Hoeveel recht kost de vrede?

NEW YORK. Vrijwel sinds het begin van de oorlog in voormalig Joegoslavië bestaat de zekerheid dat daar op grote schaal oorlogsmisdaden zijn gepleegd. In augustus is het vier jaar geleden dat een Servische kampcommandant een televisiecamera tot het prikkeldraad van zijn concentratiekamp toeliet. Vorige week verhinderde een Servische politieman een televisieverslaggever het filmen van wat vermoedelijk een massagraf is. Toen moesten veel van die gevangenen nog worden vermoord, nu wordt waarschijnlijk met man en macht gewerkt om hun resten te doen verdwijnen. Het is een goed voorbeeld van wat de ironie van de geschiedenis wordt genoemd. Het Westen heeft de massamoorden niet kunnen verhinderen. Nu zal het in ieder geval zijn uiterste best doen de bewijzen daarvan te beschermen, als tenminste alles volgens de aangekondigde bedoelingen verloopt.

Maar dan lijkt het plotseling weer alsof de doem van onderling conflict op de aanwezigheid van het Westen rust. Terwijl de troepen van IFOR de vrede bewaren en bevestigen, beginnen de vertegenwoordigers van het oorlogstribunaal hun onderzoek op de plaats van de misdaad. Daar zijn ze vanzelfsprekend niet welkom. De commandant van de NAVO in Bosnië, admiraal Smith, de opperbevelhebber, generaal Joulwan, en secretaris-generaal Solana hebben eerst als één man laten weten dat bescherming van de onderzoekers niet het eerste punt op de agenda is. Dit nadat de Amerikaanse minister van defensie Perry had gezegd dat personeel van de NAVO bij het onderzoek escorte zou geven. De mededeling van het opperbevel is intussen ingetrokken. Maar, zegt men, het aantal massagraven is te groot om ze allemaal te bewaken. Nu gebeurt het vanuit de lucht.

De vrede handhaven tussen partijen die zolang hebben geprobeerd elkaar uit te moorden is iets anders dan het bevorderen van de rechtspleging. In beperkte zin kunnen het zelfs tegengestelde belangen zijn: als namelijk het bewaren van de vrede door het streven naar recht zal worden belemmerd, of omgekeerd, de rechtsspraak in de vrede zal ondergaan. Wordt straks misschien een groot aantal Bosnische Serviërs gearresteerd terwijl er maar een paar Kroaten en moslims achter de tralies raken, dan zal dat de vrede geen goed doen. Evenmin zal dat het geval zijn als de verdachten van alle strijdende partijen terwille van de vrede zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Dat zijn de risico's die meteen na Dayton al werden voorzien. De doem bestaat hieruit dat het Westen zich ter plaatse er kennelijk weer door heeft laten verrassen.

Tot de continuïteit van het absurde hoort, in ieder geval op dit ogenblik, dat het Tribunaal zich bevindt in het hoekje waar de slagen vallen. Dat het zeer openlijk te horen heeft gekregen, niet te kunnen rekenen op volledige steun van NAVO-personeel is voor de verdachten van alle partijen buitengewoon goed nieuws. Na de vastberaden ontplooiing van IFOR hadden ze waarschijnlijk op iets anders gerekend. In feite hebben ze ongevraagd te horen gekregen dat ze nog de gelegenheid hebben om de bewijzen weg te werken en zelf een goed heenkomen te zoeken. Weinig misdadigers wordt zo'n comfort van hogerhand gegund.

Het Tribunaal zelf wordt intussen gehinderd door geldgebrek. In het vooruitzicht op omvangrijk langdurig werk heeft het intussen een staf van tweehonderd functionarissen gevormd. Van het begin af heeft rechter Goldstone zijn werk ernstig opgevat. Zijn budget bedraagt nu 7,6 miljoen dollar, ongeveer toereikend voor een kwartaal. Dit alles dreigt van de rechtspleging een lachwekkende onderneming te maken, in het bijzonder in de ogen voor wie het allemaal is bedoeld, en dan weer in de eerste plaats de slachtoffers.

Laten we hopen dat het een overgangsstadium is. Sinds vorig jaar augustus, toen de grondslag voor Dayton werd gelegd, bestaat de operatie van het Westen in Joegoslavië uit drie delen: het stichten en bewaren van de vrede met militaire middelen, het bevorderen van de wederopbouw en de vervolging van de oorlogsmisdadigers. Het Tribunaal is onafhankelijk, de wederopbouw is weer een andere zaak, maar de drie horen bij elkaar. Vrede tussen de ruïnes, in uitzichtloze armoede, tussen 'volksgroepen' die vier jaar haat hebben opgezameld, bestaat niet. Vrede, gesticht door 60.000 buitenlandse soldaten die binnen een jaar weer zijn vertrokken, bestaat evenmin. Uiteindelijk kan een vrede ook niet duren als die gesticht is door een vreemde partij die recht heeft beloofd, maar weer is verdwenen voor er recht is gedaan.

Aan het begin van de oorlog heeft het Westen de ernst ervan onderschat - niet de gruwelen op zichzelf, maar de invloed die 'de internationale gemeenschap' ervan zou ondervinden. Na alle vergeefse politieke en diplomatieke interventies is het gekomen tot de gewapende ingreep en het compromisloze vervolg daarop, al datgene waaraan de toestand van vandaag te danken is. De ingreep is gevolgd op de doorslaggevende erkenning dat de oorlog voor de 'internationale gemeenschap' onverdragelijk was geworden. Waarom, waardoor? Daar was een grens bereikt - de nog steeds niet duidelijk beschreven, maar definitieve limiet. Alles wat als mislukking daaraan vooraf is gegaan hoort tot de onderschatting van de oorlog in zijn reikwijdte en invloed over de grenzen van het strijdtoneel.

Nu de vrede voorlopig is gevestigd zijn er tekenen dat de onderschatting zich zal herhalen, door verwaarlozing, halfheid in de rechtspleging en bij de hulp voor de wederopbouw. Een jaar is niet lang om de grondslag te leggen voor een normale maatschappij die vier jaar van blinde bloeddorst achter zich heeft. Als de onderneming van geforceerd herstel waarin het Westen zich nu heeft begeven, wordt onderschat, is er geen geringe kans dat over een jaar de voorstelling van het drama 'Joegoslavië' met hernieuwde energie wordt geprolongeerd. Wat de vervolging van de oorlogsmisdadigers aangaat, zal dat niet aan Richard Goldstone liggen maar aan de krachten in de NAVO die hem dwarsbomen.

    • H.J.A. Hofland