'Komst Russen is einde Raad van Europa'

Morgen stemmen de parlementsleden van de Raad van Europa over de toetreding van Rusland. Het Nederlandse Assemblée-lid van de Raad, Erik Jurgens, vreest dat de organisatie opname van zo'n groot land zonder democratische traditie niet zal overleven.

AMSTERDAM, 24 JAN. “Ik denk dat ze donderdag niet tegen de Russen durven te stemmen” zegt professor Erik Jurgens, lid van de Assemblée van de Raad van Europa, in zijn kantoor bij de vakgroep politieke bestuurskunde van de Vrije Universiteit te Amsterdam. “Ze willen de Russen op de een of andere manier bij Europa halen.”

Een grote fout, meent het Assemblée- en Eerste Kamerlid. De laatste jaren is er al een grote toeloop van ex-Sovjet-republieken naar de Raad van Europa geweest. “Rusland zou het grootste lid worden, die invloed kan de Raad niet aan. Als Rusland de inbreng had van een pluralistische democratie, zou het anders zijn, maar je neemt een land op dat pas sinds 1990 is begonnen naar democratie te streven.”

De in Straatsburg gevestigde Raad van Europa (39 leden) werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht om de vreedzame samenwerking in Europa te bevorderen.

Alle leden hebben zich te houden aan het door de Raad opgestelde Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het aan de Raad verbonden Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg ziet erop toe dat dit gebeurt.

Terwijl de politieke en economische samenwerking in Europa zich heeft ontwikkeld via de Europese Gemeenschappen, tegenwoordig Europese Unie (EU), concentreert de Raad van Europa zich in de marge van de politiek op mensenrechten en culturele en juridische samenwerking in Europa. Volgens velen schuilt daarin juist de waarde van de organisatie: een unieke plaats waar de principes van democratie zijn gewaarborgd.

Maar de laatste twee jaar wordt het met de eisen van pluralistische democratie, een rechtsstaat en respect voor de mensenrechten niet meer zo nauw genomen: sinds de val van de Muur is het aantal (Oosteuropese) leden dat geen lange democratische traditie kent, explosief gegroeid. Die landen vaardigen functionarissen af naar de Assemblée en het secretariaat en benoemen rechters bij het Hof voor de mensenrechten. Vooral op de toetreding van Roemenië, waar de positie van minderheden sterk ter discussie staat, is veel kritiek geweest.

“De criteria zijn minder hard geworden”, zegt Hans Gualthérie van Weezel, ambassadeur van Nederland bij de Raad van Europa. “De Raad wordt steeds minder een specifiek juridisch orgaan voor mensenrechten en steeds meer een politiek samenwerkingsverband. De vraag is hoe de Russen de Raad gaan gebruiken. Hoe zullen ze zich opstellen? Dat weet niemand.”

Duitsland wil dat Rusland toetreedt. Het is een uitgelezen kans om te werken aan een vriendschappelijke relatie met Rusland en daarmee de voorwaarden te scheppen voor de door Duitsland nagestreefde uitbreiding van de EU en de NAVO naar Oost-Europa.

De Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, hield dit weekeinde nog een warm pleidooi voor toelating van Rusland tot de Raad van Europa. “Rusland is een goed eind op weg naar democratie. Ik vind dat Europa dat moet erkennen en zich niet blind moet staren op de problemen die er nog zijn”, aldus Kinkel.

Frankrijk vindt het een aantrekkelijk idee dat in de Raad van Europa straks met de Russen kan worden gepraat zonder Amerikanen erbij. Veel Franse Assemblée-leden verheugen zich ook op een meer politieke rol voor de organisatie, die als vrijblijvende praatclub van democratische landen volgens velen zijn langste tijd toch wel heeft gehad. Alle Europese regeringen willen de Russen, die in juni een nieuwe president moeten kiezen, graag het idee geven dat ze bij Europa horen.

Volgens Gualthérie van Weezel oefenen Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië sterke druk uit op de Raad om de Russen toe te laten. “Ze zeggen: die mensenrechten zijn allemaal leuk en aardig, maar Rusland moet een plaats krijgen in Europa en dat kan voorlopig alleen via de Raad van Europa.”

