Politie sleept daklozen weg uit passage in Tokio

TOKIO, 24 JAN. De politie van Tokio heeft vanmorgen enkele uren nodig gehad om honderden daklozen met geweld te verwijderen uit een ondergrondse winkelpassage. De gemeente wil op deze plaats rolbanen aanleggen. De passage tussen het station Shinjuku en het provinciehuis van Tokio wordt dagelijks door 2 à 300.000 mensen gebruikt.

De overheid had de daklozen al maanden geleden meegedeeld dat ze het gebied moesten verlaten. De daklozen hebben vergeefs geprotesteerd tegen de plannen. “Ook al wil ik werken, er is geen werk”, zo verklaarde een 70-jarige man zijn verblijf in de passage eind vorig jaar bij het indienen van een petitie.

De actie van vandaag was van te voren aangekondigd. In alle vroegte stonden enkele honderden daklozen en sympathisanten de politie op te wachten. Ze hadden de passage met bloembakken en houten panelen gebarricadeerd. Rond zeven uur begonnen vijfhonderd politieagenten met geweld de barricades af te breken. De daklozen bekogelden de agenten met stukken hout, flessen, eieren en spoten brandblussers leeg. Man voor man voerden de agenten de daklozen en hun medestanders weg. De achtergelaten bezittingen werden als grofvuil afgevoerd. De gouverneur van Tokio, Yukio Aoshima, zei later dat het speet dat er geweld nodig was geweest.

De overheid heeft voor twee maanden een opvangcentrum voor de daklozen ingericht, maar minder dan veertig mensen zijn daarheen overgebracht, aldus een woordvoerder van de gemeente. Veel daklozen zouden hun wijk niet willen verlaten. Het trein- en metrostation Shinjuku is het op een na grootste station van Tokio en ligt in een belangrijk winkel- en kantorencentrum.

In veel ondergrondse winkelpassages en in parken in Tokio wonen daklozen in kleine hutjes die ze van kartonnen dozen en plastic zeil hebben gebouwd. Zoveel mogelijk proberen ze daar een gewoon bestaan te voeren. Er hangt was aan lijntjes en bewoners vegen de grond rond hun bouwsels aan. Passanten doen onderwijl of er niets aan de hand is.

De daklozen zijn veelal het slachtoffer van de economische recessie die vijf jaar geleden inzette. De overheid schat hun aantal op zo'n 3.300 in Tokio. “Maar ik denk dat dat cijfer veel te laag is”, zegt Megumu Mizata, vrijwilliger bij de vereniging 'Furusato', die voedsel verspreidt onder daklozen.

In Tokio zijn tientallen groepen vrijwilligers die zich het lot van de daklozen, in meerderheid mannen boven de vijftig, aantrekken. De meeste groepen houden zich bezig met het uitdelen van voedsel. Tehuizen waar daklozen in de winter terecht kunnen, zijn er vrijwel niet. Vandaar dat daklozen vaak een plaats in een ondergronds winkelcentrum zoeken.

Pagina 5: 'Aantal daklozen groeit hard'

In de winter ligt de minimum temperatuur in Tokio 's nachts net boven het vriespunt en nu en dan kan er lichte sneeuw vallen.

“Het aantal daklozen is de laatste vier jaar zeker vertienvoudigd”, aldus Mizuta. “De situatie is sinds de periode kort na de oorlog niet zo erg geweest als nu. Veel van deze mensen hadden vroeger werk in de bouw of fabrieken en konden zich een goedkoop appartement permitteren. Sommigen werkten zelfs op kantoor en hadden een gezin. Maar in de recessie hebben ze hun baan verloren en goedkope appartementen zijn er sinds de speculatiegolf eind jaren tachtig bijna niet meer in Tokio.”

Opvallend is dat de daklozen niet bedelen. “Deze mensen hebben hun trots”, zegt Mizuta. “Bedelen doen ze niet. Maar in oudere wijken hebben daklozen soms hun adressen, een eethuisje of winkel, waar ze elke dag wat eten krijgen toegestopt.”

In het dagblad Asahi zei de schrijver Megumi Hisada vandaag: “Veel van deze mensen hebben als dagloners hard gewerkt aan de enorme economische groei van Japan. Het zijn de mensen die juist het moderne Shinjuku hebben gebouwd. De autoriteiten zouden de vrijgevigheid moeten hebben deze mensen wat ruimte te laten gebruiken.” In de ontruimde passage reageerden winkeliers echter opgelucht dat de daklozen waren verdwenen.

    • Hans van der Lugt