Kovaljov breekt met president Jeltsin

MOSKOU, 24 JAN. Sergej Kovaljov, de activist en intellectueel die internationaal gezag geniet als 'het geweten van Rusland', heeft ontslag genomen als president Jeltsins adviseur voor de mensenrechten. Hij zal Jeltsin ook niet steunen bij de presidentsverkiezingen in juni, zelfs niet als de keuze gaat tussen de huidige president en de communist Zjoeganov of de populist Zjirinovski.

“Ik kan niet langer werken met een president die ik noch beschouw als aanhanger van de democratie, noch als beschermer van de rechten en vrijheden van de burgers van mijn land”, schrijft Kovaljov in een open brief aan Jeltsin die vandaag is gepubliceerd in Izvestija. “Op dit momemt is uw regering bezig het land te leiden in een richting die diametraal tegenovergesteld is aan de weg die in augustus 1991 werd uitgestippeld.”

Kovaljov (65) heeft vanaf het begin - december 1994 - kritiek gehad op de inval in Tsjetsjenië. Maar op andere punten steunde hij Jeltsin, die hem officieel in dienst had als 'commissaris voor de mensenrechten'. In die functie bracht Kovaljov jaarlijks een doorgaans kritisch rapport uit over de handhaving van de rechten van de mens in Rusland. Hij bekleedde een soortgelijke functie voor het parlement, maar dat ontsloeg hem in maart vorig jaar op voorstel van de communistische en nationalistische fracties die hem afschilderden als een 'landverrader'.

Kovaljov werkte in de jaren zestig en zeventig nauw samen met de dissident en kerngeleerde Andrej Sacharov. In 1974 werd Kovaljov veroordeeld tot zeven jaar kamp en drie jaar verbanning. Vorig jaar ontving hij in het Westen diverse prijzen voor zijn werk; hij werd zelfs genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede.

De stap van Kovaljov volgt op de constatering, eergisteren, van Jegor Gajdar, de 'architect van de economische hervormingen' in Rusland, dat de breuk tussen Jeltsin en de liberalen in Rusland “definitief en onherstelbaar' is. Sinds de winst van communisten en nationalisten bij de parlementsverkiezingen van december heeft Jeltsin liberalen in de regering en zijn staf vervangen door politici uit de Sovjet-tijd. Tijdens de Tsjetsjeense gijzelingscrisis liet hij vorige week de strijdmachten een dorp platschieten, hoewel zich daar nog een onbekend aantal gijzelaars bevond.

Op zijn laatste werkdag als presidentieel adviseur riep Kovaljov de Raad van Europa op Rusland slechts als lid toe te laten onder strenge voorwaarden. De Europese organisatie, die morgen over de Russische toetreding beslist, zou moeten eisen dat Moskou de vredesbesprekingen in Tsjetsjenië hervat. President Jeltsin zelf daarentegen waarschuwde gisteren de Raad van Europa dat talmen met Ruslands toetreding “door veel Russen zou worden geïnterpreteerd als een steunbetuiging, hoewel indirect, aan degenen die het Tsjetsjeense probleem met onmenselijke en terroristische methoden proberen op te lossen”.

De rol van liberalen als Kovaljov en Gajdar in Rusland lijkt steeds kleiner te worden. Gisteren werd een voormalig lid van het vroegere Sovjet-politburo (het belangrijkste beleidsorgaan van de communistische partij), Jegor Strojev, gekozen tot voorzitter van de Federatieraad, de eerste kamer van het Russische parlement. De Doema, de 'tweede kamer', koos vorige week al een communist tot voorzitter. Strojev noemt zichzelf overigens onafhankelijk. Hij zei gisteren het regeringsbeleid in grote lijnen te steunen, maar voegde daaraan toe: “Zelfs een kind kan zien dat de economische hervormingen hoognodig moeten worden gecorrigeerd. God zij dank begint onze president dat nu ook te zien.”