INDOOR skiën, windsurfen en klimmen; In de hal langs berg en dal

Wie wil skiën op echte sneeuw gaat naar Rucphen, voor een partij beachvolleybal kun je te allen tijde terecht in Schiedam, en sportklimmers nemen een wand in Bergschenhoek. In de zomer naar de sneeuw en in de winter naar het strand, het is allemaal mogelijk in eigen land.

Skidome Skischool Nicky Broos, Baanvelden 13, Rucphen. Inl 0165-343134.

Klimcentrum Monte Cervino, Hoeksekade 141c, Bergschenhoek. Inl 01892-21092.

Indoor volleybal- en klimcentrum Caillou, Jan van Riebeeckweg 15, Schiedam. Inl 010-4620540.

Klimhallen:

Neoliet, Vijfkamplaan 14, Eindhoven. Inl 040-2482634.

Sportcentrum All-Inn, Vlampijpstraat 79, Utrecht. Inl 033-4807553.

Rock Steady, Spaarndamseweg 120b, Haarlem. Inl 023-5274630.

Sporthal De Hazenkamp, Ploegstraat 4, Nijmegen. Inl 024-3557406.

Apollohal, Stadionweg 1-5, Amsterdam. Inl 020-6713910.

Gaan we vanmiddag skiën of zullen we een partijtje beachvolleybal spelen? Wat wordt het jongens, koele sneeuw of brandend zand?'' Het lijkt een onzinnige vraag en toch kan hij sinds kort op elke willekeurige dag van het jaar gesteld worden. Of het nu vriest dat het kraakt, al vallen de mussen van het dak, al regent het pijpestelen.

Het populaire beachvolleybal - dat enkele jaren geleden kwam overwaaien uit de Verenigde Staten - kan in het Nederlandse klimaat maar enkele maanden per jaar gespeeld worden. Geen nood, dachten ze in Schiedam. Ze namen een oude fabriekshal, gooiden er een paar kuub zand in, en met een geschilderde palmboom op de muur en een kachel die zorgt voor een temperatuur van ruim twintig graden, waant de sportieve bezoeker zich hier in een tropisch oord. Indoor beachvolleybal was een feit. “De winter is deprimerend”, aldus een liefhebber van deze tak van sport in een Amerikaans blad. “Het is donker en koud. Als je dan even het gevoel kunt hebben buiten te zijn, maakt dat een groot verschil.”

Binnen 'buiten' zijn, dat kan ook in het Brabantse Rucphen waar vorige maand Nederlands eerste indoor skibaan geopend is. De sparrebomen langs de helling zijn nep, maar de sneeuw is echt. De Skidôme, zoals de piste heet, is 190 meter lang, 20 tot 25 meter breed en 18 meter hoog. Drie liften brengen de skiërs naar boven. Aan het dak boven de skibaan hangt een brede buis waar continu koude lucht uit geblazen wordt. De 'echte' sneeuw komt uit een machine, waar lucht, water en stikstof ingaat, en 60 kuub sneeuw per uur uit komt. Het heeft drie dagen gekost om de helling van een 30 centimeter dikke laag sneeuw te voorzien.

Eeuwige sneeuw'', legt eigenaar Nicky Broos uit. De temperatuur in de hal blijft dag en nacht, het hele jaar door, onder nul. Ook in de warme maanden kan er geskied worden, alleen in augustus is de Ski-dôme gesloten. Broos verwacht 160.000 gulden per jaar kwijt te zijn aan stroom. De baan zelf, plus het restaurant, kostte vijf miljoen gulden.

De 27-jarige Broos - “ik heb alleen maar MAVO en vanaf m'n vijftiende verdien ik mijn geld met het geven van skiles” - had op deze berg eerder een baan met plastic matten. In Nederland zijn ruim twintig van deze 'borstelbanen' op bijvoorbeeld afvalbergen aangelegd. “Het was een droom van me om nog eens op echte sneeuw te kunnen skiën in Nederland”, vertelt hij. “Mensen kwamen hier altijd oefenen ter voorbereiding op hun wintersportvakantie en ik dacht: als ik het moment waarop mensen naar de sneeuw gaan nu eens dichterbij kan halen. De belevingswaarde is op echte sneeuw toch veel groter.”

Voor sommige bezoekers is het nog niet mooi genoeg. “De sneeuw is ijzig”, zegt Bas Meijer (21), die zich met een groep studenten voorbereidt op een skitrip naar Frankrijk. Hij ziet echter ook een positief punt: “In de Alpen heb je geen muziek en hier in de hal wel.”

