Eliteschool

Het artikel van dr. C. le Pair over het tweetalig VWO, dat volgens hem eindelijk weer een plek voor elite-onderwijs kan betekenen, behoeft in een aantal opzichten enige kanttekeningen. Daarbij laat ik zijn fin de siècle-opmerkingen over de Mammoetwet, die 'ons voortreffelijk VWO om zeep bracht', alsmede zijn opvatting over de 'pedagoochelaars op het ministerie' maar buiten beschouwing. Het gaat mij veeleer om de opvatting dat het tweetalig VWO mogelijkheden biedt voor een 'eliteschool'.

Met de komst van de basisvorming hebben scholen de mogelijkheid gekregen om zich ook in onderwijskundige zin te profileren. Het loslaten van de verplichte lessentabel, maar ook de grotere beleidsruimte die scholen thans krijgen vormen daarbij gunstige factoren. De voortschrijdende internationalisering en de technologische ontwikkelingen die mensen over de gehele wereld steeds dichter met elkaar in contact brengen zijn voor een aantal scholen reden geweest om het onderwijskundige accent te leggen op de internationalere toekomst van hun leerlingen.

De meeste van deze scholen hadden reeds een (Engelstalige) internationale afdeling aan hun school. Deze afdeling leidt op tot het International Baccalaureate, een over de gehele wereld erkend diploma, dat vooral uitkomst biedt aan leerlingen (en ouders) die veel en vaak over de hele wereld verspreid moeten wonen en verhuizen. Voor zulke leerlingen is inpassing in het Nederlandse onderwijssysteem vaak onmogelijk, tenzij met de nodige vertraging. Vanzelfsprekend zijn ook reguliere ouders en leerlingen geïnteresseerd in een dergelijke opleiding die een soepele toegang verschaft tot hoger onderwijs in de hele wereld. Abituriënten van mijn IB-afdeling studeren thans op een groot aantal universiteiten (in Engels- en Spaanstalige landen), waarvan ik tot voor kort het bestaan niet wist.

Toegang tot de International Baccalaureate-opleiding is echter steeds beperkt tot de z.g. 'mobile community'.

Deze omstandigheid is mede reden geweest om te komen tot introductie van tweetalig onderwijs. Bij tweetalig onderwijs wordt ongeveer de helft van de vakken in het begin in de Engelse taal gegeven, meestal en bij voorkeur door 'native speakers'. Hierdoor hopen wij te bereiken dat de leerlingen die dit tweetalig onderwijs hebben gevolgd een beheersing van de Engelse taal hebben die ver uitstijgt boven het niveau van het reguliere onderwijs van het Engels als tweede taal. De vrees van Le Pair dat tweetaligheid een handicap kan zijn voor denkprocessen in de moedertaal is ongegrond, omdat Nederlands de eerste taal blijft.

Ik ben het echter volstrekt oneens met de opvatting van Le Pair dat het tweetalig VWO de mogelijkheid geeft de leerlingen te selecteren. Inderdaad is er sprake van een zwaarder programma, althans zeker in de beginfase. Leerlingen (én hun ouders) moeten daarom extra gemotiveerd zijn om aan deze opleiding te beginnen. In die zin moet er wel degelijk sprake zijn van een zekere selectie. Ook heeft voorzichtigheid ons genoopt om de opleiding, althans voorlopig, te beperken tot het VWO. Er is echter sprake van een grote vraag bij ouders om de opleiding op den duur ook uit te breiden tot het HAVO.

    • A.J.M. Vaessen
    • Rector van het Rijnlands Lyceum Oegstgeest