Bijles als beroep

De privé-leraar is van vele markten thuis. Tegenover een onzeker bestaan staan vrijheid en afwisseling. 'Het is meer dan alleen kennis bijspijkeren.'

Eén dollar per uur. Tegen dat tarief begon Jan Bakker (58) uit Amsterdam in 1958 zijn carrière als privé-leraar. Hij was nog student Klassieke Talen in Leiden toen een docent vroeg of hij een Amerikaanse theoloog, die op bezoek was, tegen betaling wat Latijn wilde geven. 'Ik had geen idee wat ik moest rekenen. Dit was een mooi rond bedrag', zegt hij bijna veertig jaar later. Zijn visitekaartje meldt nu Engels, Latijn, Grieks en 'Dutch Lessons' als werkterreinen en inmiddels rekent hij bewust een bedrag van dertig gulden per uur. 'Ik werk low budget, zo ben ik voor zoveel mogelijk mensen betaalbaar.'

Privé-leraar is een vrij en onbeschermd beroep en er bestaat geen overkoepelende belangenvereniging die officiële cijfers kan verschaffen. Het Kohnstamm-instituut voor Onderwijs en Opvoeding laat weten dat het verschijnsel geen onderwerp van onderzoek is (geweest). De Gouden Gidsen van de vier grote steden bieden onder 'leraren(essen) privé' en 'talen' zo'n vijf tot vijftien privé-adressen.

Een kleine steekproef onder hen maakt duidelijk dat het bij de meesten tijdens de studie begon met wat bijverdienen door bijlessen te geven aan scholieren en jongerejaars. Vervolgens kwam het moment dat de praktijk zo goed liep dat het besluit viel om van het privé-leraarschap een beroep te maken. Jan Bakker liet er vlak voor het einde van zijn studie zijn bul voor schieten. 'Oud-docenten stuurden nog lang studenten naar me door met de mededeling: 'en zeg tegen Bakker dat hij eindelijk eens afstudeert'.'

Ook Hans Hoogenraad (67) uit Den Haag is nooit afgestudeerd. Na zijn kandidaatsexamen wis- en natuurkunde volgde hij nog alle benodigde doctoraal colleges, maar besloot toen de studie eraan te geven en zich volledig te richten op zijn alsmaar groeiende praktijk als privé-leraar. 'Voor de klas staan vond ik niets -ik hou niet van vroeg opstaan - maar lesgeven vond ik wel leuk', aldus Hoogenraad, die de nadelen voor lief nam. Zoals het onbegrip bij kennissen en familie voor het gebrek aan status van het zelfgekozen beroep en het min of meer onzekere bestaan. 'Vooral in het begin was er sprake van seizoenarbeid', zegt hij, 'pas tegen het einde van het schooljaar had ik het echt druk. Maar tegenwoordig is het verspreid over het hele jaar, mede in verband met de schoolonderzoeken die al in september beginnen.'

Als pluspunten noemt Hoogenraad de voor hem - 'ik ben een avondmens' - gunstige naschoolse werktijden van pakweg half twee tot aan het begin van de avond, en de grote mate van vrijheid. 'Op mijn vijftigste heb ik voor de afwisseling ook nog voor twee dagen in de week een praktijk in Arnhem opgezet; dat heb ik tien jaar gedaan - zo kwam ik in aanraking met weer heel andere mensen.'

'De psychologische kant, kinderen laten zien hoe ze de zaak moeten aanpakken en hen zelfvertrouwen geven,' somt Hoogenraad de voor hem aantrekkelijke inhoudelijke kanten van zijn vak op. Hij volgde daarom ook colleges psychologie en psychiatrie. 'Die bagage komt van pas', zegt hij, 'want je hebt week in week uit contact met een leerling, die hier anders reageert dan in de groep op school. Het gevaar bestaat dat hij alleen voor mij gaat werken en daarom informeer ik op school hoe het met de rest van de vakken gaat. Verder zie ik aan iemands houding of hij de stof goed verwerkt en zijn best doet. In een volle klas merkt een leraar zoiets niet op.'

Hoogenraads bemoeienis gaat verder dan alleen de Wet van Ohm uitleggen. 'Ik help ze desgewenst bij de keuze van hun vakkenpakket en studie. Met name bij leerlingen uit eenoudergezinnen heb ik gemerkt dat ik een soort vervanging ben van het mannelijke aspect in de opvoeding.'