Buiten Nederland waren er al enkele indoor ski-banen: in Bangkok, Adelaide en dichterbij huis in België en Engeland. Maar de Skidôme is de grootste van Europa en de eigenaar is daar “verdomde trots” op. “We hebben veel bedrijven, personeelsverenigingen en examenklassen”, zegt Broos. “En voor de commando's van de commando-opleiding in Roosendaal hebben we een speciaal arrangement gemaakt.” Het liefst zou hij er nog een hotel bij bouwen voor de bezoekers die van van ver komen. “Ieder weekeinde komt hier een groep uit Sneek om skiles te volgen.”

Behalve lessen vermeldt het rooster van de skibaan onder andere: vrij snowboarden, familie-skiles en 'koffieskiën'. Het laatste kan iedere zondagochtend van 9 tot 10 uur. Volgens Broos is een uur skiën plus koffie en gebak voor 25 gulden “een hit”. Over gebrek aan bezoekers heeft hij niet te klagen. Sinds de Skidôme vorige maand open ging zijn er al 15.000 mensen binnen geweest. De eerste weken stonden de bezoekers tot buiten in de rij.

Als er veel mensen binnen zijn, stijgt de temperatuur in de hal. De sneeuw wordt daardoor zachter. “De computer die de temperatuur regelt denkt niet vooruit, hij reageert”, zegt Broos. “Eigenlijk is het hier net als in de Alpen. Daar is de sneeuw 's morgens hard en 's middag door de zon wat papperig.” Natuurlijk, erkent hij, kan zijn indoorbaan niet op tegen een echte berg: “Buiten is het ruimer, grootser. De zon, de rust, dat is natuurlijk fantastisch. Maar ach, als je tien jaar achtereen naar hetzelfde skigebied gaat, heb je het daar ook wel gezien.”

Voor beoefenaars van de klimsport is Bergschenhoek, boven Rotterdam, sinds een jaar een belangrijke plek op de kaart. Van kilometers ver zie je hun reisdoel al boven de weilanden uitsteken: de Monte Cervino, een 34 meter en 60 centimeter hoog model van de Matterhorn. Deze 'berg', gemaakt van prefab-beton, kan niet alleen aan de buitenkant worden bedwongen. Hij is van binnen hol. Voor 1,5 miljoen gulden is hier Europa's grootste klimhal (30 meter hoog) neergezet.

De te beklimmen binnenwand bestaat uit houten platen waar imitatie-stukjes rots tegenaan geschroefd zijn. Deze zwart, paars, groen en anders gekleurde 'grepen' dienen als steun voor de handen en voeten van de klimmer. De kunst is om alleen grepen van een kleur te gebruiken, legt instructeur Fokko-Jan de Vries uit. Dan volg je een 'route' met een bepaalde moeilijkheidsgraad. “Als je verschillende kleuren gebruikt is het makkelijker klimmen”, zegt hij. “Regenboogklimmen noemen we dat.”

Indoor klimmen bestaat in Nederland al ruim tien jaar, maar de laatste tijd wint het snel aan populariteit. Behalve in Bergschenhoek zijn er nu onder meer in Rotterdam, Tilburg, Eindhoven, Utrecht en Haarlem plekken waar onder een dak geklommen kan worden. De sport wordt zelfs in enkele gevangenissen, waaronder de Koepelgevangenis in Breda, beoefend. In de Tweede Kamer werden daar eind vorig jaar vragen over gesteld door een parlementariër, die vreesde dat het geklauter binnen de gevangenismuren gedetineerden zou inspireren om over die muren heen te klimmen.

“Buiten is het natuurlijk leuker”, zegt instructeur De Vries. “Je hebt een zonnetje of de wind op je kop; je ziet dieren en je komt op plaatsen waar je nog nooit geweest bent. Maar het nadeel is dat je ervoor naar het buitenland moet. En als het nat is heeft klimmen geen zin. Dan krijg je geen grip op de wand.”

Bovendien is het klimmen in een hal veiliger. In de natuur moet een klimmer als eerste een touw omhoog brengen waarmee anderen na hem 'gezekerd' worden. In de hal hangen de touwen al klaar. “Ongelukken hebben we hier gelukkig nog niet gehad”, zegt De Boer. “We zijn ook heel streng met onze eisen. Als mensen voor het eerst gaan klimmen moeten ze een instructeur inhuren of een beginnerscursus volgen.” Ook moeten ze een papier ondertekenen waarin ze verklaren op eigen verantwoordelijkheid naar boven te gaan.

