Duitsland saneert 'nationaal recreatiepark'

BONN, 25 JAN. Papier is geduldig. Maar wat er in de werkelijkheid van de komende jaren ook van terecht mag komen, een kunststuk is het zeker dat kanselier Helmut Kohl de top van zijn verdeelde coalitie en werkgevers en vakbonden op één lijn heeft weten te krijgen voor een zeer ambitieus om niet te zeggen fantastisch plan. Namelijk: halvering van de werkloosheid en een drastische industriële en sociaal-economische modernisering van Duitsland tot het jaar 2000.

Méér nog, Kohl heeft dinsdagavond in zijn kanselarij met zijn 'Bondgenootschap voor werk en verbetering van Duitsland als produktieplaats' een soort drieslag weten te maken. Zijn plan dekt in feite drie prioriteiten van zijn krappe meerderheidscoalitie:

1) De werkloosheid terug van 4 miljoen nu tot 2 miljoen in het jaar 2000 door matiging in de CAO's, belastingverlaging, 20 miljard 's jaars beperkingen in de sociale sfeer en overheidsbezuinigingen, meer banen, vooral voor jongeren, in plaats van overuren in de bedrijven. Voorts: lagere aanvangslonen voor jongeren en langdurig werklozen, industriële en technologische vernieuwing, accent op efficiëntere (kortere) opleidingen, meer faciliteiten voor (nieuwe) middenstandsbedrijven, minder ingewikkelde en tijdrovende regels en procedures en ruimere budgetten voor research, bij de overheid en vooral in de particuliere sector.

2) Zóveel binding van werkgevers- en werknemersorganisaties aan het plan dat het voor de SPD lastiger wordt de coalitie op het werkgelegenheidsbeleid, de eerste zorg van de bevolking, aan te vallen. Dat is een aardige bijkomstigheid nu er 24 maart belangrijke verkiezingen zijn in de deelstaten Rijnland-Palts, Sleeswijk-Holstein en Baden-Württemberg, waarin onder meer wordt beslist of de SPD haar meerderheid in de Bondsraad (de Duitse Eerste Kamer) houdt.

Voor de sociaal-democraten was het gisteren een mindere dag. Dezelfde ochtend waarop de vakbeweging zich lovend uitliet over het kanselarij-akkoord van de voorafgaande nacht, drukte de Bildzeiting een (eerder afgenomen) interview met SPD-voorzitter Oskar Lafontaine af, waarin deze maar weinig heel liet van het sociaal-economisch beleid van de regeringscoalitie. Later gisteren, na de vriendelijke reacties van onder meer de DGB (de Duitse FNV), op het onder Kohls leiding bereikte principe-akkoord, drukte SPD-fractieleider Rudolf Scharping zich al veel positiever uit. Scharping, die drie maanden geleden door Lafontaine uit het SPD-voorzitterschap werd verdrongen, bood Kohl & Co zelfs medewerking aan. Wat het vermoeden toeliet dat de contacten tussen de SPD-top en de vakbeweging niet zó intensief zijn.

3) Europa en de Europese muntunie, voor Kohl hét grote thema, dat ook in zijn land zijn vroegere vanzelfsprekendheid heeft verloren. Daarover schrijven de sociale partners en de coalitiepartijen in het stuk van dinsdagavond taal naar zijn hart. Namelijk: “De toekomstverzekering van Duitsland als produktieland is onverbrekelijk met de toekomst van Europa verbonden. (..) De Economische en Monetaire Unie en de Politieke Unie zijn hoekstenen. De gemeenschappelijke munt euro is de basis voor meer economische groei en werkgelegenheid in Europa en voor zijn globale overlevingscapaciteit. Het bedrijfsleven, de vakbonden en de Duitse regering zullen zich daarom nadrukkelijk inspannen om de derde fase van de EMU tijdig te laten ingaan (de muntunie in 1999 dus, red.)”.

De SPD maakte zich net op om als thuishaven te gaan fungeren voor de groeiende groep angstige of bezorgde Duitsers die het verdwijnen van de D-mark vrezen en de muntunie niet, of pas later, wensen. Dat ook de vakbeweging zo duidelijk achter 1999 als invoeringsjaar van de muntunie gaat (blijft) staan, maakt het voor Lafontaine c.s. moeilijker op uitstel aan te dringen.

Kohl werd al tijden verweten, ook door de werkgevers, dat hij zich na ruim dertien jaar kanselierschap, en al verzekerd van het historische predikaat 'eenheidskanselier', nog slechts om de Europese integratie en de “interne” Duitse eenwording bekommerde. En dat hij voor de nationale politiek, voor de snel groeiende werkloosheid en het industrieel-technologische terreinverlies van de Bondsrepubliek nog maar weinig belangstelling had.

