Nuis opent Film Festival Rotterdam; Wars van alle deftigheid

Met de vertoning van de Franse film 'Au petit Marguery' en een circusact met tijgers is gisteravond de 25ste editie van het International Film Festival Rotterdam begonnen. De komende tien dagen zullen meer dan 200 films te zien zijn, waarvan er vijftien meedingen naar de Tiger Awards voor debuten en tweede films.

Vanavond zijn op het Film Festival Rotterdam onder andere de premières van Leaving Las Vegas en The Doom Generation, van Dead Man, de nieuwe film van Jim Jarmusch, en van Cyclo van Tran Anh Hung, winnaar van de Gouden Leeuw 1996.

ROTTERDAM, 25 JAN. Staatssecretaris van cultuur Aad Nuis had het gisteravond in zijn toespraak bij de officiële opening van het 25ste Film Festival Rotterdam al onderstreept: “Dit festival is wars van deftigheid; het is een vrijhaven voor de cinematografie, en het publiek komt niet af op glamour.”

Dat laatste kon ook niet, want in tegenstelling tot vorig jaar, toen de eerste avond van het filmfestival werd bijgewoond door eregast Roman Polanski, waren er dit keer geen beroemdheden aanwezig. Voor de openingsavond van het laatste door hem georganiseerde festival had directeur Emile Fallaux twee films uitgekozen van beginnende filmers: een korte 'hommage aan het eeuwfeest van de cinema' van de Nederlander Mark de Cloe, die enigzins te lijden had onder de metalige geluidsversterking in de Doelen, en een melancholieke komedie van de Franse romancier en cineast Laurent Bénégui.

Leklicht, lekliefde van Mark de Cloe gaat over twee geliefden-voor-een-nacht in een kamer waarvan de ramen zijn dichtgepleisterd; naarmate er door afbrokkelend pleisterwerk meer (lek)licht naar binnen valt, leren de minnaars elkaar beter kennen. Het is een cryptische film die zeer vluchtige herinneringen oproept aan Bertolucci's Last Tango in Paris, maar die verder weinig te maken lijkt te hebben met 100 jaar cinema. Ook als startschot voor het festival is Leklicht, lekliefde een vreemde keus - hoewel je de expliciete seks nog zou kunnen beschouwen als een voorproefje van het uitgebreide retrospectief van de Japanse 'Roman Porno'-filmer Tatsumi Kumashiro, of van veelbesproken films in het hoofdprogramma als Kids (Larry Clark), Leaving Las Vegas (Mike Figgis) en The Doom Generation (Gregg Araki).

Opvallend was ook Au petit Marguery van Laurent Bénégui, die meedingt naar de Tiger Awards voor beginnende filmers. De in de Doelen aanwezige regisseur leidde zijn debuut in met de aansporing 'Eet smekkelijk!' en al gauw werd duidelijk waarom. 'Le petit Marguery' is het restaurant van een Parijse kok die lijdt aan een kanker die hem zijn reuk zal ontnemen. Voor een groot gezelschap van familie en aanhang kookt hij zijn laatste maaltijd, voordat hij de zaak sluit. Terwijl de mooiste spijzen over tafel gaan, verliezen hij en zijn familieleden zich in herinneringen aan het verleden - goede en slechte. En hoewel het samenzijn aanvankelijk lijkt te ontaarden in ruzie en onderlinge afrekeningen, eindigt de film met verzoening en begrip.

Au petit Marguery is een charmante kleine film die echter niet grappig en ontroerend genoeg is om lang in het geheugen te blijven hangen. Bénégui's idee is prachtig, de acteurs (onder anderen de van vele Chabrol-films bekende Stéphane Audran) spelen goed en de flashbacks zijn mooi in het verhaal geïntegreerd, maar je houdt het gevoel dat de regisseur niet helemaal de weemoedige tragikomedie heeft verwezenlijkt die hem voor ogen stond.

In zijn openingstoespraakje zei Emile Fallaux dat het Rotterdams filmfestival niet hoeft te zwelgen in het glorieuze verleden omdat de nieuwe films voor de Tiger Awards “net zo levendig zijn als de echte tijgers die u buiten voor de Doelen heeft zien staan.” Het was een ongelukkige vergelijking, want toen de vijf Bengaalse tijgers tot slot met een dompteur optraden, maakten ze een zeldzaam matte indruk.

    • Pieter Steinz