Obligatiehouders worden dupe van sterfhuis Fokker

DEN HAAG, 25 JAN. De Staat kan geen zekerheden geven aan obligatiehouders van Fokker. Ook niet aan de werknemers van Fokker die over schuldbewijzen beschikken. Dit zei minister Wijers (economische zaken) gisterenmiddag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Alle obligatiehouders samen hebben een tegoed op de houdstermaatschappij van Fokker van in totaal 1,7 miljard gulden. Ook Daimler-Benz heeft veel geld tegoed van de holding. Alles bij elkaar heeft de NV Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker schulden van meer dan 3 miljard gulden. Deze schulden belemmeren een zogeheten “doorstart” van het oude Fokker. De kans is daarom groot dat de holding, met daarin de schulden, failliet gaat, waardoor schuldeisers de dupe worden van de ontstane situatie.

Minister Wijers karakteriseerde de positie van groot-aandeelhouder DASA gisteren als die van “grote schuldeiser”.

Als de Staat wel zekerheden zou geven aan obligatiehouders of aan een bepaalde categorie obligatiehouders, zoals de werknemers, “dan is de financiële schade niet te overzien”, aldus Wijers gisteren. Het kabinet zal zich inzetten om zoveel mogelijk van het in surséance van betaling verkerende Fokker overeind te houden. “Als het aan mij ligt, gebeurt dit bij voorkeur integraal”, zei Wijers gisteren. “Lukt dit niet, dan met zo groot mogelijke stukken”. De overheid heeft ook geld over voor het reddingsplan. Hoeveel wilde Wijers gisteren niet zeggen. Dat hangt volgens Wijers af van het geboden perspectief, de overblijvende werkgelegenheid en het “commitment van private aandeelhouders”. Bovendien kan de steun verschillende vormen aannemen: technologiesteun, achtergestelde leningen of aandelen. Daarbij zal volgens Wijers “opnieuw een zakelijke afweging worden gemaakt”. De Staat zou in elk geval bereid zijn op korte termijn garanties te geven ter waarde van 200 à 300 miljoen gulden, zo bevestigen goed ingelichte bronnen in Den Haag. De garantie moet ervoor zorgen dat Fokker tijdens de periode van uitstel van betaling beschikt over voldoende financiële middelen voor het afbouwen van vliegtuigen.

Volgens de minister was uitstel van betaling voor grote delen van Fokker nodig “om de zaak überhaupt op te lossen”. Op korte termijn is er volgens de minister “geen enkele reden voor de angst dat de onderneming van surséance van betaling in een faillissement zou glijden”. Het bestuur van Fokker wilde uitstel van betaling eerder deze week voorkomen. De meest betrokken ministers en minister-president Kok hebben bekeken of dit mogelijk was. Toen in de loop van dinsdag bleek dat Daimler-Benz niet bereid was hieraan mee te werken en geen enkele financiële band met Fokker meer wilde, restte de overheid en Fokker niets anders dan het aanvragen van uitstel van betaling.

De reden van het misgaan van de onderhandelingen met Daimler-Benz over de toekomst van Fokker is volgens Wijers dat het in november door DASA vervaardigde ondernemingsplan voor Fokker te veel onzekerheden bevatte om daar een geldinjectie van de kant van de Staat ter grootte van minimaal 2,5 miljard gulden aan te verbinden. “Het probleem was”, aldus Wijers, “dat er weliswaar een plan lag, maar dat de toekomst van de werkgelegenheid en van de activiteiten van Fokker volstrekt onduidelijk bleef”.

Ook als er in de toekomst sprake zou zijn van samenwerking tussen verschillende vliegtuigbouwers in Europa, waaronder het moederbedrijf van Fokker DASA, dan nog zou het zeer twijfelachtig zijn of de produktieactiviteiten van Fokker in Amsterdam in de huidige omvang en betekenis overeind zouden kunnen blijven. Het kabinet wilde gezien de onzekerheden niet kiezen voor een dure verbetering van de balans van Fokker, maar voor een goedkope overleving van Fokker door het verstrekken van kasgeld. Wijers wilde geen “idiote risico's nemen op kosten van de Nederlandse belastingbetaler”.

Dit te meer daar volgens Wijers tijdens het laatste gesprek met Daimler-Benz, vorige week vrijdag, bleek dat de 1 miljard gulden die DASA tegenover de minimaal 2,5 miljard van de Nederlandse Staat zou stellen geen “nieuw geld” was, maar een oude-verplichting. Wijers noemde dit “een sigaar uit eigen doos”? Niettemin was het kabinet volgens Wijers op het laatste moment bereid een bedrag in Fokker te investeren, bovenop 800 miljoen gulden aan afgeschreven ontwikkelingskredieten. “Er is een heel concrete range genoemd”, aldus Wijers. Naar verluidt zou het gaan om 200 à 300 miljoen gulden. Wijers sluit niet uit dat Daimler-topman Schrempp en DASA-topman Bischoff dat in “de hitte van het gesprek” niet hebbn gehoord. Bischoff ontkent dat de Nederlandse Staat die vrijdag een nieuwe onderhandelingsbod heeft gedaan.

CDA-Kamerlid W. Mateman gaf te kennen dat “het kabinet substantieel meer had moeten doen”. Dit kwam hem op kritiek van de coalitiepartijen en minister Wijers te staan. “Ik neem de heer Mateman niet kwalijk dat hij vragen stelt. Ik neem het hem ook niet kwalijk, dat hij kritiek heeft. Maar wat ik wel van een serieuze fractie als die van het CDA verwacht, is dat hier een bestendige, consistente politieke lijn wordt neergezet”. “Ik mis volstrekt het punt dat u maakt”, voegde minister Wijers het CDA-Kamerlid toe.