Boeren en burgers in Limburg vrezen opstuwend water; Dijken beschermen niet iedereen

Een jaar geleden werden de riviergebieden geteisterd door wateroverlast. Sindsdien heeft de overheid veel dijken verbeterd en kades aangelegd. De veiligheid is vergroot, maar niet voor iedereen, zo blijkt.

De meer dan honderd jaar oude hoeve De Vlammert ligt eenzaam in de polder van het Maasdorpje Bergen, aan de Dam van Kekenstraat. Boer H. van Riswick (33) ontvangt het Hollandse bezoek in de keuken. Van achter de eettafel kijkt hij uit op een lange ring van kades, die het plaatsje extra veiligheid moet bieden tegen het hoge water van de rivier.

“Ik val buiten de boot”, zucht Van Riswick. “Mijn boerderij ligt aan de verkeerde kant van de wallen. Dat is heel zuur, zeker omdat ik voor de aanleg ervan een halve hectare land heb moeten afstaan. 'Jij krijgt geen problemen', riep de overheid, 'jouw woonhuis lag afgelopen winter toch nog zo'n vijftien centimeter vrij'? Die mannen hadden hier moeten zitten met die hele veestapel, met 65 koeien en 70 kalveren. Er is hier toen een paar dagen flinke paniek geweest.”

Van Riswick toont een luchtfoto, die een jaar geleden is gemaakt. “Kijk, mijn hele bedrijf was omringd door water. In die schuur stonden de kalveren, die heb ik weg moeten halen. Mijn vrouw moest met een boot boodschappen doen. Op de toegangswegen stond het water 1,25 meter hoog. Verderop wonen een stuk of vijf boeren, die toen allemaal zijn geëvacueerd. Ze hadden water in de stallen. Nee, die worden nu ook niet beveiligd en een aantal burgers ook niet. Dat is volgens de experts te duur. Dat kan best, maar toch is er sprake van ongelijkheid, van discriminatie zelfs.”

Het is een jaar geleden dat hetriviergebied te kampen kreeg met grote problemen, als gevolg van extreem hoge waterstanden. In Itteren en Borgharen liepen weilanden, straten en kelders onder. Circa 75.000 bewoners van het stroomgebied van Maas en Waal kregen het advies te evacueren en in Gorinchem vluchtten duizenden mensen voor de Merwede. Op 31 januari werden 140.000 inwoners van de Tieler- en Culemborgerwaard verplicht het gebied te verlaten, omdat nooddijken en zandzakken onvoldoende veiligheid boden. De IJssel overstroomde de zomerdijk bij Deventer en de kade van Kampen. Wegens grote wateroverlast sloot de politie de snelweg A2 bij Vught af.

Veehouder Van Riswick herinnert zich alle ellende nog goed en zegt zich “grote zorgen” te maken. Hij loopt naar buiten en wijst in de richting van de verafgelegen Maas. “Voorheen liep dit hele gebied bij hoog water altijd al onder. Nu Bergen en ons buurdorp Aijen zijn ingedijkt, zal de rivier bij een overstroming andere wegen zoeken. Het water zal door de hindernissen vrijwel zeker worden opgestuwd. Ik verwacht daardoor hier véél meer gevaar dan voorheen. Bij ons stond het water vorige winter vijftien centimeter onder de keukenvloer.”

Van Riswick staat met die theorie niet alleen. J. van Cruchten, landelijk projectleider van het bureau Watersnood Agrariërs, vertelt dat vooral Limburg “knelpunten” kent. “Een honderdtal bedrijven is buiten de dijk blijven liggen. Die agrariërs zien allerlei bouwactiviteiten in hun buurt, maar ze worden zelf niet beschermd. Psychisch knaagt dat zeer aan die mensen, zeker een jaar na alle ellende. Ze weten dat de Maas door de aanleg van dijken minder ruimte krijgt en dus hoger komt. En het water moet toch ergens heen? De waterschappen zeggen dat het zal meevallen, maar dat moet ik nog zien.”

Volgens Van Cruchten hoeven deze Limburgers bij een overstroming niet te rekenen op een schadeloosstelling. “Alleen in het geval van een ramp kunnen ze een bijdrage van de overheid verwachten, maar daar is geen sprake van. Als het hoge water een kleine groep bedreigt, is er geen regeling. Er worden nu gigantische bedragen voor de beveiligingen uitgetrokken, maar deze mensen zitten straks met de gebakken peren.”

J. in den Kleef van het Waterschap Roer en Overmaas zegt dat een aantal bedrijven, waaronder Anker Smit in Maastricht, heeft geprobeerd nù al geld te krijgen voor eventuele waterschade. “Tot aan de Raad van State toe”, weet In den Kleef. “Voorlopig is dat afgewezen. Ze mogen pas een claim indienen als de rivier - op enkele plaatsen komt het water inderdaad tien centimeter hoger - hun extra overlast bezorgt. En dan moet nog worden aangetoond dat dat door de nieuwe dijken komt.”

