Ambtenaren krijgen in 1997 flexibel pensioen

DEN HAAG, 25 JAN. De regeling voor vervroegd uittreden (VUT) voor ambtenaren wordt op 1 april 1997 vervangen door een systeem van flexibele pensionering. Ambtenaren kunnen op 62-jarige leeftijd stoppen met werken en krijgen dan 70 procent van het laatst verdiende loon. De huidige VUT gaat op 61 jaar in en kent een uitkering van 75 procent.

De ambtenarencentrales hebben gisteren met minister Dijkstal (binnenlandse zaken) afgesproken dat ze de nieuwe regeling voorleggen aan hun leden. Het nieuwe pensioensysteem geldt voor alle 850.000 ambtenaren en er is een jaar lang intensief over gesproken, vooral over de overgangsregeling voor oudere ambtenaren.

De bestuurders van de bonden toonden zich redelijk tevreden maar van een akkoord willen ze nog niet spreken. Voorzitter Vrins van de AbvaKabo, de grootste ambtenarenbond, repte van een belangrijke omslag naar een flexibel pensioensysteem. De overgangsregeling is volgens Vrins “geen slechte”.

VUT, pensioenen en ziektekosten zijn onderwerpen die nog op centraal niveau worden geregeld. Over de andere onderwerpen wordt in de acht sectoren (rijk, provincies, gemeenten, onderwijs, defensie, politie, rechterlijke macht en waterschappen) onderhandeld.

Ambtenaren kunnen vanaf 1 april 1997 op hun 62ste met pensioen en krijgen, mits ze 40 jaar lang premie hebben betaald, een uitkering van 70 procent van hun laatstverdiende salaris. Ambtenaren gaan een deel van hun pensioen sparen met de betaalde premie; het zogenoemde kapitaaldekkingsstelsel. Nu betalen de werkende ambtenaren de premie voor hun vervroegd uitgetreden collega's, het zogeheten omslagstelsel. Het nieuwe systeem geeft zekerheid en uitzicht op een stabiele premie, terwijl de VUT erg duur dreigde te worden omdat de overheidsdienst vergrijst.

Ambtenaren die 50 jaar of ouder zijn, kunnen als ze 61 jaar worden vervroegd uittreden. De groep die nu tussen 50 en 55 jaar is, krijgt dan een uitkering van 70 procent; 55-plussers behouden de aanspraak op de huidige VUT-uitkering van 75 procent van het laatst verdiende loon.

Pagina 22: Ambtenaren moeten meer premie betalen

Met name op dit punt is Dijkstal de bonden tegemoet gekomen. Het nieuwe, flexibele pensioensysteem bestaat uit een basispensioen met daar bovenop een aanvullend pensioen waarvoor ambtenaren jaarlijks 1,75 procent moeten sparen. Werknemers kunnen vanaf 55 jaar met pensioen, maar de gespaarde uitkering is dan laag. Met extra sparen of een dubbel pensioeninkomen komt een pensioenleeftijd van iets onder de 60 echter wel in beeld, zo is de verwachting. Ambtenaren moeten wel een groter deel van de pensioenpremie betalen; nu is dat 35 procent het wordt 50 procent.

De ambtenaar die tot zijn 65e doorwerkt, verwerft straks een beter pensioen dan degene die stopt op 62 jaar want de opbouw gaat door. Op deze leeftijd bereikt een werknemer - bij veertig dienstjaren - het gebruikelijke pensioen van 70 procent van het laatst verdiende loon.

Voor ambtenaren die nu jonger dan 50 jaar zijn en die er onder het nieuwe regime niet in slagen om een volledig pensioen op te bouwen, is er een garantieregeling die ook kan leiden tot een pensioen van 70 procent op 62-jarige leeftijd.

De gelden die worden bespaard met het afschaffen van de Vut, oplopend tot meer dan een miljard gulden, komen beschikbaar voor de arbeidsvoorwaarden. Voor een beperkt deel al voor het CAO-overleg 1997-1998. In het regeerakkoord hebben PvdA, VVD en D66 afgesproken dat er in 1998 ongeveer 1,5 miljard gulden moet worden bezuinigd op de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren. Dijkstal kon gisteren niet aangeven welk aandeel het nieuwe pensioensysteem daarbij levert. Volgens een ambtenaar van Binnenlandse Zaken bedraagt de besparing voor de overheid “meer dan 1,5 miljard gulden, maar dan hebben we het wel over de jaren direct voor de grote vergrijzingsgolf” van 2035.

Ook in het bedrijfsleven neemt de populariteit van het flexibel pensioen toe. Zo krijgen de werknemers bij Unilever Nederland een flexibel pensioen, waarbij de bestaande Vut-regeling wordt afgeschaft.