Oraties in de huiskamer

'Oraties gevraagd, tel. 024-3229909.' Deze simpele annonce, op 6 januari geplaatst in de rubriek 'Trefpunt' van deze krant, verbergt een opmerkelijk initiatief. Mevrouw M.M.C. Bruens uit Nijmegen, tot voor kort organisator van internationale medisch-wetenschappelijke congressen, verzamelt sinds enkele jaren oraties van hoogleraren om zo 'vanaf de zijkant' de ontwikkelingen in de wetenschap beter te kunnen gadeslaan. Meer dan vierduizend heeft ze er nu in haar bezit en met de plaatselijke PTT is overleg gevoerd.

'Het begon allemaal in 1985 met een opschrijfboekje', zegt mevrouw Bruens. 'Ik heb een brede interesse, voor ik gevraagd werd congressen te organiseren hield ik me bezig met kunstgeschiedenis, archeologie en medische handschriften. Via mijn werk kwam ik met allerlei vakgebieden in contact en daarvan wilde ik iets vasthouden. In dat kleine boekje vroeg ik wetenschappers die ik ontmoette iets persoonlijks te schrijven, zonder enige pretentie. Zuiver voor mezelf, om mijn kleinkinderen te kunnen vertellen wat die geleerden bewoog.'

De Margarita, zoals mevrouw Bruens haar boekje doopte, zou na negen maanden 240 autogrammen omvatten. Hendrik Oort schreef over de naderende komeet Halley en de naar hem genoemde Wolk van Oort, Wubbo Ockels over zijn ruimtevlucht in de Space Shuttle. Ze verkeren in gezelschap van de biochemicus Severo Ochoa, oud Nature-hoofdredacteur Sir John Maddox, 'baby Brown'-vader Robert Edwards en, dichter bij huis, fysicus Jaap Kistemaker, farmaceut David de Wied en medicus A. Querido. De naam van het boekje verwijst naar de Margarita Philosophica, een encyclopedie gebaseerd op de artes liberales, de zeven vrije kunsten (grammatica, retorica, dialectica, rekenkunde, meetkunde, sterrenkunde en muziektheorie) zoals die aan de middeleeuwse universiteiten werden onderwezen. Vijfhonderd jaar geleden samengesteld door Gregor Reisch, werd het boek in 1599 uit het Latijn in het Italiaans vertaald. Zowel Erasmus als Luther maakten van deze bron van kennis gebruik.

Opschrijfboekjes als de Margarita kennen een lange traditie. Mevrouw Bruens: 'Al eeuwen terug waren er studenten die in het kader van hun studie van universiteit naar universiteit trokken. Zo'n academische pelgrimstocht, te vergelijken met het hedendaagse bezoeken van congressen, heette een peregrinatio academica. Tussen die reizende studenten ontstonden de nodige vrienschappen en herinneringen werden vastgelegd in alba amicorum. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit een rijke collectie van dit soort handschriften.'

Op basis van de teksten in haar eigen Margarita, vatte mevrouw Bruens het plan op om de wetenschap die daarin werd gepresenteerd in kaart te brengen en met breed toegankelijke documenten te onderbouwen. 'Zo ben ik op het idee van de oraties gekomen. Dat is een soort grijze literatuur, onaanzienlijke dingen die door wetenschappelijke bibliotheken soms zijn veronachtzaamd. Toch zitten er juweeltjes tussen en ze vormen een waardevolle achtergrond voor de beschrijving en interpretatie van de autogrammen. Ik wil dat materiaal redden en behouden. In een oratie geeft een hoogleraar in kort bestek aan wat hij van plan is te gaan doen, of wat hij heeft gedaan. Ook wordt er verwezen naar een leermeester, wat de mogelijkheid biedt stambomen op te stellen waarlangs een bepaald vakgebied zich heeft ontwikkeld.'

Wat spelenderwijs begon met zo nu en dan een exemplaar uit de vriendenkring, omvat inmiddels een collectie van ruim vierduizend stuks. Allemaal zijn ze gecatalogiseerd en in een database opgeslagen. Toen hoogleraar sociale tandheelkunde M.A.J. Eijkman zich telefonisch met twintig oraties meldde, was het voor mevrouw Bruens een koud kunstje te kijken wat ze van zijn voorvader en Nobelprijswinnaar Christiaan Eijkman in huis had (de inaugurele rede van 1898 en de diesrede van 1913), en ook kon ze direct informeren of prof.dr.ir. E.G.J. Eijkman, die in 1989 als hoogleraar medische fysica zijn afscheidsrede hield, soms familie was (voor zover bekend: nee).

Speels

Een oratie legt op speelse wijze de verbinding met moeilijke wetenschap, vindt mevrouw Bruens. 'De collectie is natuurlijk nooit compleet, maar net als bij een legpuzzel: hoe meer stukjes je hebt gelegd, hoe vollediger het beeld. Ik heb geen enkele pretentie hiermee naar buiten te gaan, daarvoor is het veel te vroeg. Omdat ik niemand verantwoording schuldig ben, doe ik het helemaal op mijn manier. Alles is welkom, ik wil de groei van de collectie graag overlaten aan het toeval, aan wat zich aandient. Voorlopig gaat het om het behouden, weggooien kan altijd nog.'

Zover zal het niet gauw komen. Uit contacten met de Koninklijke Bibliotheek, waar in 1993 het Nederlands Genootschap van Bibliofielen in zijn tentoonstelling 'Verzameld Verlangen' voor beide Margarita's een plaatsje inruimde, is mevrouw Bruens gebleken dat men de collectie tezijnertijd wil overnemen. 'Wetenschapshistorisch is er allerlei leuks mee te doen, oraties zijn een interessante bron. Maar voorlopig integreer ik ze in mijn dagelijks leven, in de omgang met mijn kleinkinderen. Ook al ben ik een bibliofiel, die mogen de boekjes spelenderwijs ordenen of er aan ruiken. Via oraties wetenschap naar de kinderkamer brengen, daar is het me om te doen.'