Bodar: moderner dan hij denkt

Een staande ovatie kreeg priester Antoine Bodar vorige week zondag in de stampvolle Amsterdamse Krijtberg waar hij zijn laatste mis had gelezen. In tranen deden kerkgangers hem uitgeleide, na een preek waarin de 51-jarige priester de profeet Jesaja had geciteerd met “ik ben de stem van de roepende in de woestijn”.

Luttele weken eerder vierde de Amerikaanse entertainer Frank Sinatra een groots gala voor zijn tachtigste verjaardag, en ook Sinatra zweefde bijna door de zaal op de bewondering van zijn publiek, dat liefdevol applaudiseerde toen de bejaarde Voice het podium beklom. Ook hij werd gefêteerd omdat hij in het openbaar altijd onverstoorbaar zichzelf was gebleven.

Hollywood en De Krijtberg - modern amusement en modern geloof. In beide gevallen wordt de heldenstatus verleend aan een meester van het ritueel, een man die in het zicht van tegenslagen en beschimping vasthield aan zijn overtuiging. Er is één pijnlijk verschil: de zanger is door de natie heilig verklaard, de priester moet van zijn moederkerk het veld ruimen omdat hij het My Way wilde doen.

In een stroom van publikaties en vraaggesprekken heeft Bodar zich opgeworpen als pleitbezorger van een traditioneel katholicisme. Hij is wars van de nieuwlichterij die de kerk in de jaren zestig volgens hem in haar greep kreeg, en die de mis bedierf met popmuziek, wereldverbeterende preken en bevrijdings-theologie. Bodar wil terugkeren naar de traditie. De tijd is daar rijp voor. “Het is de tijd van de nieuwe spiritualiteit, van het nieuwe bidden, van de nieuwe innerlijkheid”, schreef Bodar op deze pagina (21 maart 1995). “Alleen zo kan de kerk het hoofd bieden aan de hedendaagse cultuur van religieuze supermarkten en sekten.”

Daar zou de kerk dus blij mee zijn geweest, zou je denken, maar nee. Juist de priester die niets liever wilde dan leven volgens de leer, vloog de laan uit. De reden: de boodschap van de kunsthistoricus en priester is modern, veel meer nog meer dan hij zelf denkt.

Om te beginnen voedt zijn esthetische traditionalisme een hoogst actuele, maar niet per se religieuze behoefte: die aan vaste vormen. Rituelen bieden houvast in onzekere tijden, en geven een esthetisch tegenwicht aan de vervlakking van de moderne, 'onttoverde', wereld. Katholisering tegen de Coca Cola-cultuur. Zie ook de herwaardering van etiquette en vormelijkheid: zoals elke student weet is de hoogconjunctuur van het solliciteren in spijkerbroek allang voorbij.

Daarbij past Bodars afwijzing van hedonisme, dat niet alleen wordt verworpen op morele gronden, maar ook omdat het zo lelijk is. Na alle naaktzonnen, wildplassen en parkeerplaats-seks is er behoefte aan - of tenminste bewondering voor - mensen die zich iets durven ontzeggen, die een eigen koers varen en zich niet laten meeslepen door het born to be wild van de bungy jump-maatschappij. In verwarrende tijden staat een premie op zelfverzekerdheid, alleen kan die van allerlei snit zijn - voor sommigen die van Frank Sinatra, of Paul de Leeuw, voor anderen die van Antoine Bodar. Intellectueel en toch gelovig - dát dwingt respect af.

Opmerkelijk is dat Bodar, die zo graag een traditionalist wil zijn, de methode koos van een provo uit de jaren zestig. In het volle licht van de schijnwerpers ging hij de confrontatie aan met de gevestigde orde in de Nederlandse kerkprovincie, die zich volgens hem sinds de jaren zestig steeds verder heeft verwijderd van de lijn van Rome. Waarna die wereldverbeteraars op traditionele wijze met hem afrekenden: hij werd buitenspel gezet wegens procedurefouten bij zijn benoeming. Zo gaat dat al eeuwen met buitenbeentjes: 'losse kanonnen op het dek' worden vastgestrikt of, als het kan op een nette manier, overboord gezet.

Bodars 'traditionalisme' is een persoonlijke reconstructie van een traditie, gebaseerd op eigen esthetische en morele voorkeuren. Daarom kan hij zich - ondanks het feit dat het kerkgezag heeft gesproken en de kwestie dus is gesloten, Roma locuta, causa finita - ook zonder veel omhaal blijven profileren als geslachtofferde nazaat van Jesaja, zoals afgelopen zaterdag in het Hollands Dagboek in deze krant. In plaats van zwijgend zijn lot te aanvaarden zoals de eigenwijze maar gehoorzame Don Camillo uit de romans van Giovanni Guareschi. Individuele overtuiging telt voor een moderne traditionalist kennelijk zwaarder dan gevestigde autoriteit.

Dat is het probleem van alle 'neo-traditionalisten': waar houdt het 'neo' op en waar begint de traditie? De Amerikaanse conservatief Irving Kristol zegt in Countercultures (1994): “De moeilijke opdracht aan onze cultuur is niet om de seculiere rationalistische orthodoxie te hervormen - die is al niet meer te redden - maar om nieuw leven te blazen in de nu grotendeels in slaap gesukkelde religieuze orthodoxieën.” Maar hoe 'blaas' je een orthodoxie nieuw leven in? Tradities worden niet verzonnen of 'ingesteld'.

De Amsterdamse populariteit van Bodars subjectieve, geësthetiseerde christendom is veel dubbelzinniger dan 'nieuw leven' voor een traditie. Spijt van teugelloos hedonisme laat zich best belijden met één mis per jaar. Een behoefte aan oude vormen kan nog alle kanten op. De kracht van het door Kristol doodverklaarde seculiere rationalisme is nu juist het produceren van reeksen vluchtige lifestyles. Waarom zou 'een mooi geloof' daar niet in passen, tot zich iets nog aantrekkelijkers aandient?

De dissidente Franse bisschop Gaillot, die met Rome botste wegens zijn liberale opvattingen over homoseksualiteit en het celibaat, heeft onlangs een site geopend op Internet. Iedereen kan daar nu even inloggen voor een geruststellende, mooie boodschap, als religieus bouwsteentje in een complete, eigentijdse lifestyle. Dàt is Bodar vermoedelijk te modern, maar eigenlijk doet ook hij niet anders.

    • Sjoerd de Jong