Lot van Fokker in handen van topadvocaten

AMSTERDAM, 24 JAN. Het lot van Fokker is de komende weken in handen van een 'old boys netwerk' van topadvocaten. De Amsterdamse rechtbank benoemde gistermiddag drie doorgewinterde advocaten als bewindvoerders bij de vier Fokker-vennootschappen die uitstel van betaling kregen om zich de schuldeisers van het lijf te houden.

Bewindvoerders zijn de loodgieters in de advocatuur, die opgeroepen worden als bedrijven het water tot de lippen komt. Zij delen de macht in het bedrijf met de directie, maar moeten knopen doorhakken. Bedrijfsonderdelen verkopen? Aan wie? Of sluiting? Zij moeten beslissen terwijl de kas leegloopt. Een bewindvoerder/curator “is misschien wel een beetje een sjacheraar”, zei mr. F. Meeter, die zich bezighield met de twee grootste industriële debâcles tot nu, RSV en DAF.

De bewindvoerders kennen elkaar stuk voor stuk van de workshops, de etentjes en de borrels van hun eigen Vereniging Insolventierecht Advocaten (Insolad). De juridische topadviseur van Fokker, mr. S. de Ranitz, die vanaf vandaag zaken moet doen met de bewindvoerders, kent hen allemaal: hij is zelf voorzitter van Insolad. Dat schetst hun kameleontische inslag: soms adviseren zij bedrijven met financiële problemen, soms zijn zij bewindvoerder, soms adviseren zij banken over klanten in moeilijkheden. Tien tegen een dat hun tegenspelers ook Insolad-collega's zijn. Fokker-bewindvoerder mr. L. Deterink, die drie jaar geleden als curator mede aan de wieg stond van de wederopstanding van vrachtwagenfabrikant DAF, vertrok gisteravond al naar Amsterdam. Deterink, honorair consul van Duitsland, “is ongetwijfeld benoemd vanwege zijn uitstekende connecties uit zijn DAF-periode met het ministerie van Economische Zaken”, zegt een vakgenoot.

Deterink is bewindvoerder bij de assemblagefabriek van Fokker. Die klus, behoud van Fokkers kernbedrijf, moet hij klaren met mr. A. Leuftink, advocaat in Utrecht en auteur van het boek 'Surséance van betaling', dat vorig jaar is verschenen en onder professionele curatoren een standaardwerk wordt genoemd. Hij zit met Fokker-adviseur De Ranitz in het Insolad-bestuur.

Nummer drie is mr. R. Schimmelpenninck, de enige die in Amsterdam gevestigd is. Vakgenoten omschrijven hem als een allround curator. Hij is docent op de beroepsopleiding van de Vereniging Insolad (financiering van bedrijven met moeilijkheden en het voorzien en afremmen van calamiteiten). Schimmelpenninck moest in 1993-'94 al zijn koopmanstalenten gebruiken om tussen de haaien in de Amerikaanse advocatuur een lokale noodlijdende dochter van het failliette automatiseringsbedrijf HCS te verkopen.

Als bewindvoerder moet het drietal proberen te redden wat er nog te redden is.

Pagina 19: Geen doodgraver meer in ondernemingsland

De rechtbank heeft voor vier weken een afkoelingsperiode gelast, zodat schuldeisers geen goederen van het Fokker-terrein kunnen halen en vorderingen bevroren zijn. Deze afkoeling kan nog eens met vier weken worden verlengd. Als daarna geen oplossing is gevonden, is faillissement onvermijdelijk en worden de bewindvoerders als curator benoemd, die de boedel moeten afwikkelen.

In zijn vorig jaar verschenen boek schetst Leuftink wat van de eigenschappen die een succesvolle bewindvoerder moet hebben: helicopterblik, stressbestendigheid, aanleg voor het efficiënt doorhakken van juridische knopen, maar ook kennis van accountancy en vaardigheid in conflictbeheersing. “De wet formuleert met betrekking tot zijn vaardigheden overigens geen eisen”, merkt Leuftink droogjes op.

Faillissementen waren vroeger werk dat afgeschoven werd naar de jongste en meest onervaren advocaten. Met de groei van de advocatuur, die specialisatie in de hand heeft gewerkt, en het spektakel rond grote faillissementen zoals OGEM, zijn curatoren een klasse apart. Sindsdien is de bewindvoerder niet meer de doodgraver in ondernemingsland die personeel ontslaat, bezittingen verkoopt en definitief de boeken sluit.

Zij konden zich steeds meer onderscheiden als trouble shooters die werkgelegeheid redden en kapitaalverliezen bij financiers beperkten. De bewindvoerder/curator stond aan de wieg van de wederopstanding. Van Gelder Papier, dat in 1981 op de fles ging, werd na faillissement opgedeeld en dat leverde verschillende gezonde ondernemingen op, waarvan drie uiteindelijk zelfs genoteerd werden aan de Amsterdamse effectenbeurs.

De vrijheid van handelen voor bewindvoerders en curatoren is groot. De faillissementswet is hopeloos gedateerd en elke poging om er wat aan te veranderen is tot nu toe gestrand op de complexiteit en desinteresse in de volksvertegenwoordiging. Dat schept alle ruimte voor creativiteit, waarmee een bewindvoerder in een keer naam kan maken. Tot de ondergang van DAF was Deterink niet meer dan een lokale Brabantse grootheid. Meeter en hij wisten in een race tegen de klok een nieuwe DAF op te richten, die desondanks 2.500 van de 5.000 werknemers hun baan kostte, maar vorig jaar wel 160 miljoen gulden winst maakte.

Een bewindvoerder moet zich alleen maar inspannen voor de belangen van de schuldeisers, zo zegt de wet. Maar bewindvoerders en curatoren geven daaraan elk hun eigen uitleg, afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Zij handelen naar bevind van zaken, afhankelijk van het sentiment in de samenleving, bij de overheid, de vakbonden en de banken. Redden van werkgelegeheid staat in vrijwel alle gevallen bij hen voorop. De enige die hen controleert is de rechter-commissaris.

De honorering is geen bijzaak, maar iets kariger dan de lucratieve commerciële praktijk van bijvoorbeeld begeleiding van fusies en overnames. Curatoren moeten hun salaris, die ten laste wordt gebracht van de boedel, in hun openbare verslagen aan de schuldeisers opnemen. Dat schrikt buitensporinge declaraties af. Daarmee wijkt Nederland af van bijvoorbeeld Engeland en Amerika, waar financiële reorganisaties bij ondernemingen in een surséance, een goudmijn zijn met honoraria van tientallen miljoenen voor juristen, bankiers en accountants.

    • Menno Tamminga