Dode wacht al twee weken op begrafenis

HOOGEVEEN, 25 JAN. In het mortuarium in Hoogeveen ligt al bijna twee weken een lijk uit gevangenis De Grittenborgh. De dode, een 25-jarige gevangene uit Frans-Guyana, heeft zich op 13 januari aan zijn stropdas in zijn cel opgehangen.

Op verzoek van een verre neef van de overledene om de 25-jarige man in het land van herkomst te begraven is de dode nog altijd niet ter aarde besteld. Het familielid werd vrijdag via het consulaat opgespoord, toen bleek dat bij de directie van De Grittenborgh geen contactadres van de gevangene bekend was. De verre neef bevestigde de directie twaalfduizend gulden aan uitvaartcentrum Nuva in Hoogeveen te hebben overgemaakt om de dode naar Frans-Guyana te vervoeren.

“Het wachten is nu op de bevestiging van de bank dat het geld daadwerkelijk binnen is”, verklaart plaatsvervangend directeur S. de Jong van De Grittenborgh. “De identiteit van de betalende man is niet volledig duidelijk. We hebben van de gemeentelijke autoriteiten tot zaterdag uitstel gekregen. Als de uitvaartmaatschappij het geld dan nog niet binnen heeft, wordt het lijk maandag op kosten van de gemeente in Hoogeveen begraven.” In eerste instantie was het de bedoeling dat de gevangene gisteren begraven zou worden.

De man werd half december op Schiphol opgepakt voor het bezit van verdovende middelen. Hij werd in zeer depressieve toestand op de 'bijzondere zorgafdeling' van De Grittenborgh geplaatst. Omdat hij meermalen aangaf niet meer te willen leven, werd hij in een isoleercel geplaatst. Toen de man na intensieve begeleiding leek te herstellen, plaatste de directie hem over naar een cel waar hij een keer per uur werd gecontroleerd. Ook kreeg hij zijn eigen kleding, waaronder de stropdas, terug.

Volgens plaatsvervangend directeur De Jong is het personeel van De Grittenborgh zeer betrokken bij het incident. “Zij hebben de overledene voortdurend begeleid en vinden de hele situatie erg vervelend. Het is de derde keer dat we in onze gevangenis met zo'n zelfmoordgeval te maken hebben. Ik probeer de mensen duidelijk te maken dat hen niets valt te verwijten. Je houdt zulke gevallen, hoe goed de begeleiding ook is, toch niet tegen zich van het leven te beroven.”