Homeopathie (2)

Als Piet Borst de juridische kwakzalverij van VSM-homeopathie aan de kaak stelt, is dat een goede zaak. Maar de manier waarop hij in dat verband de homeopathie als denkwijze en methode afkraakt is ondeskundig. Want hij verbindt 'de homeopathische leer' met het feit 'dat chemische stoffen hun werking verliezen als ze bijna oneindig verdund worden'. Met deze zin afficheert hij zich als onwetende, want elke vakman, arts of farmaceut die met homeopathische middelen werkt, weet dat er na de verdunning geen molecuul meer aantoonbaar is, en zal dus ook niet een 'chemische werking' claimen. Het is de tegenpartij, in dit geval Borst, die de domheid begaat dit soort bewijzen te vragen. (Ik heb het dus niet over de gelei en het steekspel van VSM maar over het homeopathisch principe als zodanig).

Een echte wetenschappelijke discussie wat betreft eventuele waarheid en waarde van de homeopathische benaderingswijze kan niet over chemische werkingen gaan, maar moet handelen over de ten grondslag liggende filosofische vraag óf een andere dan chemische werking denkbaar en te adstrueren is.

    • J. van Dreven Zeist