Ruzie in de supermarkt

Dinsdagmiddag half zes. Lange rijen voor zes kassa's. Een dronkelap met een karretje vol met bier en wijn wil voordringen. Een vrouw roept: “Hé! Dat gaat zo niet! Even achter aansluiten.” De dronkelap wurmt zich toch tussen de rij. Met een stevige haal trekt de vrouw aan zijn kar en zegt: “Achter aansluiten.” De dronkelap begint met zijn kar in te beuken op de mensen voor hem in de rij.

Gevaar. Een Indisch uitziende man rukt aan zijn arm en zegt: “Achter aansluiten, vuile hond.” “Vuile allochtonen”, roept de dronkelap. “Vuile jood”, roept de Indisch uitziende man. De dronkelap neemt een aanloopje om opnieuw op de rij in te beuken. Verscheidene mannen storten zich op hem. Een jongen achter mij met een sporttas - ik schat hem op zeventien jaar - wil ook ingrijpen. Hij wordt vastgehouden. “Een tegelijk”, zegt een man. “Vuile kanker puistenkop”, zegt een ander. “Nou ja”, zegt de jongen. “Het is toch zo”, zeggen de mannen. De jongen gaat bedremmeld weer in de rij staan. De dronkelap die dreigend zijn kar bestuurt, schreeuwt: “Dit is míjn land alle allochtonen d'r uit.” De Indisch uitziende jongen moet door anderen worden vastgehouden. “Waarom wordt er niemand bij gehaald”, vraagt de vrouw die de explosie heeft veroorzaakt. “Kassa vier”, roept de caissière door de microfoon. “Heeft u een probleem”, vraagt een toegesnelde employé van de supermarkt aan de dronkelap. Hij mag nu voordringen onder begeleiding. “Krijgt hij toch zijn zin”, zegt de vrouw. Terwijl ik afreken, zie ik uit mijn ooghoek hoe de jongen met de 'puistekop' met trillende hand het bordje 'volgende klant' tussen zijn en mijn boodschappen zet.

    • Daniela Hooghiemstra