Gebruik van kroongetuige is nog niet wettelijk geregeld

AMSTERDAM, 24 JAN. Klassiek recherchewerk heeft geleid tot de arrestatie van Johan V. alias de Hakkelaar, zegt de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking. Er is geen “IRT-methode” aan te pas gekomen, zo benadrukte hij op de televisie.

Het zijn deze onregelde opsporingsmethoden waarover de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa volgende week een met spanning tegemoet gezien rapport uitbrengt. Het zijn ook deze methoden die de afgelopen jaren in menige rechtszaal tot spektakel van de verdediging hebben geleid.

Hoofofficier Vrakking was iets te snel met zijn geruststelling. Er is wel degelijk gebruik gemaakt van een onorthodox middel: de kroongetuige. Een voormalig lid van de zogeheten Octopusbende heeft een belastende verklaring afgeleid in ruil voor vrijdom van strafvervolging en bescherming tegen zijn oude makkers.

De kroongetuige komt voor in het 'begrippenkader voor bijzondere opsporingsmethoden' dat het hoogste beleidsorgaan van het openbaar ministerie, het college van procureurs-generaal, vorige maand heeft afgekondigd. Dit college doet er overigens nogal laconiek over. Deals met criminelen, die nauw verbonden zijn met het inzetten van een kroongetuige, moeten ter beoordeling worden voorgelegd aan de toetsingscommissie die het OM heeft ingesteld. De kroongetuige behoort echter tot het rijtje “overige begrippen”.

Maar bijzonder blijft het. En omstreden. De raadsman van V., de Maastrichtse advocaat M. Moszkowicz sr. betitelde, eveneens op de televisie, de zaak tegen zijn cliënt als een test voor de rechtstaat. Er zijn inderdaad sterke bezwaren aan te voeren tegen de kroongetuige. Bij de betrouwbaarheid van 'gekochte' informatie past een vraagteken. Een kroongetuigenregeling is bovendien vaak omgeven met geheimzinnigheid, hetgeen de rechterlijke controle bemoeilijkt. Principieel is het moeilijk te verteren wanneer een aangehouden verdachte in een ernstige zaak - en daar gaat het per definitie om - wordt vrijgelaten door en zelfs geholpen door justitie.

Invoering van een kroongetuige is tijdens de vorige kabinetsperiode door dezelfde Tweede Kamer die nu de parlementaire enquête houdt, aan de orde gesteld. Minister Hirsch Ballin van justitie reageerde aanvankelijk terughoudend op een suggestie van het toenmalige kamerlid Stoffelen (PvdA) de kroongetuige of 'spijtoptant' te introduceren als wapen tegen de georganiseerde criminaliteit. Een aantal Europese landen maakt er echter al gebruik van, zo bleek uit een vergelijkend onderzoek door de Nijmeegse hoogleraar P.J.P.Tak. Het gaat vooral om terrorisme (Duitsland, Groot Britannië) en drugs, en in Italie (pentiti) ook om de mafia.

In december 1993 liet Hirsch Ballin zijn reserves varen. Wel wees hij op de grote kosten. Die kunnen inderdaad oplopen, zo bleek uit een beschouwing in het tijdschrift voor strafrecht over de bescherming van kroongetuigen in de Verenigde Staten. Het verhuizen van een gezin komt daar al gauw op 100.000 dollar. Behalve omvangrijke flankerende maatregelen zijn ook een aantal strafvorderlijke voorzieningen nodig. Het werk daaraan is echter bevroren in afwachting van het rapport van de commissie-Van Traa.

Toch kent Nederland de kroongetuige al. Op 5 februari 1994 deed hij zijn intrede in een arrest van de Hoge Raad. Dit betrof een Antilliaanse zaak, een ripdeal (doorgestoken drugstransactie) die de twee beklaagden op het eiland St. Maarten hadden opgezet in eendrachtige samenwerking met twee politie-agenten. Twee bedrogen drugshandelaren getuigden in ruil voor immuniteit. De Hoge Raad was het eens met de Antilliaanse rechter dat de zaak klaarblijkelijk niet op een andere manier was op te lossen en dat het belang van een onkreukbare politie de kroongetuigenverklaring rechtvaardigde.

Een vrijbrief geeft deze uitspraak niet, zegt de Utrechtse hoogleraar strafrecht A.H.J. Swart in een aantekening bij deze uitspraak, maar wel een groen licht. Hij vindt dat het hoogste rechtscollege zijn oordeel wel erg mager heeft gemotiveerd. Swart: “Het arrest maakt een beslissing van de wetgever bepaald niet overbodig, maar integendeel juist noodzakelijk”. Er blijft dus werk aan de winkel voor de commissie-Van Traa.

    • F.Kuitenbrouwwer