Vorig jaar schortte de Assemblée van de Raad van Europa de toetreding van Rusland op wegens de oorlog in Tsjetsjenië, die toen net was uitgebroken. In Tjetsjenië worden de mensenrechten nog steeds geschonden, maar de Russen hebben inmiddels gedreigd hun lidmaatschapsaanvraag in te trekken als de Assemblée zich niet met een tweederde meerderheid uitspreekt voor toetreding, dus is de politieke druk groter.

Vooral nu de vroegere Sovjet-republiek Oekraïne vorige zomer wél lid is geworden, is het lidmaatschap voor Rusland een prestigekwestie geworden. De Russische president, Jeltsin, waarschuwde gisteren dat afwijzing van het Russische lidmaatschap in zijn land zal worden opgevat als een “weigering van steun” aan de Russische voorstanders van democratie.

Jurgens is sceptisch over de mogelijkheid om Rusland, eenmaal lid, nog op de vingers te tikken als het de Europese verdragen schendt. “Vroeger hadden we Turkije en Griekenland, daar moesten we ook voortdurend nagaan hoe het met de democratie was. Maar ziet u ons een groot land als Rusland er straks uitknikkeren? Wat je tegen Grieken en Turken kunt doen, kun je niet tegen de Russen doen.”

Volgens Van Weezel wijst alles erop dat de toetreding morgen zal worden goedgekeurd: het Deense voorzitterschap van de Raad, de Duitse voorzitter van de Assemblée en het Italiaanse voorzitterschap van de EU, allemaal zetten ze zich in voor de toetreding. “Eerst zou er de hele donderdag gedebatteerd worden, nu is er gezegd: geen emotionele debatten, de zaak moet in de ochtend worden afgerond”. De tegenstanders bevinden zich vooral onder de kleine en de Oosteuropese landen. Gualthérie: “Maar de vraag is of de Oosteuropeanen zich tegen de Russen durven te verzetten, de Russen zullen dat niet gauw vergeten.”

Jurgens gaat proberen de tekst waarover moet worden gestemd nog zo te amenderen, dat er niet staat dat Rusland 'kan en wil toetreden' maar dat Rusland 'wil, maar niet kán toetreden'. “Als ze op grond van zo'n tekst nog voor toetreding stemmen, erkennen ze in ieder geval dat het eigenlijk niet kan. We moeten niet doen alsof er niets aan de hand is.”

Jurgens neemt het het comité van ministers, dat na de stemming in de Assemblée het uiteindelijke besluit moet nemen over de toetreding, kwalijk dat het Rusland niet iets anders heeft aangeboden dan meteen het complete lidmaatschap. “Een soort half lidmaatschap waar we niet de hele organisatie op zouden hoeven af te stemmen.”

Het verbaast hem ook dat over het voorstel om Rusland lid te maken in Nederland noch in de Eerste, noch in de Tweede Kamer is gedebatteerd. “Het buitenlands beleid is traditioneel een zaak van de regering, als niemand aan de bel trekt, gaan ze gewoon hun gang. Nederland was net bezig de betrekkingen met Duitsland te verbeteren, dus ze zullen waarschijnlijk niet hebben willen dwarsliggen.”

Volgens Van Weezel heeft de Nederlandse regering in de zaak “nauwelijks een eigen standpunt” ingenomen en is het besluit genomen in EU-verband. “Nederland heeft niet voorop gelopen, maar zich ook niet verzet”, zegt hij.

Jurgens voorspelt dat als Rusland lid wordt, de Westeuropese Assemblée-leden hun interesse voor de Raad geleidelijk aan zullen verliezen. “Ik steek energie in dit werk omdat ik erin geloof. Ik geloof in het Verdrag voor de minderheden waar we nu mee bezig zijn. Als ik er straks niet meer in kan geloven, zal ik nog maar een paar keer per jaar naar Straatsburg gaan.”

Jurgens sluit niet uit dat het model van de 'twee snelheden' ook bij de Raad van Europa zijn intrede gaat doen en dat een klein groepje Westeuropese landen een 'kern-Raad van Europa' gaat oprichten die zich wel strikt aan de criteria houdt.

“Wat moeten we doen als de Raad van Europa zijn gezag op het gebied van de mensenrechten kwijtraakt? Moeten we ons dan maar verlaten op de veel minder strenge conventies van de VN? Wat heeft Rusland eraan om deel te nemen aan een organisatie waaruit de democratische leden zich straks steeds meer zullen terugtrekken?”, vraagt Jurgens zich af. “We nemen Rusland op in een façade.”

    • Daniela Hooghiemstra