Rode pannendaken op Java als paraplu's

Close-up: De Hollandse Tropenstijl, Ned.1, 22.26u.

Het is telkens weer onvoorstelbaar: de Nederlandse bouwkunst in Indonesië. Ginds, onder de tropenhemel, staan ze dan, die oer-Hollandse gebouwen uit de jaren twintig en dertig, met rode pannendaken, helwit-schitterende muren en wijde, royale binnenruimten. In het voetspoor van de architect Berlage, die in het begin van de jaren twintig Nederlands-Indië bezocht, reisden Ike Bertels en Max van Rooy door Java, vanaf Jakarta via Bandung, Semarang, Surakarta (Solo) naar Surabaya. En het onvoorstelbare is ook dat die bouwwerken er nog steeds staan en nog steeds functioneren, zoals bijvoorbeeld het hoofdstation van Jakarta in de oude kota.

De Hollandse Tropenstijl heet de film die Bertels en Van Rooy maakten, en dat is een mooie titel voor een even mooie film. Als een rode draad loopt het dagboek dat Berlage bijhield, Mijn Indische reis, door de film heen. Het is terecht dat meteen al aan het begin gezegd wordt dat aan het hedendaagse Jakarta niet is af te zien dat die stad ooit Batavia heette, en driehonderd jaar door de Nederlanders werd beheerst. Nu is de Indonesische hoofdstad een brandende, gistend metropool, kapotgemaakt door onmetelijke verkeersstromen. We moeten, inderdaad, langs de oevers van de rivier gaan zoeken naar wat er overbleef van de Nederlandse koloniale tijd. En dat blijkt veel te zijn; robuuste, krachtige gebouwen, in de stijl van de Amsterdamse school, die hoe Hollands ze ook zijn een tropische uitstraling bezitten. De verschillende architecten die aan het woord komen, kunnen heel precies dat tropische in de bouwstijl definiëren. Het heeft te maken met open, beschutte ruimten die veel ventilatie mogelijk maken. Het dak is, in de Indo-Europese traditie, parapluvormig, zodat de ene verdieping de andere schaduw biedt. Schitterend zijn de oude opnamen van de 'Villa Isola' uit 1933 bij Bandung, aan de weg naar Lembang. Dit gebouw, ontworpen door de befaamde architect Wolff Schoemaker, was bestemd voor de Indische krantenmagnaat en miljonair Beretty. We kunnen er alles in zien; vanuit de ene hoek lijkt het op een onderzeeboot met zijn dreigdende, compacte uitbouwsels. Bezien we het frontaal, dan is de villa een lusthof dat zijn weerga niet kent. Architectuur, natuurlijk, dat is allereerst een kennismaking van buitenaf. Gelukkig biedt de film ons veel opnamen van interieurs, want voor veel mensen zullen de overdekte galerijen met hun spiegelende, gladde vloeren tot hun wezenlijkste herinneringen aan Indië behoren.

Ooit schreef Willem Walraven dat de Nederlanders niet meer achterlieten in de archipel dan slechts 'krassen op een rots'. De Nederlandse architectuur uit die tijd is in elk geval onverwoestbaar in het straatbeeld aanwezig. Niet zomaar als krassen, maar als zeer subtiel overwogen en uitgevoerde bouwkunst.

    • Kester Freriks