Van Cruchten meent dat deze kant van de zaak “een lelijke smet is op de prachtige inspanningen” die alle dijkenbouwers momenteel verrichten in het kader van de Deltawet Grote Rivieren. Onder die noodwet - vorig jaar aangenomen na de dreigende watersnood - vallen 150 kilometers rivierdijk en evenveel kades, die verder van het water liggen. Toen het eerste dijkvak, bij de Waal in Herwijnen, begin november klaar was, waren alle betrokkenen vol trots. “Een prima resultaat”, zei voorzitter J. Hennekeij van de Landelijke coördinatiecommissie dijkversterking (LCCD), “en elders liggen we redelijk op schema. Eind 1996 zijn alle dijkvakken en kades veilig.”

De Zeeuwse oud-commissaris der koningin C. Boertien vond de klus in Herwijnen “netjes gedaan”. De voorzitter van de Commissie-Boertien (voor de dijkverbetering) bedoelde dat de ontwerpers er in waren geslaagd het behoud van het karakteristieke rivierenland op passende wijze te combineren met de veiligheid van de bewoners. Onder dat motto zijn de bouwers ook elders in het land aan de slag. Ze konden snel beginnen aan het project, dat tot het eind van deze eeuw in totaal ruim 1,3 miljard gulden kost, doordat de noodwet lastige procedures van grondeigenaren en milieubeschermers beperkte.

Intussen is 70 procent van alle dijkversterkingsprojecten in uitvoering en is 90 procent van de kades klaar. Grote tevredenheid heerst er in Ochten, waar de inwoners vorige winter hun hart vasthielden. De dijk is zo goed als af. In Heesselt is de aannemer nog druk bezig. Hij stort het zand zo veel mogelijk binnendijks, om de mooie natuur buidendijks intact te houden.

Veel nijverheid is er ook in Boven-Hardinxveld, waar de 4.500 inwoners vorig jaar voor het water moesten vluchten. Vanaf café De Drie Snoeken, dat bijna in de Merwede hangt, zijn groene en gele vrachtwagens plus bulldozers in de richting Gorinchem bezig een buitendijk aan te leggen naast de bestaande. “Ons is verzekerd dat het hier nu veilig is”, vertelt ambtenaar W. Donga van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Wie de brede wal aanschouwt, zal hem niet tegenspreken. De dijk is al vergeleken met de Hondsbosse Zeewering bij Petten.

In Limburg zit de schrik er hier en daar nog in. Bijvoorbeeld in Mook, waar slechts een deel van de dijk is versterkt. Enige inwoners hebben waterdichte containers aangeschaft om hun huisraad op te slaan bij dreigend hoogwater. Verder zuidwaarts voelen velen zich gerust. Daar zijn enkele dorpen ware vestingstadjes geworden, zoals Borgharen, Itteren en Bergen. Ze zijn weliswaar omsloten door kades, maar een verhoogde vluchtweg ontbreekt.

“De mensen achter die wallen voelen zich veilig”, vertelt A. van der Hoek van de hoofddirectie waterkeringen van Rijkswaterstaat. “Maar die kades zijn relatief laag. Er is geen dijk om weg te komen, dus zitten ze bij hoog water vast. Als ratten in de val, ze kunnen er niet meer uit. Het is in de huidige situatie nergens onveilig, je verdrinkt niet, als je maar vertrekt als het water komt. De mensen moeten op hoge grond afwachten en hopen dat hun huizen niet onderlopen. Als ik hun dat verhaal vertel, zitten ze me met glazige ogen aan te kijken.”

Van der Hoek meent dat het water nog steeds over de dijken kan komen. “De mogelijkheid dat de rivier overstroomt is er elk jaar nog. Het is als het werpen van een dobbelsteen met vijftig kanten. Elke winter geldt voor Limburg dat de kans één op vijftig is dat het gebeurt. Als de Maas over tien jaar is verbreed en verdiept, krijgt die dobbelsteen 250 kanten. In het rivierengebied van Brabant en Gelderland zijn dat er 1.250, in Groningen, Friesland en Zeeland inclusief hun zee 4.000, in Noord- en Zuid-Holland 10.000 en in de buurt van Dordrecht 2.000.”

Limburg is het kwetsbaarst. De gebroeders Sjaak, Paul en Twan Verheijen weten daar alles van. Zij hebben samen een boerderij in Neer. Zowel tijdens de wateroverlast van 1993 als die van vorig jaar legden ze een nooddijk aan om zich tegen de Maas te wapenen. Zo hielden ze hun bedrijf ternauwernood droog. Toen de noodwet in werking trad verzetten ze zich daar samen met een aantal collega's hevig tegen. “Omdat de overheid nergens rekening mee hield. Die wilde de kades kronkelig door het landschap laten lopen. Daar waren wij boeren op tegen, het ging ten koste van onze efficiency. Nou, de heren hebben ten slotte geluisterd. Het werk is daardoor pas vorige week aanbesteed”, aldus Twan (36).

Net als de boerderij van Van Riswick in Bergen ligt de hoeve van de Verheijens - met 400 koeien en 600 zeugen en mestvarkens - aan de verkeerde kant van de kades. “We zijn daardoor heel kwetsbaar”, meent Twan. “Maar we kunnen niet eeuwig wachten op hulp. Afgelopen najaar hebben we zelf een definitieve dijk gebouwd van een kilometer lang. Hij kostte meer dan een ton aan materialen. Zo'n vijftig vrijwilligers, onder wie de zoon van de fysiotherapeut en die van de tandarts, hielpen mee. Die solidariteit gaf ons leeuwekracht.”