Omroepreserve financiert helft voetbalrechten

HILVERSUM, 24 JAN. De NOS kan voor de financiering van de voetbalrechten alleen een beroep doen op de omroepreserve als de publieke omroepen zelf de helft bijdragen uit hun eigen vermogens.

Dit zegt staatssecretaris Nuis (media) naar aanleiding van de onderhandelingen over de uitzendrechten van voetbal die zich in een beslissende fase bevinden.

Verder maakt Nuis zich zorgen over het feit dat steeds meer voetbal naar gesloten tv-netten gaat. In het gezamenlijk bod dat de NOS samen met de Holland Media Groep (RTL en Veronica) en de zender voor betaaltelevisie Filmnet heeft uitgebracht op de voetbalrechten is voorgesteld dat deze laatste de competitiewedstrijden van de KNVB exclusief live gaat uitzenden. Dat betekent dat alleen kijkers met een speciale decoder en een abonnement op Filmnet die wedstrijden kunnen zien. Nuis laat weten dat het uitgesloten is “dat de publieke omroep voetbalrechten met omroepbijdragen koopt en de uitzending vervolgens via een gesloten net aanbiedt”. De NOS en Filmnet willen, zodra de mediawet dat toelaat, ook op het gebied van abonneetelevisie gaan samenwerken in een gezamenlijke onderneming met de naam 'Abonnee Televisie Nederland'.

Volgens Tweede-Kamerlid De Koning (D66) balanceert het gezamenlijke bod van de publieke omroep met de commerciële omroepen “op een gevoelige grens”. “De NOS werkt samen met een zender die via een gesloten net aanbiedt. In hoeverre is dan transparant dat er geen publiek geld achter de decoder verdwijnt? Daar moet je heel kritisch op zijn.” Tweede-Kamerlid Van Zuijlen (PvdA) vindt het slecht “dat kijkers min of meer gedwongen worden een abonnement op Filmnet te nemen”.

De financiering van de sportrechten is volgens de staatssecretaris in eerste instantie een taak van de NOS, maar uit de omroepreserve kunnen wel “excessieve kostenstijgingen, zoals de stijging van de sportrechten” worden gefinancierd. Bovendien staan volgens de staatssecretaris tegenover de kosten van de voetbalrechten hogere reclame-inkomsten. “Deze extra inkomsten relativeren de bedragen die momenteel in de pers genoemd worden.” Voor het gezamenlijke bod wordt een bedrag genoemd van 100 miljoen gulden.