Het vermogen van de tekst in Hamlet

Voorstelling: Hamlet van Shakespeare door Onafhankelijk Toneel. Bewerking/vertaling/regie: Mirjam Koen; choreografie: Ton Lutgerink; muziek: Harry de Wit; decor: Marc Warning; spel: John Taylor, Frans Fiselier, Amy Gale, Robert John van den Dolder. e.a. Gezien: 24/1 Rotterdamse Schouwburg. Aldaar t/m 25/1, daarna tournee t/m 2/3.

Het is alsof tientallen onzichtbare handen Hamlet in hun greep houden. Ze duwen, trekken en sjorren aan hem - als een speelbal wordt hij heen en weer geslingerd, hij draait om zijn as, kronkelt, heft de armen en valt. Een verscheurde ziel in een verscheurd lichaam.

Het Rotterdamse Onafhankelijk Toneel danst Hamlet. Pathetiek ligt op de loer in deze dansopera, waarin niet alleen de gesproken tekst het verhaal vertelt maar muziek en dans de emoties opzwepen. In deze voorstelling veel heftig bewegende lijven die passie suggereren, maar mij vaak ongemakkelijk op mijn stoel doen schuiven: Ophelia die zich voor de op de canapé uitgestrekte Hamlet in verleidelijke bochten wringt, het heeft iets drammerigs. Uit hun woorden begrijpen we immers wat ze voor elkaar voelen, de scène wint niet automatisch aan dramatische zeggingskracht door al dat lichamelijk vertoon.

Op andere momenten daarentegen is de choreografie van Ton Lutgerink wel mooi en effectief, vooral de laatste scènes na de pauze waarin Hamlet het opneemt tegen Ophelia's broer Laertes, vormen een schitterend ballet waarin de kemphanen om elkaar heen wervelen. Hier is de dans niet gratuit omdat het tekst overbodig maakt. Maar meestal is in de voorstelling het tegenovergestelde het geval: de tekst, zo blijkt dan, kan het alleen wel af.

Dat is vreemd voor een produktie die bedoeld is als dansopera. Het is bovendien vreemd omdat de muziek, die in de voorstelling net zo'n belangrijk aandeel heeft als de dans, geen overbodige indruk maakt. Harry de Wit zette Hamlet op muziek en componeerde voor het Onafhankelijk Toneel ritmisch klinkende melodieën voor zowel hedendaagse- als barokinstrumenten.

De muziekinstrumenten die in een hoek van het podium zijn opgesteld ogen als apparatuur in een laboratorium. En zo is het ook een beetje: de buizen, pijpen, snoeren, slangen, snaren, fluiten, drums en piano produceren de meest wonderlijke geluiden, puffend, bonkend of zachtjes huilend als de wind. De muziek, soms weemoedig en somber, soms lyrisch en dramatisch, geeft het verhaal extra intensiteit.

Gezongen wordt er ook, zij het dat dit slechts is voorbehouden aan de doden in de voorstelling - de levenden dansen en spreken. De belangrijkste partij vertolkt Frans Fiselier als de geest van Hamlets vader. Fiselier heeft een mooie bariton, het is de stem die Hamlet (een sterke rol van John Taylor) hoort in zijn hoofd en hem in grote verwarring brengt. Bij deze zangstem voegen zich later de stemmen van andere overledenen zoals Ophelia (Marie Josée Joore) en haar vader Polonius (Scott Blick).

De in het Engels gespeelde en gezongen voorstelling, met af en toe haperende Nederlandse boventiteling, is door Mirjam Koen sober geënsceneerd in een decor dat uit twee panelen bestaat die door hun verschillende vormgeving slecht bij elkaar passen. Met deze panelen is het als met de voorstelling zelf: de onderdelen hebben afzonderlijk hun waarde, maar bij elkaar gevoegd is het lang niet altijd een geslaagde combinatie.

    • Noor Hellmann