Verdere renteverlaging in verschiet

AMSTERDAM, 24 JAN. Eind vorige week heeft DNB het tarief voor speciale beleningen met 0,1 procentpunt verlaagd tot 3,3 procent. Deze renteverlaging kwam niet als een verrassing voor financiële marktpartijen. Integendeel, afgaande op de rentebewegingen van de afgelopen week wordt zelfs alweer rekening gehouden met (zeker) nog een verlaging van de beleningsrente. De 1-maands interbancaire rente daalde in een week tijd met 9 basispunten (honderdste procentpunten) tot 3,25 procent, en ligt daarmee dus onder het huidige beleningstarief. Verder daalde de 3-maands rente met 14 basispunten tot 3,15 procent en ging de vergoeding op 6-maands interbancaire deposito's met 13 basispunten omlaag tot 3,12 procent. Deze omgekeerde rentestructuur op de geldmarkt wijst er eveneens op dat marktpartijen een verdere verlaging verwachten. Zeker nu de Bundesbank hedenochtend het repotarief met 10 basispunten heeft verlaagd tot 3,55 procent, en gezien de onverminderde kracht van de gulden, zal DNB binnenkort (mogelijk al vanmiddag) aankondigen het beleningstarief te verlagen.

De daggeldrente, het kortste geldmarkttarief, is de afgelopen week gestegen. Deze beweging moet worden gezien als een correctie op de scherpe daling midden vorige week. Zoals vermeld in de vorige toelichting bij de weekstaat was deze daling ook te verwachten gezien het naderende einde van de contingentsperiode. In de nieuwe contingentsperiode, die loopt van 19 januari tot 19 april, bedraagt het gemiddeld toelaatbare beroep 4.140,7 miljoen gulden. Vooral dankzij een achterblijvend beroep gedurende het weekeinde wist het bankwezen afgelopen maandag een kleine besparing op het contingent van 0,2 procentpunt op te bouwen. Uit de mutaties van de belangrijkste posten op de weekstaat blijkt eveneens dat de geldmarkt de afgelopen week licht verruimde. Betalingen van het rijk, onder meer voor salarissen en rente en aflossing, resulteerden in een daling van het schatkistsaldo met 4,8 miljard gulden. De geldmarkt werd verder verruimd door een afname van de bankbiljetten in omloop met 232 miljoen gulden. Daartegenover stond een 3,86 miljard gulden hogere kasreserve en een ruim 1 miljard gulden krappere speciale belening. Te zamen met mutaties in enkele andere posten resulteerde dit in een afname van de voorschotten in rekening courant met 306 miljoen gulden. Vermeldenswaard is verder nog de toename van de post waarderingsverschillen goud en deviezen met 444 miljoen gulden. De afgelopen week met 5 cent gestegen dollarkoers is hiervan de belangrijkste oorzaak.

De komende week zal het rijk nog de nodige betalingen moeten verrichten. Doordat er gisteren gestort is op DTC's (Dutch Treasury Certificates) lijkt er echter voldoende in de schatkist te zitten en hoeft het rijk waarschijnlijk niet aan te kloppen bij het bankwezen voor aanvullende financiering.

Bron: Economisch Bureau ING Groep