagen en haar enthousiaste projectgroep in Lieshout willen de burgers laten discussiëren volgens de methode van Lawrence Kohlberg, tot zijn dood hoogleraar onderwijskunde en sociale psychologie aan Harvard. Kohlberg hoopte moreel besef te ontwikkelen bij kinderen door middel van de dialoog. In Amerika wordt deze methode na veel slechte ervaringen fel bekritizeerd, onder andere in het boek “Why Johnny Can't Tell Right From Wrong” van William Kilpatrick.

Morele dilemma's ontstaan pas als mensen moraal kennen. Voor zijn sessies zocht Kohlberg net dat ene geval op waar stelen eventueel geoorloofd zou kunnen zijn, namelijk als moeder op sterven ligt en er geen geld is voor het reddende geneesmiddel. Over die irreële casus ging hij dan in debat, zodat de deelnemers eigenlijk leerden dat moraal maar betrekkelijk is. Maar wat moet een onderwijzer zeggen tegen een leerling die zegt dat hij stelen of meppen altijd goed vindt? Is dat gewoon een standpunt zoals alle andere?

Kohlbergs experimentele school in Massachusetts strandde al na vijf jaar in een baaierd van encountergroepen en chaotische gesprekskampen. Vlak voor zijn dood in 1987 gaf hij toe dat een opvoeder ook aan karaktervorming moet doen en niet kan volstaan met het leiden van een discussie. “Ik geloof dat de concepten achter morele opvoeding deels “indoctrinerend” moeten zijn”, schreef hij in het tijdschrift “The Humanist” na veel ervaringen met leerlingen die tijdens de debatten alleen bonje maakten.

De projectgroep in Lieshout heeft de zelfde beduchtheid voor moraal als Kohlberg. De leden mijden morele uitspraken als mijnen. Zelfs de geüniformeerde politieman wacht zich voor duidelijke ge- of verboden tijdens een bijeenkomst in het raadhuis. Wel erkent hij dat er sprake is van “normvervaging”. Verhagen zegt dat het project niet tot “betere” maar tot “andere” morele opvattingen moet leiden. Die mogen ab-so-luut niet worden opgelegd van bovenaf, zoals vroeger in de kerk. Volwassenen en kinderen worden nu discussiërend hun eigen morele oordelen gewaar.

Toch lijkt Lieshout niet op het heterogene Massachusetts. Er heerst hier op het Brabantse platteland, in de schaduw van de Bavaria-brouwerij, een duidelijke morele orde, waar iedereen het over eens is. “Als een jongen wieldoppen steelt, wordt zijn hele familie met de nek aangekeken. Ge hoort er niet bij of ge hoort er wel bij. Het dorp onthoudt alles”, zegt Tineke, die elke dinsdagmiddag deelneemt aan een naaikransje van vijf dames in een vervallen jeugdsoosgebouw. “De mensen weten precies wat ik zes weken geleden heb gedaan.”

Waar het gedachtengoed van Kohlberg in Amerika de mist in ging, zal het in Lieshout bloeien. Maar dan op een andere manier dan de Amerikaanse psycholoog had gedacht. Met dat relativeren kunnen ze het in Lieshout toch niet echt menen. De oude dorpse eigenschappen, bemoeienis en sociale controle, worden aangescherpt. “Moet ik er wat van zeggen als de buurjongens rotjes in de brievenbus gooien?”, luidt een vraag. Het antwoord lijkt overduidelijk. Anders dan in Amerika worden de Lieshoutse ouders erbij betrokken en die zorgen wel dat hun kinderen de vragen juist beantwoorden.

“De mensen moeten meer rekening houden met anderen”, zegt vrijwilliger-buurtorganisator Johan van der Heyden. Mensen mogen wel hun eigen normen bepalen maar moeten “een gezamenlijke basis” zoeken. Als jongens telkens de bal in de zelfde tuin gooien, kunnen ze met de eigenaar overleggen over een oplossing. Antoinet Verhagen zegt dat ze sinds dit project steeds meer in het openbaar zegt wat ze van ongewenste gedragingen vindt. Als ze iemand bij de kruidenier ziet stelen, zal ze de eigenaar waarschuwen. Ze hoopt dat anderen dat ook gaan doen.

Niet voor niets wordt het subjectieve Angelsaksische begrip “values” in het Nederlands vertaald met het meer collectieve “normen en waarden”. En die lopen gevaar, is sinds kort de consensus. Bij een forum in Utrecht, afgelopen zondag, werd gefulmineerd tegen hand over hand toenemend neuspeuteren, wildplassen, zingen over inlegkruisjes en het plaatsen van een tas op de belendende, lege treinstoel (nota bene in de Eerste Klas). Preken mag weer in Nederland, over “rekening houden met anderen”, mits het “niet moralistisch” is.

    • Maarten Huygen