Offensief rond euromunt van start temidden van groeiende onzekerheid; Echt debat over EMU moet nog komen

BRUSSEL, 25 JAN. Oud-minister van Financiën en voormalig Europees Commissaris Frans Andriessen trekt een bedenkelijk gezicht. “Ik vind het gevaarlijk wat hij zei”, reageert hij als hij de vergaderzaal uitloopt, waar zojuist de grote, driedaagse ronde-tafelbijeenkomst over de komende Europese eenheidsmunt is afgesloten.

Andriessen heeft de honderden aanwezigen in het Brusselse Leopold-gebouw op het hart gedrukt dat vasthouden aan de Maastricht-citeria voor de Economische en monetaire unie (EMU) van het allergrootste belang is, nog belanger dan het vasthouden aan de geplande ingangsdatum van 1 januari 1999. Maar na Andriessen is het de beurt aan de Franse oud-president Giscard d'Estaing om zijn visie te geven. En Giscard komt in een slim betoog, omlijst met diplomatieke scherpzinnigheid, juist tot de tegenovergestelde conclusie. Voor de politieke geloofwaardigheid van het EMU-project is handhaving van de startdatum van 1 januari 1999 een absolute voorwaarde, zegt de oud-president van de republiek. Zo belangrijk zelfs dat het criterium van het financieringstekort (niet meer dan 3 procent) daarvoor desnoods tijdelijk een klein beetje mag worden opgerekt, voegt hij er tot misprijzen van Andriessen aan toe.

Andriessen en Giscard d'Estaing ontvingen gisteren allebei applaus voor hun bijdrage aan het groots opgezette EMU-spektakel, georganiseerd door voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie en diens commissaris voor financiën, de Fransman Yves-Thibault de Silguy. Maar die waardering kon niet verhelen Andriessen en Giscard met hun interventies ongewild de opzet van het congres doorkruisten. Want hoe kan de publieke opinie nu warm worden gemaakt voor de komst van de 'Euro' als uit de politieke wereld tegenstrijdige signalen blijven komen over de preciese voorwaarden en realiseerbaarheid van een monetaire eenheid?

“De boodschap moet op de specifieke doelgroepen in de verschillende landen zijn toegesneden, maar ze moet tegelijkertijd wel helder zijn en consistent”, zo hielden communicatiesdeskundigen de aanwezige beleidsmakers de afgelopen dagen in Brussel voor. Conform dat advies gaven Santer en De Silguy dan ook geen krimp. “We blijven rustig verder werken, we zullen in een geest van vastberadenheid afkoersen op succes”, sprak De Silguy in zijn slotwoord. En Santer zei op de afsluitende persconferentie dat niet zal worden getornd aan de afspraken die afgelopen december op de Europese top in Madrid zijn gemaakt over de EMU en dat de invoeringsdatum van 1 januari 1999 “alleszins realistisch” is, ondanks de tegenvallende groeicijfers van de afgelopen maanden.

Toch illusteert de 'clash' tussen de oud-politci Andriessen en Giscard d'Estaing treffend dat de echte discussie over de EMU nog moet worden gevoerd. Die krachtmeting is pas te verwachten als de huidige EU-regeringsleiders begin 1998 de balans moeten opmaken en gaan uitmaken wie wel en wie niet zal toetreden tot de selecte kopgroep van de EMU. “Daarom zie je bijvoorbeeld Kohl en Chirac niet op zo'n conferentie als deze week. Zij moeten de politieke boodschap van de EMU uitdragen, maar ze kunnen nu nog geen duidelijkheid verschaffen. Tot 1998 zal iedereen volhouden dat de EMU op 1 januari 1999 zal beginnen en dat strikt de hand zal worden gehouden aan de criteria”, becommentarieert een diplomaat. “En als in 1998 blijkt dat niet aan de helemaal aan de criteria wordt voldaan, zijn er drie scenario's mogelijk: uitstel, verslapping van de criteria of een EMU zonder Frankrijk. Maakt u maar een keuze”, vult een ambtenaar bij de Europese Commissie aan.

De datum van 1 januari 1999 is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. Daardoor hebben de Europese regeringsleiders zichzelf onder druk gezet om knopen door te hakken. Maar het risico is dat de EMU-discussie daardoor ontaardt in een technisch dispuut over 'criteria', terwijl de politieke betekenis ervan wordt onderbelicht, zo werd de afgelopen dagen door verschillende deelnemers gewaarschuwd. “De totstandkoming van monetaire samenwerking is een onomkeerbare mijlpaal in de geschiedenis van de Europese integratie. Een groot concept als Europa mag niet het slachtoffer worden van een rigide tijdschema”, aldus bijvoorbeeld de Franse ondernemer Dauzier van de Groupe Havas. “We moeten de EMU over het voetlicht brengen als een groot Europese project, als een politieke uitdaging. Het gaat niet alleen om geld maar om Europese opbouw. De EMU kan een middel zijn om de fascinatie voor Europa weer aan te wakkeren”, aldus een spreker tijdens een workshop over de rol van het onderwijs bij de verspreiding van de blijde Euro-boodschap. Een studentenvertegenwoordiger zei dat niet alleen de onderwijzers maar ook de studenten zelf moeten worden betrokken bij het opzetten van EMU-programma's. Alleen dan is de medewerking van de “generatie van de toekomst” gewaarborgd. Alleen dan is de medewerking van de “generatie van de toekomst” gewaarborgd. En, zei hij: “De informatie moet afgestemd zijn op jongeren. Je zou ook gebruik moeten maken van Internet”.

Voor de groeperingen die opkomen voor de belangen van de consument staat voorop dat de daadwerkelijke invoering van de Euro-munt, voorzien voor het jaar 2002, geen verhoging van de kosten met zich mee mag brengen. Eventuele meerkosten mogen door banken en bedrijven althans niet worden doorgeschoven naar de consument. Bovendien moet de 'man in de straat' zekerheid en inzicht worden geboden. Gedurende een overgangsperiode moeten prijzen zowel in Euro's als in de oude nationale valuta worden vermeld. En duidelijkheid is geboden over de omzetting van langlopende leningen en beleggingen. Hypotheeknemers en beleggers moeten zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn.

Een probleem bij de acceptatie van de Euro is, legde de Spaanse oud-minister Solchaga gisteren uit, dat veel burgers in Europa niet het gevoel hebben dat hun vertrouwde munt heeft gefaald. Vandaar dat de nieuwe Europese munt “een symbool van sterkte” moet worden, “een munt die de krachtmeting met de dollar en de yen aan kan”, aldus de Franse ondernemer Dauzier. De herhaalde vraag hoe banken en bedrijven zich moeten voorbereiden bij de onzekerheid over de haalbaarheid van 1999 werd in Brussel zoveel mogelijk vermeden. “Je kunt niets anders dan er van uit blijven gaan,” zei Commerzbank-topman K. Müller, “zoals je je ook niet twee weken van tevoren kunt scheren.”