Die verwijten leken gerechtvaardigd, want sinds hij de Bondsdagverkiezingen van oktober 1994 (net) won zijn Kohl en zijn coalitie op het nationale toneel niet opgevallen door beweeglijkheid of zin voor creatieve vernieuwing. Rondom thema's als de al jaren beloofde belastinghervorming, de reorganisatie van het overheidsapparaat, de afschaffing van “verkorstende” regels en procedures en bezuinigingen op overheidsuitgaven (subsidies) werd immers in Bonn wel veel gesproken maar weinig gedaan. Dat geldt zeker voor wie zich herinnert dat de kanselier vier jaar geleden al misprijzend over Duitsland als “nationaal recreatiepark” sprak. Een land waarvan de welvarende bewoners door verwenning en vervetting, te hoge loonkosten, een record aan vrije dagen en ziekmeldingen en een onderbezet machinepark bezig waren om de tak waarop zij zaten door te zagen.

Pag.20: Politieke waarde van historisch pact is groot

Tweeëneenhalf jaar voor de volgende Bondsdagverkiezingen hebben Kohl & Co de lucht van gevaar nu kennelijk in de neus gekregen, al dan niet onder druk van dramatisch en snel verslechterende omstandigheden. Die omstandigheden, naast de werkloosheid óók de vlucht van bedrijven en kapitaal uit het land, dreigen de reputatie van de CDU/CSU als regeringspartij bij haar kiezers te schaden én Duitslands leidende economische rol in Europa kwestieus te maken. De kanselier had de werkloosheid al rond kerst tot thema nummer één verklaard en was zich de afgelopen weken ook daadwerkelijk gaan bemoeien met het veelstemmige debat daarover.

Vlucht van kapitaal en know how, weinig bereidheid om risicodragend kapitaal in nationale bedrijvigheid (en particuliere research) te steken, oplopende export van Duitse banen, een degelijk maar achterop geraakt opleidingssysteem, met veel te weinig bêta-studenten en vergelijkenderwijs lange studietijden - het is maar een greep uit een lange lijst. Incidenteel nieuws, over weer een biochemische bedrijfsverhuizing naar Azië of de VS (Bayer, Hoechst) of over een ongehoord verlies van zes miljard mark over 1995 als dat van 's lands grootste concern Daimler-Benz, laat schrikken. Dat doet ook een krantekop als: 'Duitsers lopen struikelend mee in de technologie-race' (Herald Tribune van gisteren). Kortom: aan voldoende maatschappelijk en politiek momentum bestaat geen gebrek.

Van dat momentum heeft Kohl dinsdagavond in zijn kanselarij gebruik gemaakt door - “dit gesprek eindigt pas als er besluiten zijn” - uit vele plannen van vakbonden, werkgevers en politieke partijen een consensusstuk te laten ontstaan. Het is een logisch beginselprogramma gezien de verontrustende Duitse boedelbeschrijving.

Maar het is een beginselprogramma, een brede intentieverklaring en er moeten nog veel details worden uitgewerkt. De regering heeft de vakbeweging beloofd minder dan gepland te zullen korten op werkloosheids- en bijstandsuitkeringen. Maar hoeveel minder moet nog blijken. Zoals ook nog moet blijken hoe groot de verlaging van belastingen en sociale premies moet zijn.

Ander voorbeeld: met de financiering van de sanering van bedrijven via de sociale fondsen, onder meer door genereuze VUT-regelingen (wie denkt daar niet aan het Nederlandse WAO-debat?), moet het van minister Norbert Blüm (sociale zaken, CDU) gedaan zijn. Voor hem zijn deze weldaden van gisteren de zonden van vandaag en morgen. In Noordrijn-Westfalen, waar oude kolen- en staalbedrijven die regels op grote schaal hebben gebruikt (“miljardenmisbruik”, zegt Blüm nu), is begin deze week alvast massaal betoogd tegen de beëindiging ervan. Met deelstaatpremier Johannes Rau (SPD) en IG-Metallvoorzitter Klaus Zwickel als gastsprekers.

Ander voorbeeld: de werkgevers willen tot 2000 in principe wel meer jongeren (660.000) opleiden en ook meer van hen in dienst nemen. En meer overwerkuren omzetten in banen willen zij ook wel. Maar gespecificeerde banengaranties kunnen zij natuurlijk niet geven, verder dan een intentieverklaring gaan zij niet. En in deeltijdbanen zien zij ook niet zoveel. “Als wij 35 procent deeltijdbanen hadden, zoals Nederland, hadden we 2 miljoen mensen meer aan het werk”, zei Blüm gisteren, halverwege tussen ergernis en berusting.

Kortom: papier is geduldig en er moeten nog vele noten worden gekraakt. In veel opzichten moet Duitsland volgens het plan-Kohl eerst door een ongekend tranendal voordat, in 2000, de prachtige doelstellingen in zicht komen. Maar, de psychologische betekenis ervan is groot, de politieke waarde ook, er lijkt nu toch echt beweging te komen in Standort Duitsland en er bestaat in Europa geen tweede voorbeeld op deze maat.

Er is nog iets. Als het plan in de komende twee jaar blijkt te “pakken”, zou Kohl (nu 65) dan werkelijk, zoals hij in najaar 1994 aankondigde maar nadien nooit herhaalde, nog kunnen vertrekken als CDU-lijsttrekker en kanselier? Dat gelooft geen mens. Ook wat dat betreft was het gisteren mede dankzij de Duitse vakbeweging in principe géén goede dag voor de SPD.

    • J.M. Bik