Bomhoff

VNO-NCW, zo begint Eduard Bomhoff (NRC HANDELSBLAD, 15 januari), zou van mening zijn dat wij alleen met succes kunnen concurreren tegen de lage lonen-landen als wij “onze loonkosten nog veel meer verlagen”, “de welvaartsstaat opruimen” en “uitkeringen en ambtenarensalarissen bevriezen tot na Sint Juttemis”. Waar haalt hij die onzin vandaan? Zo'n strategie is zowel kansloos als ongewenst ).

Sinds jaar en dag bepleiten VNO en NCW nu juist het strategisch belang van produktiviteitsverhoging, van diepte-investeringen in de structuur van onze economie, van hogere uitgaven voor onderwijs en onderzoek. Uiteindelijk gaat het om de prijs/kwaliteitsverhouding van economische prestaties.

Rinnooy Kan en Blankert, zo beweert Bomhoff verder, praten altijd over globalisering als “de belangrijkste bedreiging voor onze economie”, en als de reden “dat in Nederland zo weinig ondernemers uit de startblokken komen”. Waar haalt hij het vandaan? Welvaartsstijging in Vietnam en India schept uiteraard in de eerste plaats nieuwe kansen voor Nederlandse ondernemers. En dat die ondernemers in onvoldoende mate uit de startblokken komen heeft natuurlijk niets met globalisering te maken, maar met structurele onvolkomenheden van ons binnenlands ondernemingsklimaat.

Wat betreft dat tekortschietend ondernemersklimaat weet Bomhoff dan natuurlijk precies om welke onvolkomendheid het gaat: de algemeen verbindend verklaring van CAO's. Dát houdt volgens hem de startende ondernemers tegen. Nee, dan Duitsland: daar kunnen “werkgevers het lidmaatschap opzeggen van de werkgeversvereniging” en dan mogen zij afspreken wat zij willen. Hoe komt hij er bij dat dat in Nederland niet zou kunnen? De meest recente FME-CAO staat alle werkgevers in die sector - leden en niet-leden - expliciet toe om op elk gewenst onderdeel van de CAO eigen afspraken uit te onderhandelen. Bomhoff's verwijt dat VNO-NCW willens en wetens nieuwe bedrijvigheid in de kiem smoort, is en blijft intussen zo ongeveer het venijnigste verwijt dat een ondernemersorganisatie gemaakt kan worden. Juist daarom is nog eens met nadruk afgesproken tijdens het meest recente Najaarsoverleg dat in alle toekomstige CAO's de loonschalen in principe op minimum loonniveau beginnen, en is het belang bevestigd van royaal dispensatiebeleid waar alle ondernemingen een beroep op kunnen doen.

Men kan zich overigens afvragen of al die startende ondernemers zich nu zoveel plegen aan te trekken van een officiële CAO, maar voorzover zij het doen wordt door bovengenoemde afspraken de door Bomhoff gesignaleerde barrière geheel geëlimineerd.

    • Prof.Dr. P.H.A.M. Verhaegen
    • Dir. Econ. Zaken Vno-Ncw