De Monte Cervino is geen trainingsbergje voor mensen met de ambitie om ooit nog eens de toppen van de Himalaya te bedwingen. Van alpinisme, zoals het beklimmen van dat soort bergen heet, moeten de meeste sportklimmers niks hebben. “Sneeuw-stampen”, noemt Paul de Leer (20) uit Berkel en Rodenrijs het. Hij zegt besmet te zijn met het klimvirus. Vier, vijf keer in de week traint hij in de hal. “Het is de uitdaging om steeds iets moeilijkers te kunnen. Kracht is belangrijk, maar techniek ook.” Er komen ongeveer evenveel mannen als vrouwen in de klimhal, aldus De Vries. “Mannen zijn natuurlijk sterker, maar vrouwen hebben meer balans. Daardoor zijn ze ongeveer even snel.” Behalve individuele bezoekers ontvangt ook Monte Cervino examenklassen en bedrijven, die het als alternatief zien voor de inmiddels bijna traditionele survivaltocht. “Omdat het toch een stuk dichterbij is dan de Ardennen”, veronderstelt De Vries.

Zelfs op het gebied van de watersport worden in Nederland indoor-activiteiten georganiseerd. Vorige maand werd in de Amsterdamse Rai-hal voor de eerste keer in Nederland een indoor surfwedstrijd gehouden. Bij windsurfen heb je nodig: water en wind. De organisatie liet daarvoor een team uit Frankrijk, komen waar ze al enige jaren ervaring hebben met het organiseren van dergelijke evenementen. Er werd een zwembad gebouwd, groot genoeg om 1,5 miljoen liter water in te laten lopen. Zesentwintig ventilatoren zorgden voor een stevige bries van windkracht 9. “Het was een heel geëxperimenteer om de juiste stand en positie van de blowers te bepalen”, vertelt organisator Henri van der Aat, die van plan is er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken. “In zo'n zaal moet die wind ergens heen, of hij komt via de muur terug. Een open deur maakt dan al erg veel verschil. Verder is de temperatuur van het water van groot belang. Als het water veel kouder is dan de lucht in de hal, ontstaan er allerlei rare winden door het drukverschil. Daarom wordt het water door een apparaat verwarmd tot 20 graden.” Het organiseren van deze indoor surf-wedstrijd kostte ongeveer 1,5 miljoen gulden.

Ondanks de hoge kosten is het commercieel interessant om een hal om te bouwen tot water-arena, zegt van der Aat. “Alles is binnen beheersbaar en dat is prettig. Buiten is dat anders. Heb je een keer publiek, dan is er geen wind. De mensen kunnen het koud krijgen, het kan gaan regenen, en vaak gebeurt het allemaal zo ver weg dat het publiek weinig van de wedstrijd kan zien.” Een indoor surfwedstrijd bestaat uit twee onderdelen: slalom (in groepen van vier zeilen de surfers achtjes om twee boeien, de twee snelsten gaan door naar de volgende ronde) en jumping (de surfers maken sprongen van een schans, een jury geeft punten).

Het publiek zit er bovenop. En, niet minder belangrijk, de camera's zitten er bovenop. Volgens Van der Aat een belangrijk voordeel. “Buiten is het heel lastig om televisieopnamen te maken van een surfwedstrijd. In zo'n hal zet je acht camera's neer en dan kun je het heel mooi in beeld brengen. Wil de televisie om tien uur een live uitzending, dan begin je om tien uur.”

“Het is goede reclame voor de surfsport, maar wat mij betreft blijft het bij een keer in het jaar”, zegt Alexander Hoekstra, Nederlands kampioen (buiten) surfen, en deelnemer in Amsterdam. “Je bent constant aan het corrigeren. Doordat het bereik van die blowers niet zo groot is, is de wind op elke plek anders. Buiten surfen blijft voor mij het leukst. Omdat je de vrijheid hebt, het gevoel dat je overal naartoe kunt.”

De natuur is mooi, maar onvoorspelbaar. Techniek stelt mensen in staat dicht bij huis te sporten op het moment dat dat hen (of de televisiezenders) uitkomt. Nicky Broos van Skidôme twijfelt er dan ook niet aan dat hij er binnen afzienbare tijd concurrenten bij zal krijgen. Hij verwacht dat er in Nederland over tien jaar vijf tot acht indoor skibanen zijn. “Als ze maar drie jaar wachten. Dan heb ik m'n leningen terugbetaald.”

De openbare nutsbedrijven varen in ieder geval wel bij al deze kunstmatige klimaatveranderingen. Zee, wind, zand, rotsen en sneeuw. Is alles dan maakbaar of verplaatsbaar? En kan het nog gekker? Jazeker, er rest nog een grote uitdaging. De indoor-skibaan in Rucphen is binnen vier maanden gebouwd. Daarom moet het mogelijk zijn, als iedereen meewerkt en als de politiek het wil, dat hij er deze zomer al komt: de eerste indoor Elfstedentocht.