Affaire is eind politieke stabiliteit in Polen

Nog maar vijf weken geleden leek het allemaal zo mooi voor de Poolse premier Józef Oleksy. Hijzelf leidde een regeringscoalitie met een ruime meerderheid in het parlement en zijn partijgenoot Aleksander Kwasniewski stond na zijn zege bij de presidentsverkiezingen van november op het punt het presidentschap van Lech Walesa over te nemen. Oleksy, toch al de sterkste van de zes premiers die Polen heeft gehad sinds 1989, kreeg een aantal van de presidentiële bevoegdheden, waarmee Walesa hem het leven zuur had gemaakt, van Kwasniewski terug. Daar kwam nog bij dat Kwasniewski's verkiezing voor Oleksy de weg vrijmaakte naar het voorzitterschap van het regerende Verbond van Democratisch Links (SLD), waarover overmorgen wordt beslist. Geen wonder dat algemeen het gevoel heerste dat hij, Józef Oleksy, de eigenlijke en geheime winnaar was geweest van de presidentsverkiezingen van november.

Het leek óók allemaal zo mooi, nog maar kort geleden, voor de politieke stabiliteit in Polen. Jarenlang had Lech Walesa vanuit het Belweder het werk van de diverse Poolse regeringen - van welke signatuur dan ook - bemoeilijkt. Zijn vertrek, en zijn opvolging door Oleksy's partijgenoot Kwasniewski, beloofde eindelijk rust te brengen.

Iets meer dan een maand later is het met Oleksy gebeurd: gisteren trad hij af, kort nadat de militaire procureur had aangekondigd een onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen als zou hij meer dan tien jaar lang voor Moskou hebben gespioneerd.

Het aftreden is, politiek gezien, meer dan een persoonlijk drama voor Oleksy. De affaire heeft ook gevolgen voor de politieke stabiliteit, net een maand nadat die eindelijk was hersteld. De affaire-Oleksy heeft de kleine coalitiepartner van de SLD, de Boerenpartij PSL, nooit vies van dit soort buitenkansjes, verleid tot een poging haar gewicht binnen de coalitie te vergroten.

De relaties tussen de SLD en de PSL zijn al verstoord sinds PSL-leider Waldemar Pawlak vorig jaar besloot niet zijn coalitiegenoot Kwasniewski te steunen in diens pogingen president te worden, maar zelf kandidaat te staan. Nadat hij zelf in de eerste ronde vernietigend was verslagen - hij kreeg een luttele vier procent van de stemmen - liet Pawlak bovendien na zich voor de tweede ronde ondubbelzinnig voor Kwasniewski uit te spreken.

De relaties verslechterden verder toen de PSL zich eind december tegen de zin van de SLD uitsprak voor een oppositievoorstel, de affaire-Oleksy door een parlementscommissie te laten onderzoeken. Ze raakten helemaal in mineur toen de PSL meer en betere ministeries in het coalitiekabinet en uiteindelijk zelfs de post van premier ging eisen. “Als er geen positieve reactie is op het voorstel van de Boeren moeten de leiders van de Boerenpartij proberen een oplossing te vinden binnen het bestaande parlement”, zei Pawlak eergisteren.

Met andere woorden: als de PSL haar zin niet krijgt stapt ze uit de coalitie en loopt ze over naar de oppositie. En dat zou het eind van het SLD-bewind zijn, want zonder de PSL heeft de SLD geen meerderheid in de Sejm.

Voor de ex-communisten is de PSL inmiddels een partij van opportunisten, chanteurs en lijkenpikkers, die gebruik maken van de moeilijkheden van de SLD om de coalitiepartner in de rug aan te vallen. Maar de affaire-Olesky heeft de SLD met de rug tegen de muur gezet: ze heeft weinig mogelijkheden zich tegen de PSL-chantage te verzetten. Bleekjes om de neus hebben diverse woordvoerders van de SLD de afgelopen dagen moeten zeggen dat ja, het voorstel van de Boerenpartij om PSL-lid Miroslaw Pietrewicz - chef van het Centraal Planbureau - premier te maken, wellicht moet worden overwogen. Het alternatief immers is nog minder aantrekkelijk: òf de oppositie komt aan de macht, òf er komen vervroegde verkiezingen.

Een vergroting van de macht van de PSL binnen de coalitie belooft weinig goeds: de PSL is een partij van boeren en verder niets, ze eist bescherming van die boeren door importbarrières en ze staat uiterst sceptisch, zo niet afwijzend, tegen de aanpassing van de Poolse mores aan Europese standaarden. De vorming van een regering door de oppositie brengt mensen als Leszek Balcerowicz, architect van de hervormingen van 1990, aan de macht. Dat zou in veel opzichten toe te juichen zijn. Maar het is niet goed voor de politieke stabiliteit, omdat het de pasgekozen president Kwasniewski opzadelt met een regering van partijen die hem zeer slecht gezind zijn. De vakbond/partij Solidariteit heeft Kwasniewski tot dusverre zelfs geheel geboycot en hem als “bedrieger” bestempeld.

    • Peter Michielsen