Ook Jan Bakker kiest er voor verder te gaan dan alleen beperkt kennis en begrip bijspijkeren. 'Ik had eens een meisje dat zich geprest door haar ouders door het gymnasium worstelde. Zelf wilde ze schilderes worden. Ik heb toen haar ouders geadviseerd om haar van school te halen en naar de kunstacademie te laten gaan. 'Maar dat is toch tegen uw belang in, ze betekent nog jaren werk voor u', was de reactie. 'En jaren ellende voor uw dochter,' zei ik. Ze hebben mijn raad opgevolgd en ik krijg nog regelmatig uitnodigingen voor haar tentoonstellingen.'

Bakker heeft de indruk dat veel ouders die hun kind naar hem sturen dat doen onder het motto: 'ik betaal en dan komt het wel goed'. Maar geld alleen is niet genoeg. 'Er moet ook aandacht zijn, want soms merk ik dat een leerling geen bijles nodig heeft, als hij maar een rustige plek zou hebben om te werken, of gewoon zou opletten.'

Ook de lessen die hij aan volwassenen geeft, verlopen niet langs platgetreden paden. Met een Egyptische regisseur, die Engels komt leren, praat hij uitgebreid over film, een Turkse architect brengt hij met andere Turkssprekenden in contact, met iemand die naar een hoge internationale baan solliciteert, neemt hij in een rollenspel het sollicitatiegesprek in het Engels door en soms geeft hij goede raad als iemand voor een functioneringsgesprek staat of problemen met zijn baas heeft.

Bakker kan dat met enige autoriteit doen vanwege zijn vele nevenactiviteiten door de jaren heen. In zijn Leidse jaren runde hij met anderen een café, stak hij iets van recht op in verband met de rechtenstudenten die bij hem Latijn kwamen leren en volgde hij een cursus audiovisuele vorming om er voor te zorgen dat het filmhuis, dat hij leidde, in aanmerking kwam voor subsidie.

Toen de Mammoetwet een stevige aderlating voor hem betekende, omdat de 'notariszoon die rechten wilde studeren niet langer verplicht was staatsexamen gymnasium te doen', nam hij een baan bij de ABN, werd chef van de afdeling werkstudenten en nam zitting in de ondernemingsraad. 'Ik bleef ook les geven en zorgde er voor dat in mijn arbeidscontract stond opgenomen dat ik eerder weg kon als ik les moest geven - mijn vrijheid was mij lief. Later haalde ik de tijd dan weer in.'

Advertenties

En zo komt alles wat Bakker in de loop van de jaren her en der heeft opgestoken, van pas. Inmiddels is hij bij de bank vervroegd uitgetreden en richt hij zich weer op zijn praktijk als privé-leraar. Iedere maand adverteert hij in de Telegraaf en in enkele Amsterdamse huis-aan-huisbladen. 'Advertenties in NRC Handelsblad en de Volkskrant leveren te weinig respons op', spreekt hij uit ervaring. Verder doet de mond-tot-mond-reclame zijn werk en een bont gezelschap maakt in zijn met boeken volgestouwde werkkamer in Amsterdam-Zuid zijn opwachting: gymnasiumleerlingen die met Caesar geholpen moeten worden, vier huisvrouwen die als 'tweede kans' de Joke Smit-school hebben gevolgd en nu min of meer voor de gezelligheid ook samen Engels willen leren, een omroepster van Schiphol die haar uitspraak van de vreemde talen wil verbeteren, een arts die zich met dia's en al komt voorbereiden voor een buitenlands medisch congres en een gepensioneerde gereformeerde ouderling die de Apocalyps in het Grieks wil bestuderen maar inmiddels niet genoeg kan krijgen van 'die ketter Plato'.

Bakker kiest er bewust voor het zakelijke met het nuttige en aangename te verenigen. 'Ik zit in de lokale politiek. Als ik denk dat een van mijn 'leerlingen' onderzoek kan doen naar de gevolgen van politieke plannen, roep ik zijn hulp in. Het contact gaat door als de lessen zijn opgehouden, bij sommigen al meer dan twintig jaar.'

Hans Hoogenraad daarentegen houdt juist afstand van zijn leerlingen. 'Als iemand geslaagd is, is het contact meestal over. Wat dat betreft ben ik net een dokter.'

    • Theo Toebosch