Tribunaal gaat in Bosnië graven als de vorst verdwijnt

Ze waren het al lang van plan, maar pas in mei of april, afhankelijk van het weer. Maar door een bezoek afgelopen zondag van de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken voor mensenrechten, John Shattuck, aan vermeende massagraven bij Srebrenica, is het perspectief veranderd. Nu staan onderzoekers van het tribunaal volgens een woordvoerder klaar “zo snel mogelijk” de spade in de grond te steken en lijken op te graven.

Shattuck bezocht afgelopen zondag onder bescherming van Servische politieagenten een aantal locaties om en nabij de voormalige moslim-enclave Srebrenica, waar naar alle waarschijnlijkheid zo'n 7000 moslims begraven liggen die na de val van de enclave op 11 juli vorig jaar door Bosnische Serviërs om het leven zijn gebracht. Shattucks reis naar Srebrenica volgde op gesprekken van onderhandelaar Richard Holbrooke met de Servische president Milosevic, om een ruil van krijgsgevangenen tussen moslims en Bosnische Serviërs mogelijk te maken. De moslims weigerden mee te werken aan een dergelijke ruil - die volgens het Dayton-akkoord uiterlijk afgelopen vrijdag om middernacht moest gebeuren - totdat duidelijk zou zijn wat het lot van ruim 20.000 vermiste medemensen is. Holbrooke stelde eerbiediging van de 'deadlines' in het Dayton-akkoord boven afzonderlijke belangen, maar achtte een gebaar van de Serviërs aan de moslims noodzakelijk. Zijn verzoek aan Milosevic mee te werken aan een bezoek van Shattuck aan de plek waar mogelijk duizenden mensen zijn vermoord, werd gehonoreerd. De moslims hebben inmiddels een gedeelte van de krijgsgevangenen laten gaan.

Shattucks gang naar Srebrenica viel samen met een gepland bezoek van tribunaal-aanklager Richard Goldstone aan IFOR-commandant Leighton-Smith, om de vorige week getekende samenwerking van de troepen met onderzoekers van het tribunaal te bezegelen. Goldstone kondigde in Sarajevo aan dat in de “zeer nabije toekomst” in Srebrenica gegraven zal worden. Leighton Smith liet zich door de plotselinge druk op het blootleggen van massagraven niet verleiden meer hulp te beloven aan het tribunaal dan afgesproken. Hij zegde niet toe de locaties waar massagraven vermoed worden te zullen bewaken in afwachting van de onderzoekers van het tribunaal en wilde zich evenmin committeren aan hun bescherming. De belangrijkste afspraak tussen IFOR en het tribunaal is dat de NAVO-militairen verdachten van oorlogsmisdaden zullen aanhouden wanneer die mogelijkheid zich voordoet.

Forensisch onderzoek staat al geruime tijd op het verlanglijstje van de aanklagers van het VN-tribunaal. Lijkschouwingen zijn routine in politie-onderzoek. De rechercheurs die voor het tribunaal werken zijn niet anders gewend en ook in het geval van oorlogsmisdaden - in feite moordaanklachten - kunnen lijken belangrijke informatie leveren. Zolang er gevochten werd waren opgravingen echter uitgesloten, maar nu er vrede is worden ze eindelijk mogelijk. In de ontwerpbegroting van het tribunaal voor 1996, die enkele weken geleden bij het hoofdkwartier van de VN in New York is ingediend, was dan ook meer geld gevraagd voor onder meer opgravingen. Maar het tribunaal wilde er pas mee beginnen zodra de gebieden waarin gegraven moet worden volledig toegankelijk zijn voor onderzoekers, de IFOR-troepenmacht geïnstalleerd is en de weersomstandigheden het toelaten. De voorzichtige conclusie in Den Haag was dan ook dat pas in mei de eerste spade in de grond zou gaan.

Het “zo snel mogelijk”, dat nu het parool is geworden bij het VN-tribunaal in Den Haag, betekent echter niet dat vandaag of morgen een ploeg met mensen met een graafmachine Bosnisch-Servisch gebied intrekt, zo haast een woordvoerder te verduidelijken. “Onze voorwaarden waren en zijn dezelfde gebleven. Dat wil dus zeggen dat het gebied volledig toegankelijk moet zijn, dat de IFOR-troepenmacht op haar plaats moet zijn en dat de weersomstandigheden het moeten toelaten. Naar het zich laat aanzien is het gebied rondom Srebrenica, een belangrijke plek waar wij willen graven, beter toegankelijk. IFOR-troepen zijn echter nog maar mondjesmaat aanwezig en de weersomstandigheden nog altijd ongunstig. Door strenge vorst is de grond nog te hard.” Daarbij is het blootleggen van massagraven een zeer ingewikkelde operatie, die zorgvuldige voorbereiding vergt. Het tribunaal doet nu ervaring op in Rwanda met opgravingen, die daar worden uitgevoerd door de organisatie Physicians for human rights, een groep medici die vrijwillig en in hun eigen tijd de werkzaamheden verrichten. “Hoe zorgvuldig en tijdrovend opgravingen kunnen zijn, toont het feit dat naast deze groep medici een archeoloog werkt, die met zijn bedrevenheid in het verzamelen van kleine objecten een uiterst belangrijke rol speelt in de opgravingen”, aldus de woordvoerder van het tribunaal. De opgravingen zullen echter niet duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor de massamoorden.

    • Z.C.A. Luyendijk