Alcohol als opwarmertje bij kou af te raden

ROTTERDAM, 25 JAN. Hoewel het niet extreem hard vriest, voelt het al dagenlang zeer koud aan. Volgens de weerkundigen zou vandaag de koudste dag zijn van de huidige vorstperiode. De temperatuur van -7 graden in het noorden van het land, in combinatie met de harde wind van kracht 5 tot 7, zorgt voor een gevoelstemperatuur van minder dan -20 graden op de blootgestelde huid.

Het voelt echter niet alleen kouder dan de thermometer aangeeft, want de combinatie van wind en kou verhoogt het risico op bevriezen van oren, neus, wangen en vingertopjes. Om het zo ver te laten komen moet de natuurlijke neiging om beschutting te zoeken, een muts op te zetten en een das voor het gezicht te slaan, overigens enige uren worden genegeerd. Alcohol en enkele medicijnen die de bloedvaten verwijden vormen een extra risico.

Het bevriezen van een oor of neuspunt kan een geruststellend gevoel geven, omdat het gevoel verdwijnt uit een lichaamsdeel dat eerst pijnlijk koud was. Bevroren delen zijn lijkbleek. Licht bevroren lichaamsdelen kunnen aangenaam door een ander worden ontdooid. Handen en oksels verschaffen de benodigde langzame ontdooiing.

Iemand met bevriezingsverschijnselen is vaak ook onderkoeld en snel opwarmen kan het hart te sterk belasten. Het drinken van alcohol als opwarmertje is daarom ook af te raden. Direct een heet bad nemen, of onder veel dekens kruipen kan ook schadelijk zijn. Wrijven over de aangedane lichaamsdelen kan verkeerd zijn, omdat bij ernstige bevriezing het weefsel dan nog verder beschadigd raakt. Langzaam opwarmen is het best. Een warm, suikerhoudend drankje (chocolademelk!) versnelt het herstel.

Na ontdooiing worden licht bevroren oren, neuzen, vingers en tenen gloeiend rood. Het gevoel kan even uitblijven, maar keert na een paar dagen zeker terug. Bij ernstiger bevriezing ontstaan na ontdooiing blaren. Bij tweedegraads bevriezing zijn die met vocht gevuld, in derdegraads blaren zit bloed. Maar deze ernstige bevriezingen zijn in de Nederlandse omstandigheden niet te verwachten.

De reden waarom de wind het risico op bevriezing zo sterk doet toenemen en een zo koud gevoel geeft, ligt in de toegenomen convectie, het warmtetransport door langsstromende (lucht)moleculen. Mensen verliezen warmte door verdamping (van zweet), geleiding (door een koude deurknop of trapleuning vast te houden), straling (de elektromagnetische infrarood-straling die we afgeven is in principe onafhankelijk van wind en buitentemperatuur, maar de instraling is in een koude omgeving minder) en convectie. Bij toenemende wind nemen vooral de convectieverliezen sterk toe.

Het lichaam wapent zich daartegen door de bloedvaten in armen, benen en de huid te vernauwen. Bloed is een effectieve koelvloeistof waarmee warmte naar of uit het binnenste van het lichaam wordt getransporteerd. In een koude omgeving vertraagt ons lichaam de warmte-uitwisseling, waardoor noodzakelijkerwijs sommige lichaamsdelen en organen minder goed worden doorbloed. Hart, longen en hersenen zijn echter vitale organen waar het bloed volop blijft circuleren. Omdat de hersenen wel steeds volop zuurstofrijk en warm bloed krijgen en de slagaderen in de nek en de hersenen nogal oppervlakkig liggen, gaat bij een aan de kou aangepast lichaam 40 procent van de warmte via nek en hoofd verloren. Das en muts bieden daarom meer bescherming dan een dikke broek.