Uitstel van betaling geeft Fokker even lucht

ROTTERDAM, 24 JAN. Fokker is voorlopig even tegen zijn schuldeisers beschermd. De surséance die gisteren is verleend aan het kernbedrijf, de vliegtuigbouw, biedt enige rust om orde op zaken te stellen. Tijdens die 'afkoelingsperiode' van vier weken, die wettelijk is vastgelegd, kunnen eigenaren van goederen die zich bij Fokker-bedrijven bevinden hun spullen niet opeisen.

Op Schiphol-Oost zal Fokker nu proberen zoveel mogelijk van de in aanbouw zijnde vliegtuigen gereed te maken voor aflevering aan de klanten, als die de bestelde toestellen tenminste nog willen hebben. De surséance biedt afnemers juridisch de mogelijkheid contracten te annuleren.

De hoogste prioriteit voor de gisteren aangewezen bewindvoerders zal evenwel bestaan uit het verkrijgen van een boedelkrediet, waarmee Fokkers kernbedrijf een wat langere periode vooruit kan. Daarna moet zo snel mogelijk worden gepoogd een industriële partner te vinden die bereid is voldoende geld in de onderneming te steken. Op eigen benen is voortbestaan van de vliegtuigbouwer onmogelijk. Op dit moment zijn naar verluidt in ieder geval gesprekken gaande met het Canadese concern Bombardier. Of met dit bedrijf, dat zelf officieel ontkend heeft interesse voor Fokker te hebben, tot zaken valt te komen moet worden afgewacht. Als het al lukt, zal zeker niet het volledige vliegtuigprogramma van Fokker overeind kunnen blijven. De programma's van beide bedrijven overlappen elkaar voor een belangrijk deel, vooral waar het gaat om propellertoestellen. Als het tot overname komt, lijkt het einde van de Fokker 50 nabij. Maar een periode van vier weken is ook volgens minister Wijers van Economische Zaken wel erg kort om zulke gecompliceerde onderhandelingen met succes te bekronen.

Helemaal zonder liquiditeiten zit de onderneming ondanks het miljardenverlies en het gemis van de financiële rugdekking van DASA niet. Met de overheid wordt overlegd over versnelde bestelling en voorfinanciering van vier F60 utility-vliegtuigen voor Defensie en eerdere betaling van het nieuwe regeringsvliegtuig, een Fokker 70 die in aanbouw is.

Ook een zeer correcte en soepele opstelling van grootaandeelhouder DASA heeft Fokker behoed voor een acuut gebrek aan liquiditeiten. Op de valreep van het afgelopen jaar hebben DASA en Daimler-Benz in totaal maar liefst 67 geleasde vliegtuigen van Fokker overgenomen. Voor die toestellen zouden Debis (een andere dochter van Daimler) en DASA bij elkaar anderhalf miljard gulden hebben neergeteld. Volgens Fokker-topman Van Schaik is deze transactie “op een meer dan faire basis” gepleegd en hebben de Duitsers de vliegtuigen voor marktprijzen verworven. Een deel van die opbrengst was nog niet verdwenen in Fokkers bodemloze put.

Het feit dat de vijf Duitse commissarissen van Fokker (onder wie de voorzitter, topman Manfred Bischoff van DASA) gisteren unaniem hebben ingestemd met het voorstel surséance aan te vragen, wijst erop dat bij de Duitsers na de mislukte reddingspoging geen rancuneuze gedachten heersen. Maar alleen al uit puur eigenbelang zal er Daimler en DASA veel aan gelegen zijn zoveel mogelijk van hun miljardenverliezen terug te verdienen. Als eigenaars van een aanzienlijke vloot Fokker-toestellen hebben zij daarom een belang bij het voortbestaan van de Nederlandse vliegtuigbouwer, in welke afgeslankte vorm dan ook. Bij het totaal verdwijnen van Fokker daalt de waarde van de vliegtuigen in de lease-portefeuille fors.

Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel geld Fokker nodig heeft om de komende weken door te komen en hoeveel de overheid daaraan zou moeten of willen bijdragen. Ingewijden schatten dat voor het kernbedrijf 120 miljoen gulden per maand is vereist. Enkele Kamerleden bepleitten bij minister Wijers Fokker net zoveel geld ter beschikking te stellen als het bedrag dat tijdens de finale onderhandelingen met de Duitse partners is aangeboden. Het kabinet was daartoe aanvankelijk ook bereid en gedacht werd aan 200 tot 300 miljoen gulden. Maar door de surséance voor Fokkers kernbedrijf, Fokker Aircraft, zijn die plannen weer op losse schroeven komen te staan. Het zal nu geheel afhangen van de hoeveelheid geld die de dochterondernemingen die buiten de surséance zijn gebleven (Woensdrecht, Hoogeveen en Leiden) van de bewindvoerders en het Fokker-bestuur meekrijgen. Wat dat betreft ligt de bal dus in eerste instantie bij Fokker zelf.

Het Fokker-bestuur heeft volgens voorzitter B. van Schaik het uiterste gedaan om een surséance te voorkomen, huiverachtig voor verdere schade aan de naam van het bedrijf. Ook bestond de angst dat klanten bestelde vliegtuigen zouden afzeggen, wat tot vandaag overigens nog niet is gebeurd. Bovendien is het in een situatie van betalingsuitstel praktisch onmogelijk nieuwe orders binnen te halen en zullen toeleveranciers bij levering van onderdelen contante betaling eisen. Wijers zag daarentegen minder bezwaren in een surséance omdat die situatie de nodige rust brengt. De minister vreesde dat hij geld in een bijna failliet bedrijf zou pompen dat er aan de andere kant via de schuldeisers weer uit zou lopen.

Het bijeenhouden van Fokker, dus van het kernbedrijf en de te verzelfstandigen dochters, is nu volgens bestuursvoorzitter Van Schaik de eerste prioriteit. Hij zette daar gisteren zelf al de nodige vraagtekens bij. Het zal allemaal afhangen van de vraag of snel een voldoende kapitaalkrachtige partner gevonden wordt. In principe kunnen de dochters in Woensdrecht (onderdelenmagazijn, vliegtuig-onderhoud en bekabeling; 2300 werknemers) op eigen benen staan omdat ze nu ook al voor een belangrijk deel voor derden werken.

Niet bekend

    • Ben Greif
    • Marc Serné