Peuters in de knel

Yasmine van tweeënhalf is net nieuw op peuterspeelzaal Pippeloentje in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark. Ze probeert een beetje te spelen met de blokken voor haar op tafel, maar als juf Trees roept dat alles wordt opgeruimd omdat ze gaan eten, herinnert Yasmine zich ineens dat ze haar moeder mist. Ze begint zachtjes te sniffen en al snel rollen er dikke tranen over haar wangen. De driejarige Rilana die naast haar zit buigt zich liefdevol over haar heen en aait haar troostend over haar rug.

Ondertussen regisseert Trees Stoffels de rest van de peuters die fietsjes in de hoek moeten parkeren, blokken in de doos moeten opbergen en boekjes in de kast terug moeten zetten. Omstreeks tien uur zitten twaalf hummeltjes tussen de tweeënhalf en vier jaar aan tafel. Stagiair Allessandra zet twee borden met versgeschilde appel, banaan en kiwi op tafel en terwijl de namen van het fruit worden gerepeteerd schenkt Trees de bekers in met melk en sinaasappelsap. Dan zetten ze gezamenlijk het lied 'Smakelijk eten, hap, hap, hap' in. Uit de felgekleurde rugzakjes komen boterhammetjes, bij de bakker gekochte croissants en koekjes. 'Ieder kind moet elke dag iets te eten bij zich hebben', legt Trees Stoffels de regels van de peuterspeelzaal uit, 'want de ervaring heeft ons geleerd dat veel kinderen 's morgens als ze hier komen nog niet ontbeten hebben.'

Onlangs presenteerde Trees Stoffels een inventariserend onderzoek naar probleemgedrag en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen van elf peuterspeelzalen in stadsdeel Westerpark. Er werden tijdens het onderzoek 167 kinderen nauwkeurig geobserveerd met behulp van de KOST-observatielijsten (Kinderopvang en OntwikkelingsStimulering). De groep bestond uit 84 allochtone en 83 Nederlandse kinderen. Van de Nederlandse kinderen hadden er 21 één niet-Nederlandse ouder. Daarnaast werden peuterleidsters ondervraagd over de problemen die ze bij sommige peuters signaleren en de wijze waarop ze daarmee omgaan.

Uitkomst van het observatieonderzoek is dat op alle elf de peuterspeelzalen kinderen zitten met gedrags- en ontwikkelingsproblemen. Bijna veertig procent van de peuters loopt achter in hun taalontwikkeling. Ongeveer eenderde van de geobserveerde kinderen blijft onder de maat met hun sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling en heeft een laag 'omgevingsbewustzijn'. Een kwart van de peuters scoort heel mager in spelontwikkeling en fijne motoriek en heeft een achterstand op het gebied van lichamelijke verzorging, zoals zelfstandig eten, zindelijkheid, uit- en aankleden. Percentages die globaal overeenkomen met de conclusies van de ondervraagde peuterleidsters: over een derde van de kinderen in hun groep maakten ze zich zorgen. Een ongunstige thuissituatie was volgens de leidsters een belangrijke factor in de gedrags- en ontwikkelingsproblemen die ze bij de kinderen aantroffen.

De uitkomst van het onderzoek heeft Trees Stoffels, die al tien jaar als peuterleidster in deze buurt werkt, niet bijzonder verrast. 'Het is een bevestiging van wat je eigenlijk al weet, maar nu staat het allemaal eens netjes op papier.' Haar beroep is de afgelopen jaren een stuk gecompliceerder geworden, zo stelt ze vast. Er wordt tegenwoordig nauwkeuriger naar de ontwikkeling van de kinderen gekeken, en er wordt vaker met ouders en hulpverlenende instanties overlegd. Maar de maatschappelijke en financiële waardering is nog altijd minimaal, stelt Stoffels vast. 'Gut', zeggen mensen soms tegen haar, 'jij met jouw opleiding, je kan toch veel meer?' De peuterleidster wordt volgens Stoffels, die zelf een HBO-opleiding heeft, nog steeds gezien als een veredelde kinderoppas. Vaak wordt het werk zelfs nog door vrijwilligers gedaan. En dat terwijl er in kringen van achterstandsbestrijding steeds harder wordt geroepen dat er al vóór de kleuterklas moet worden begonnen met het inlopen van de achterstanden. Op de peuterspeelzaal kunnen kinderen van buitenlandse komaf Nederlands leren zodat ze in elk geval aanspreekbaar zijn als ze met vier jaar in de kleuterklas komen. In stadsdeel Westerpark hebben alle peuterleidsters inmiddels de KOST-observatiecursus gevolgd.

Stelselmatig met potlood en papier signaleringslijsten invullen, zoals het KOST-project voorschrijft, acht Stoffels minder zinvol. Een leidster die in haar eentje een groep van veertien peuters moet bestieren heeft daar geen tijd voor. Ze vindt die voorgeprogrammeerde lijsten trouwens ook gevaarlijk. 'Voor je het weet denk je alleen nog maar in die acht ontwikkelingsgebieden en veertien fasen.' Als je weet waar je op letten moet is er met het blote oog ook een hoop te zien. De KOST-methode, die oorspronkelijk in Duitsland ontwikkeld werd, is bovendien minder geschikt voor het observeren van allochtone kinderen, zeker als deze het Nederlands nog niet machtig zijn.

Maar er moet wel meer gebeuren willen de peuterspeelzalen echt een rol kunnen spelen in de achterstandsbestrijding, meent Stoffels. In haar onderzoeksverslag doet ze een hele rits aanbevelingen. De leidsters moeten deskundiger worden op het gebied van tweetaligheid en het stimuleren van kinderen die achterlopen. Er moet meer aandacht komen voor kindbesprekingen en de vaardigheden van de leidsters om gesprekken met ouders te voeren kan verder omhoog. Daarnaast moeten ouders ergens in de buurt terecht kunnen met hun opvoedingsvragen. Dat soort vragen komen nu vaak tussen de bedrijven door aan de orde: 's morgens als de moeders even blijven koffiedrinken op Pippeloentje of 's middags als ze hun kind komen halen. Lang niet altijd hebben de leidsters dan de tijd om er rustig op in te gaan.

Trees Stoffels gaat tegenwoordig wel altijd op huisbezoek. 'Ook een belangrijke taak die erbij gekomen is', vult ze aan. 'Als je ziet hoe het in het gezin toegaat, snap je hun gedrag op de speelzaal vaak beter'. Ineens kon ze begrijpen waarom een kind zo weinig initiatief toonde; het mocht niet eens tekenen omdat het teveel rommel gaf. Ook het harde geschreeuw en de geringe concentratie bij de twee zusjes werd haar duidelijk toen ze bij hen thuis was geweest. In hun huiskamer bleken continu twee televisies tegelijk aan te staan, allebei afgestemd op een ander net en met de volumeknop flink hoog gedraaid. De peuterspeelzaal met twaalf door elkaar rennende dreumesen was voor deze meisjes een oase van rust.

    • Michaja Langelaan