Proefschrift over Duoduo: over rode en gele boekjes; Politieke dichter tegen wil en dank

Misschien niet tegen wil en dank, maar toch wel een beetje toevallig, is de Chinese dichter Duoduo tot politieke figuur en balling geworden. Een Nederlandse sinoloog probeert Duoduo als dichter te rehabiliteren.

Maghiel van Crevel, Language Shattered. Contemporary Chinese Poetry and Duoduo. Uitg. Research School CNWS Leiden 1996. (handelseditie) 355 pp. Prijs ƒ 40,-. In mei van dit jaar zullen bij uitgeverij JM Meulenhoff, in vertaling van Van Crevel, een bundel nieuwe poëzie van Duo ('Er is geen nieuwe dag') en een verzameling van zijn columns ('Ik begrijp het niet') verschijnen.

LEIDEN, 24 JAN. Op 4 juni 1989 kwam de Chinese experimentele dichter Duoduo uit Peking per vliegtuig aan in Nederland voor het poëziefestival Poetry International in Rotterdam. Diezelfde dag maakte de Chinese politieke leiding met militair geweld een eind aan wekenlange demonstraties voor meer democratie op het Plein van de Hemelse Vrede in de Chinese hoofdstad. Duoduo werd in Rotterdam min of meer door journalisten besprongen, om commentaar. De dichter gaf blijk van zijn ontzetting over het gebeuren en liet merken, dat hij - zoals zoveel Chinese intellectuelen - de democratie-acties met aandacht gevolgd had.

Sindsdien is Duoduo (schrijversnaam van de in 1951 geboren Li Shizeng) in het Westen voornamelijk bekend als een 'politiek' dichter, wiens werk vaak wordt gerelateerd aan de gebeurtenissen van 1989 en de daarop volgende ballingschap van Duoduo. De 32-jarige Nederlandse sinoloog Maghiel van Crevel, die morgen in Leiden op Duoduo hoopt te promoveren, beziet dat met gemengde gevoelens. “In mijn boek poog ik aan te tonen, dat Duoduo's gedichten in veel gevallen helemaal geen verband houden met de Chinese politiek en de ballingschap. Weliswaar is het soms interessant iets te weten over die context natuurlijk. Maar meestal gaat het toch om algemene poëtische thema's: eenzaamheid, onmogelijkheid van contact tussen mensen, dat soort dingen”.

Van Crevel noemt krasse staaltjes van de, veelal door de uitgeverswereld opgedrongen politisering van Duoduo's werk. Een Amerikaanse bloemlezing bijvoorbeeld onder de titel 'Looking out from death', met op de kaft afbeeldingen van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld, de Chinese leider Mao en Duoduo zelf met geheven vuist. Vaak wordt Duoduo ook uitgeroepen tot 'dichter van het Chinees verzet' en gesuggereerd dat diens vertrek uit China in 1989 een vlucht was voor de gewelddadige repressie op diezelfde dag. “Maar uit eigen waarneming weet ik dat dat onzin is”, aldus Van Crevel. “Duoduo was al maanden tevoren naar Rotterdam uitgenodigd, en zijn vliegticket ruim tevoren besteld voor 4 juni”.

Van Crevels dissertatie behelst, naast een tekst-analyse van het werk van de dichter, ook een korte geschiedenis van de 'experimentele' poëzie in de Volksrepubliek China. Al in de begintijd van het communisme, in de jaren veertig, werd deze 'obscure poëzie' in opdracht van Mao met wortel en tak uitgeroeid - dichters werden in de gevangenis of zelfmoord gedreven. De socialistisch-realistische dichters, met hun optimistisch gestemde tractor-bestuursters, hadden het rijk alleen.

De herleving van de waardevolle poëzie hangt, merkwaardig genoeg, eveneens samen met demonstraties op het Plein van de Hemelse vrede, maar dan in 1976. Bij betogingen op het Plein ter ere van de juist overleden premier Zhou Enlai, wiens persoon als een alternatief voor de regerende ultra-linkse partijorthodoxie was ervaren, werden gedichten van oppositionele strekking voorgelezen, totdat de politieke leiding de demonstraties officieel als 'contra-revolutionair' veroordeelde en ze met geweld liet beëindigen. In 1978 echter, in de kontekst van Deng Xiaopings politieke liberalisatie, veranderde het partij-oordeel over de gebeurtenissen van 1976. Die heetten nu een 'revolutionaire' uitdrukking van de volkswil en met officiële toestemming van de overheden verschenen de gedichten die op het plein waren voorgedragen in druk.

Sindsdien zijn er weer poëtische mogelijkheden in China. Overal doken - schijnbaar uit het niets - 'experimentele' dichters op en de eerste officieuze poëzie-tijdschriften verschenen, meestal in oplagen van honderden exemplaren. Alle wisselingen in liberalisatie en repressie in de Chinese politiek sindsdien ten spijt is de 'experimentele' poëzie in de Volksrepubliek China een 'erkend' en niet meer weg te denken verschijnsel, aldus Van Crevel.

Waar kwamen al die dichters in 1978 opeens vandaan? De gebruikelijke verklaringen zijn het voortleven van avantgardistische poëzietradities uit de jaren twintig en dertig, van voor het communisme dus, en de existentiële verontwaardiging die veel jongeren na de nachtmerrie van de Culturele Revolutie hadden bevangen, toen ze geconfronteerd werden met de maatschappelijke werkelijkheid achter de revolutionaire slogans in China.

Maar er was meer, concludeert Van Crevel op grond van veldwerk: de jonge dichters waren veelal welbelezen. “Je leest wel verwonderde commentaren dat een of andere schaapherder uit de provincie wel onbewust onder invloed van de Franse symbolisten lijkt te staan. Wat men zich niet realiseert, is dat hij die symbolisten misschien wel gelezen had”.

De boekenjacht was al lang voor 1978, toen de dichtkunst weer bovengronds kwam, begonnen. De Culturele Revolutie behelsde niet in het minst het inbreken in de persoonlijke bibliotheken van intellectuelen en andere, openlijk bespotte of gemaltraiteerde 'burgerlijke elementen'. Maar menig Rode Gardist bracht de aangetroffen klassevijandige boeken niet meteen naar de brandstapel, zoals de bedoeling was, of deed dit pas na de gewraakte werken eerst te hebben doorgenomen of treffende passages te hebben gekopieerd.

Bovendien toont Van Crevel aan dat veel belezenheid werd ontleend aan de zogeheten 'gele boeken', vertaalde hoogtepunten uit de contemporaine wereldliteratuur die officieel waren geproduceerd ter kennisneming door de hogere kaders. Voorbeelden: Sartre, Salinger, Beckett, Ionesco, Camus, Kerouac, Ehrenburg, Kafka, Solzjenitsin en het scenario van de film Casablanca. De voorstelling van een soort nobele wilden die opeens het surrealisme heruitvonden, is geheel onjuist'', aldus Van Crevel.

Met zijn dissertatie hoopt de jonge sinoloog Duoduo en andere Chinese dichters weer meer als dichter naar voren te halen, en hen aan de greep van veelal niet-sinologische bloemlezers in het Westen die de dichters vooral als politici afschilderen, te onttrekken. Te lang, meent de promovendus, “is eenoog op het gebied van de moderne Chinese poëzie koning geweest”.

    • Raymond van den Boogaard